BRUSSEL - De Civiele Lijst van de Koning heeft beslist om een bedrag van 185.000 euro te schenken aan Defensie. Dat bedrag komt volgens Defensie overeen met de ,,meerwaarden en onterechte verrijking'' die prins Laurent, zijn woning en zijn stichting hebben gehaald uit de fraude met eindejaarsfacturen bij de Belgische marine.

Beide partijen stellen dat dit geen enkele erkenning van verantwoordelijkheid inhoudt in hoofde van Prins Laurent noch van de Koninklijke Schenking.

Het bedrag werd vastgelegd op 185.000 euro ,,na onderzoek van de interne boekhoudkundige gegevens van het departement Defensie voor de periode vanaf 1993 en op basis van de gerechtelijke expertiserapporten'', luidt het.

,,Om zo snel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de koning, heeft de Civiele Lijst van de Koning beslist om een bedrag van 185.000 euro te schenken aan Defensie'', klinkt het in het persbericht. Dat bedrag zal in de eerste plaats gebruikt worden om de verbouwingswerken te bekostigen aan woningen van personeelsleden van Defensie die het slachtoffer zijn geworden van een werkongeval.

De Civiele Lijst van de Koning is de vergoeding die de vorst krijgt om in totale onafhankelijkheid zijn ambt te kunnen uitoefenen. De lijst bevat enerzijds een dotatie en geeft de koning anderzijds een gebruiksrecht op de koninklijke gebouwen. Daarnaast krijgen enkele leden van de koninklijke familie nog een dotatie.

Tijdens zijn kerstboodschap had Koning Albert al laten verstaan dat iedereen die een of andere manier van fraude profiteert, bewust of onbewust, de schade moet terugbetalen. ,,Wanneer het gerecht verduisteringen vaststelt, lijkt het me billijk dat de schadeloosstelling iedereen zou treffen die er voordeel uit haalde", zo zei de vorst toen in zijn toespraak.

Marineproces


Van 8 tot en met 16 januari werd het fraudedossier behandeld voor de correctionele rechtbank van Hasselt. Op 13 februari volgde het vonnis. Via een constructie met valse facturen was tot 2,2 miljoen euro verduisterd ten nadele van de Belgische zeemacht. Een deel daarvan werd gebruikt ten voordele van prins Laurent. Volgens het openbaar ministerie werden in de Villa Clémentine, de woning van prins Laurent, werken uitgevoerd voor een bedrag van 150.000 euro. De stichting Prins Laurent ontving daarnaast leveringen voor 37.200 euro. 

Prins Laurent, die tijdens het proces kwam getuigen voor de rechtbank, gaf toe dat hij op de hoogte was dat zijn woning werd opgeknapt met geld van de marine, maar zei dat hij geen reden had om te twijfelen aan de legitimiteit van de handelswijze van zijn toenmalige adviseur, Noël Vaessen.