Beleggers en analisten zijn in zeventien jaar niet zo pessimistisch geweest over de Duitse economie.
De extreem dure olie, een (te) sterke euro, de renteverhoging door de ECB, de financiële crisis in de Verenigde Staten, de hoge inflatie, de teruglopende koopkracht en de daaruit voortvloeiende inkrimping van de binnenlandse vraag, de lijst van negatieve invloeden wordt zo lang voor de Duitse economie dat de ZEW-index afgelopen maand nagenoeg instortte, van -52,4 tot -63,9.

Dat is het laagste peil sinds het onderzoeksinstituut ZEW in 1991 begon met het berekenen van de index die peilt naar het vertrouwen van meer dan 300 analisten en institutionele beleggers (pensioenfondsen, vermogensbeheerders,...).

Analisten hadden een daling tot -55 vooropgesteld. Een negatief resultaat wijst op een overwicht aan pessimisten. Het langetermijn gemiddelde van de ZEW-index ligt iets onder plus 29.

Steeds meer economen gaan ervan uit dat de Duitse economie tijdens het tweede kwartaal gekrompen is en dat het nog wel een tijdje zal duren voor de grootste economie van de eurozone uit het dal klimt.

Hetzelfde gaat uiteraard op voor de rest van de zone die zeer afhankelijk is van wat er in Duitsland gebeurt. De Duitse export leek lange tijd weinig hinder te ondervinden van de steeds duurdere euro, maar afgelopen maand kwam daar verandering in.

Sinds de vorige ZEW-index gepubliceerd werd zijn de koersen op de Duitse beurs met meer dan 10 procent gezakt. In de Verenigde Staten laaide de kredietcrisis heviger op dan ooit, met als voorlopig hoogtepunt de redding van de hypotheekmaatschappijen Fannie Mae en Freddy Mac die er absoluut niet in slaagde het vertrouwen te herstellen.