BRUSSEL - Volgens Binnenlandse Zaken is de inzameling van de kandidatenlijsten voor de federale verkiezingen nog nooit zo vlot verlopen. In totaal dienden alle partijen die deelnemen aan de stembusslag 2.929 kandidaturen voor de Kamer en 587 voor de Senaat in.
De partijen konden zaterdag en zondag hun kandidatenlijsten op de kieskring- en collegehoofdbureaus indienen. Voordien maakten heel wat partijen echter al gebruik van de mogelijkheid om de lijsten via elektronische weg door te sturen naar Binnenlandse Zaken. Dat gebeurde voor meer dan 1.800 kandidaten. Hun gegevens en die van de andere kandidaten konden met enkele muisklikken gecontroleerd worden dankzij de koppeling tussen de informaticatoepassing van Binnenlandse Zaken met het rijksregister.

Via deze weg werd ook nagegaan of de lijsten en kandidaten wel voldoen aan een aantal criteria die de kieswet oplegt. Zo moeten de kandidaten Belg zijn, ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, de burgerlijke en politieke rechten genieten en 21 jaar zijn. Wie kandideert voor het Nederlandstalige kiescollege moet ook Nederlandstalig zijn.

Ook voor de lijsten zijn er voorwaarden. Er moeten evenveel mannen als vrouwen op staan, de eerste twee kandidaten bij de effectieven en opvolgers mogen niet tot hetzelfde geslacht behoren en kandideren voor Kamer en Senaat mag niet meer.

De controle gaf aan dat niet alle kandidaten voldeden aan deze voorwaarden. Niet iedereen was al ingeschreven in een Belgische gemeente, sommige kandidaten kwamen voor op verschillende lijsten en anderen zijn nog geen 21 jaar op 10 juni.


Lokale nummers
De lijsten werden vandaag voorlopig afgesloten. De definitieve afsluiting volgt donderdag om 16 uur. Dezelfde dag worden de nummers geloot voor de lokale lijsten. Dat gebeurt eerst voor de lijsten voor de Senaat door de collegehoofdbureaus in Mechelen en Namen. In Mechelen worden onpare nummers toegekend en in Namen pare nummers. Deze nummers volgen onmiddellijk op de tien nationale nummers en worden medegedeeld aan de kieskringen voor de kamer. De lijsten voor Kamer en Senaat kunnen hetzelfde nummer gebruiken voor de beide verkiezingen. Daarna loten de kieskringhoofdbureaus een nummer voor de eventueel overblijvende lokale lijsten, die enkel opkomen voor de kamerverkiezingen.