Legendarische oorlogsverslaggeefster Kate Webb overleden
SYDNEY - Kate Webb, een journaliste die naam maakte als een van de weinige vrouwelijke oorlogsverslaggevers in Vietnam, is zondag op 64-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats bij Sydney in Australië. Ze leed aan darmkanker.
Webb, die als kind van Nieuw-Zeeland naar Australië verhuisde, vertrok in 1967 op 23-jarige leeftijd bij de krant waar ze als leerling-journaliste was aangenomen om naar Vietnam te gaan. Ze ging daar werken voor het niet meer bestaande persbureau United Press International.

Zes jaar lang versloeg ze voor UPI de oorlog, als een van de weinige fulltime vrouwelijke journalisten. In het onlosmakelijk met het vak verbonden drinken en kettingroken deed zij niet voor haar mannelijke collega's onder. In 1973 en 1974 was ze gestationeerd in Hongkong en Indonesië, maar in 1975 keerde ze naar Vietnam terug om de aftocht van het Amerikaanse leger te verslaan.

Sri Lanka, Afghanistan en Noord-Korea

Na de oorlog bleef zij door Azië reizen om voor UPI, en later voor Agence France Presse, staatsgrepen, opstanden, militaire campagnes en andere opwindende gebeurtenissen op te tekenen. Ze was erbij toen de Tamil-Tijgers in Sri Lanka in opstand kwamen, toen de Russen zich uit Afghanistan terugtrokken, toen de Noord-Koreaanse leider Kim Il Sung overleed en toen Groot-Brittannië Hongkong overdroeg aan China.

Drie jaar nadat zij de val van president-dictator Soeharto in Indonesië had verslagen, gaf ze er de brui aan. Ze voelde zich te oud voor frontlijnverslaggeving - 'en dat was de enige soort waar ik van hield'.

Collega's herdachten Webb als moedig maar niet roekeloos, empathisch, toegewijd en perfectionistisch. Al haar journalistieke werk was goed, maar het was de oorlogsverslaggeving die haar dreef en die haar tot een icoon van haar generatie maakte, zei Alan Dawson, een collega bij UPI.

Voorpaginanieuws

In 1971 werd Webb zelf onderwerp van het nieuws toen zij tijdens een veldslag in Cambodja met vijf andere mensen werd opgepakt. Ze werd gevangengehouden door de Vietcong. Toen bekend werd gemaakt dat een inmiddels gecremeerd lichaam waarschijnlijk het hare was, werd dat in de VS voorpaginanieuws en verscheen er een in memoriam in de New York Times. Drie weken later belde ze UPI in Bangkok en dook ze op vanuit de jungle. Later schreef ze over benauwde bunkers waar ze werd vastgehouden, afmattende nachtelijke marsen en weinig of geen voedsel. Ze hield er een lelijke malaria-aanval aan over.

Ook later zag ze de dood nog enkele malen in de ogen. Zo raakte ze zwaargewond bij een motorongeluk in India en werd ze mishandeld door een militielid in Kabul. 'Mensen denken altijd dat ik een harde moet zijn om al deze dingen te doorstaan', zei Webb in een interview in 2002. 'Maar ik ben een echte softie. Misschien is dat ook wel wat je nodig hebt. Harde mensen breken.'