De koersen van de twee grootste Amerikaanse hypotheekverstrekkers maakten dinsdag nog maar eens een duik. Reden van deze vrije val is de speculatie dat de reddingsoperatie van het ministerie van Financiën nadelig zal zijn voor de gewone aandeelhouder.
Federal National Mortgage Association (FNMA), beter bekend onder het acroniem Fannie Mae, en Federal Home Loan Mortgage Corporation (FHLMC), bij het grote publiek bekend als Freddie Mac, zijn de twee grootste hypotheekherverpakkers van Amerika.

Concreet betekent dit dat beide bedrijven hypotheekleningen opkopen van banken en andere kredietverstrekkers, om ze vervolgens met een garantie van betaling te verkopen. In ruil voor het risico dat ze lopen, krijgen Fannie en Freddie een vergoeding.

De koers van Fannie Mae zakte al 79 procent dit jaar, terwijl Freddie Mac 84 procent van zijn waarde verloor. De Amerikaanse overheid kondigde recent aan te zullen ingrijpen, waarna de beurzen even herademden. Het bleek echter van korte duur.

Beleggers hebben schrik dat het reddingsplan van minister van Financiën Henry Paulson ten koste zal gaan van de aandeelhouder. Men vreest immers dat er weer kapitaal opgehaald zal worden, nadat in de loop van het jaar al 20 miljard werd opgehaald om de verliezen te kunnen opvangen.

Fannie Mae zakt 19 procent in New York, Freddie Mac verliest 26 procent.