Voor de derde keer in 400 dagen is Yves Leterme volkomen mislukt in zijn opzet. Ditmaal definitief. Dat valt hem niet eens persoonlijk kwalijk te nemen, want niemand mag vandaag in staat geacht worden om in het huidige politieke krachtenveld een evenwichtige oplossing te vinden. Je kunt het Yves Leterme wel kwalijk nemen dat hij mee vorm heeft gegeven aan een politiek landschap waarin een dergelijke oplossing onmogelijk is geworden.

Door de illusie te creëren dat één politieke visie maar vijf minuten politieke moed nodig zou hebben om haar ideeën te doen slikken door andere partijen. Door een electorale dopingpil te nemen in de vorm van een kartel met een partij waarvoor elk compromis waarbij men zelf ook toegevingen moet doen ideologisch en electoraal een niet te verdragen gedachte is.

Door zich te laten meeslepen in een retoriek die het hem zogoed als onmogelijk heeft gemaakt ten zuiden van de taalgrens beschouwd te worden als de premier van het hele land.

Van de weeromstuit is die houding in het zuiden aangegrepen om het afwijzingsfront, ook tegenover gematigde en redelijke Vlaamse verzuchtingen, te betonneren. Want ook in dat zuiden heeft de electorale dynamiek, de strijd om het politieke marktleiderschap, verhinderd dat er ook maar één toegeving kon worden gedaan. De verantwoordelijkheid voor de mislukking moet evenzeer daar gelegd worden.

Door zich vast te rijden in een zelf veroorzaakte radicalisering van de standpunten, door zich op te sluiten in onhaalbare deadlines.

Yves Leterme is het prototype van de leerling-tovenaar, slachtoffer van machten die hij zelf heeft opgeroepen.

Want ironisch genoeg heeft hij gisteren voor het eerst de enige realistische stap gezet die nog overbleef: de communautaire discussie uitstellen tot een ogenblik waarop de politieke wereld niet langer gegijzeld zou worden door electorale koorts, wat na de regionale verkiezingen van volgend jaar voor het eerst nog eens het geval zal zijn. Pas dan, wanneer er enkele jaren geen verkiezingen zijn, maakt de discussie een kans, willen de politici zich misschien in het diepe wagen.

Maar in het eindspel liep het fout. De Vlaamse regering reageerde huiverachtig op het voorstel, Leterme durfde de confrontatie met zijn eigen achterban niet aan, N-VA wou de stekker er ook al niet uittrekken. Een vernietigende televisieberichtgeving en een stortvloed aan negatieve telefoons deden de rest. Leterme, eenzamer dan ooit, koos voor zijn kartel, niet voor een onderhandelde oplossing voor het land, en trok zelf naar de koning.

Wat rest, is de chaos. Want al moet er een oplossing komen voor B-H-V, ook al zullen een responsabilisering en grotere bevoegdheidsoverdracht naar de gemeenschappen mogelijk leiden tot beter bestuur, dan nog blijft het onverantwoord dat 400 dagen lang álle beleidsruimte is opgesoupeerd door die thema's, terwijl ondertussen de steeds ernstiger wordende sociaaleconomische uitdagingen onbeantwoord zijn gebleven.

Leterme heeft geen van zijn beloftes gehouden, heeft bij herhaling woordbreuk gepleegd, heeft nooit zelfs maar een schijn van goed bestuur kunnen ophouden. Al wat hem rest, is de martelaarsrol in een crisis die hij over zichzelf afgeroepen heeft.

Hoe het verder moet, weet voorlopig niemand.