'Israëlisch leger maakt leven van Palestijnen in Hebron onmogelijk'
JERUZALEM - Meer dan 40 procent van de Palestijnse inwoners van het centrum van Hebron, op de Westelijke Jordaanoever, heeft zijn huis verlaten en van hun winkels heeft 75 procent de deuren moeten sluiten. Het Israëlische leger heeft hun het leven daar onmogelijk gemaakt.
Dat staat in een maandag verschenen onderzoeksrapport van de Israëlische mensenrechtenorganisaties B’Tselem en de Associatie voor Burgerrechten. In Hebron wonen ongeveer vijfhonderd ultranationalistische joodse kolonisten in zwaarbewaakte enclaves in het centrum temidden van 160.000 Palestijnen. Volgens het rapport is het vertrek van de Palestijnen het gevolg van Israëls beleid om joden en Arabieren van elkaar te scheiden waardoor er een onleefbare situatie is ontstaan.

Spookstad

In het centrum staan nu ruim duizend Palestijnse woningen leeg, meer dan 40 procent van het totale woningaanbod. Het merendeel daarvan is sinds 2000 leeggekomen, toen het Israëlische leger ten tijde van de tweede intifada de Palestijnen beperkingen begon op te leggen ten aanzien van de bewegingsvrijheid en middelen van bestaan. Daardoor is het centrum van Hebron, dat zowel door joden als moslims wordt beschouwd als de locatie waar bijbelse aartsvaders begraven liggen, nu een spookstad.

Geweld

Hebron is de enige stad op de Westoever waar Israëliërs en Palestijnen naast elkaar wonen. Er zijn geregeld meldingen van geweld tegen de Palestijnse bevolking door de joodse kolonisten, die tot de meest extreme van de Westoever gerekend worden. Ook Palestijnen schuwen het geweld niet tegen het Israëlische leger en de viijfhonderd kolonisten.

Leugens

De kolonisten brachten een verklaring naar buiten waarin ze het maandag verschenen rapport afdoen als 'een ononderbroken reeks leugens'. Volgens het leger houdt het rapport niet voldoende rekening met de complexiteit van de situatie in Hebron en zijn de aan de Palestijnen opgelegde regels een noodzakelijk kwaad ten behoeve van de veiligheid.