BRUSSEL - De Vlaamse regering en de sociale partners hebben maandag een akkoord bereikt over een actieplan met als doel talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten. De regering trekt daarvoor over drie jaar tijd 38 miljoen euro extra uit.
'Het is een breed akkoord dat de bakens uitzet voor een andere arbeidsmarkt', vindt minister van Werk en Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a). Het akkoord - de zogenaamde competentieagenda - is het sluitstuk van het Meerbanenplan waarover de Vlaamse regering het begin vorig jaar eens raakte.

Centraal daarin staat talentontwikkeling, zowel op school, als op de werkvloer en bij werklozen. De agenda bevat tien krachtlijnen die elk vaak erg gedetailleerd worden vertaald in concrete acties.

In het oog springt het engagement om 75.000 stageplaatsen te creëren voor leerlingen uit het BSO en TSO. Dat moet ertoe leiden dat die leerlingen vanaf 2009 de garantie hebben op twee weken stage. Opmerkelijk is dat er ook voor leerkrachten praktijk en techniek gespreid over vijf jaar 30.000 plaatsen komen. Op die manier moeten ze elke drie jaar een week stage kunnen lopen.

Daarnaast wil de regering veel inzetten op studiebegeleiding. 'Te weinig leerlingen kiezen voor TSO en BSO', weet Vandenbroucke. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de Centra voor Leerlingenbegeleiding. Eind 2007 moet er een actieplan op tafel liggen met afspraken over een gezamenlijk project 'Mijn Loopbaan'. Daarbij krijgt elke leerling een elektronische portfolio waarin alle individuele competenties worden verzameld.

Een belangrijk probleem bij de doorstroming naar de arbeidsmarkt, is dat sommige mensen een slechte start nemen, dus met weinig of geen kwalificaties van de schoolbanken komen. Daarom wil de minister een aanpak tot stand laten komen waarbij jonge schoolverlaters onmiddellijk intensief worden begeleid.

Het proefproject in dertien steden en gemeenten voor de aanpak van jeugdwerkloosheid, zal met dat doel naar heel Vlaanderen worden uitgebreid voor alle jongeren met hoogstens een diploma secundair onderwijs. Hoewel Vandenbroucke waarschuwt voor zegebulletins, blijkt de proefaanpak immers te bewijzen dat sneller en intensiever inspelen op werkloze jongeren werkt.

Het akkoord bevat ook een belangrijk luik rond loopbaanbegeleidng. 'We gaan in de toekomst meer te maken krijgen met overgangen in loopbanen', verwacht Vandenbroucke. 'In de toekomst zal het eerder uitzondering zijn dan regel dat iemand zijn ganse loopbaan actief blijft in dezelfde job, in hetzelfde bedrijf en in dezelfde sector'.

'Ik wil dit niet rooskleurig voorstellen. Het is niet voor iedereen een gemakkelijk verhaal, maar het is wel het verhaal van morgen. Dus moet je de overgang tussen jobs mogelijk maken', gaat Vandenbroucke voort. Daarom krijgen de bestaande centra voor loopbaanbegeleiding meer slagkracht en wordt werk gemaakt van een echt eerstelijnsaanbod bij de werkwinkels van de VDAB, ook voor mensen die al een job hebben. Dit najaar start daarvoor een proefproject in een provincie.

Minister van Economie Fientje Moerman (Open VLD) benadrukte dat één van de actiepunten in het actieplan het aanscherpen van de ondernemerszin en de zin in ondernemen is. Internationaal gezien scoort Vlaanderen immers nog altijd laag. Het plan zet ook in op een versterking van het competentiebeleid binnen bedrijven en organisaties en de competentieopbouw van individuele werknemers.

Alles samen trekt de regering 38 miljoen euro extra uit voor het plan: 10 miljoen euro voor dit jaar en telkens 14 miljoen euro voor de twee volgende jaren.

Vandenbroucke stelde dat het nu zaak is, naast de werkgevers en de vakbonden, ook de onderwijssector mee in bad te krijgen. 'We hebben nu een tafel met drie poten, ik wil er één met vier poten', luidde het. Hij hoopt op een constructief gesprek met de onderwijssector om tegen het najaar te komen tot een 'werkelijk wederzijds engagement.'