BRUSSEL - Voormalig CVP-minister Rika De Backer is in de nacht van zaterdag op zondag overleden aan de gevolgen van leverkanker. De Backer, één van de eerste vrouwelijke toppolitici in ons land, is 79 jaar geworden. Zij was onder meer minister van Cultuur.
Rika De Backer werd op 24 april 1974 minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden in de regering-Tindemans I. Ze maakte gedurende bijna 7 jaar deel uit van alle daaropvolgende regering tot en met de regering-Martens IV. In die laatste regering opende ze als staatssecretaris van cultuur het Vlaams Cultuurcentrum De Brakke Grond in Amsterdam.

Rika De Backer kan tevens beschouwd worden als de eerste Vlaamse minister-president, hoewel die term toen nog niet gebruikt werd. Ondanks haar engagement voor vrouwenzaken, was ze niet de eerste Belgische vrouwelijke minister. Die eer ging naar Mariette De Riemaecker-Legot, die in 1965 minister van gezin en huisvesting werd.

Rika De Backer-Van Ocken werd op 1 februari 1923 te Antwerpen geboren. Ze behaalde een diploma van licentiaat geschiedenis in 1944. Na de Tweede Wereldoorlog werkte ze als vrijgestelde bij de Katholieke Arbeiders Vrouwengilden (KAV), waar ze onder meer het land afreisde om het vrouwenstemrecht te propageren. Intussen trouwde ze met Herman De Backer. Het koppel kreeg zeven kinderen.

In 1968 deed Rika De Backer haar intrede in de politiek als ondervoorzitter van de CVP-Antwerpen Stad. Ze kreeg dat jaar in het kader van de KAV-actie om meer vrouwen in de politiek te betrekken de vijfde plaats op de senaatslijst. Ze werd niet verkozen, maar deed op 31 maart 1971 toch haar intrede in de hoge vergadering na de dood van provinciaal CVP-senator Victor Leemans. Ook bij de verkiezingen eind dat jaar raakte ze pas via coöptatie in de Senaat.

In de hoge vergadering profileerde ze zich met de vrouwenproblematiek en cultuur. Ze ijverde onder meer voor de afschaffing van het verbod op voorbehoedsmiddelen en mengde zich in het abortusdebat. De Backer was ook verslaggeefster voor het opstellen van de Cultuurpactwet. In 1973 diende ze tevens een wetsvoorstel tot verwerving van beperkte amnestie. De tekst werd nooit in overweging genomen.

Op 24 april 1974 legde ze eed af als minister van Vlaamse aangelegenheden in het kabinet-Tindemans I, waardoor ze tevens de eerste voorzitter werd van het Ministereel Comité voor Vlaamse aangelegenheden. Bij de oprichting van de gemeenschaps- en gewestregeringen in 1979 werd Rika De Backer minister van Nederlandse gemeenschapszaken. Ze bleef ook het cultuurdepartement beheren.

Het cultuurbeleid van De Backer spitste zich toe op de democratisering van de cultuur, de uitbouw van de socio-culturele infrastructuur en het invullen van het Cultuurpact. Ze gaf onder meer een wettelijke basis aan het vormingswerk en trachtte orde te scheppen in de wildgroei van verenigingen.

In 1981 kreeg ze felle tegenkantingen van de Socialistische Cultuurcentrales (CSD) die haar ervan beschuldigden de katholieke organisaties financieel voor te trekken. Toen de regering-Martens V eind 1981 gevormd werd, vielen Rika De Backer en Jos Chabert uit de boot. Dit hield verband met de moeilijkheden rond de Vlaamse school in Komen en het feit dat de CVP-ministers Wilfied Martens niet gevolgd waren toe hij in 1981 struikelde over zijn noodplan.

Na haar regeringswerk bleef Rika De Backer nog senator tot in 1984, waarna ze naar het Europees parlement overstapte. Ze was een tijdlang schatbewaarder van de Europese Volkspartij (EVP).

Rika De Backer had ook grote interesse in Afrika. Als lid van het Paritair comité ACS-CEE leidde ze vele missies naar Afrika. Ze was tevens voorzitter van de vzw ACT-ngo, een katholieke ngo voor ontwikkelingssamenwerking. De Backer werd in die hoedanigheid door de Rwanda-commissie opgeroepen als getuige. Ze werd er aan de tand gevoeld over haar rol in de voorbereiding van de reis van partijgenoot en toenmalig minister van defensie, Leo Delcroix, aan Rwanda bracht, kort voor het uitbreken van de genocide in 1994 waarbij onder meer tien Belgische para's om het leven kwamen.