WASHINGTON - De rijkste landen van de wereld, verzameld in de G8, zijn hun belofte niet nagekomen om de armste landen in de wereld te helpen zoals geformuleerd werd tijdens de top verleden jaar in Gleneagles in Schotland. Dat vindt de Britse humanitaire organisatie Oxfam.
Zelfs nu de kwijtschelding van de multilaterale schulden van een veertigtal landen bij de Wereldbank en de IMF zijn vruchten begint af te werpen, herinnert het rapport van Oxfam eraan dat ,,men elk jaar 10 miljard dollar moet vinden zodat elk kind naar school kan gaan, en 27 miljard dollar voor medische basishulp over de hele wereld''.

Op het moment dat de ministers van Financiën van de G9 in Moskou de top in Sint-Petersburg voorbereiden in juli, stelt Oxfam dat er elke minuut een mama overlijdt en elke drie seconden een kind als gevolg van armoede, conflicten en ziektes.

Oxfam stelt ook dat de aangekondigde verhoging van internationale hulp een ,,boekhoudkundige kunstingreep'' is. Officieel zijn de bijdragen van de G8 met 37% gestegen in 2005, maar volgens Oxfam zorgde de kwijtschelding van de schulden van Nigeria en Irak voor 17 van de 21 miljard van de verhoging van afgelopen jaar.

In het geval van Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië is de hulp zelfs teruggelopen in het voorbije jaar, volgens de eigen berekeningen van Oxfam.