DEN HAAG - President Stipe Mesic van Kroatië is vanmorgen opgeroepen als getuige in het Milosevic-proces voor het Joegoslavië-Tribunaal. Het is de eerste keer dat een zittend staatshoofd optreedt als getuige voor het VN-hof in Den Haag.
Mesic was in 1991 de laatste president van het inmiddels uiteengevallen oude Joegoslavië, dat toen nog bestond uit de deelrepublieken Servië, Kroatië, Bosnië, Montenegro, Slovenië en Macedonië. Milosevic was toen nog president van de deelrepubliek Servië. Later zou hij president worden van het huidige, verkleinde Joegoslavië, dat alleen nog bestaat uit Servië en Montenegro.

Milosevic en Mesic geven elkaar al jaren de schuld aan het bloedige uiteenvallen van de oude federatie. Nog voor Mesic vandaag de rechtszaal betrad, begon Milosevic al te schelden op de ,,persoonlijke misdadige rol bij het uiteenvallen van Joegoslavië'' die Mesic zou hebben gehad. Voorzittend rechter May maande Milosevic zich te onthouden van commentaar op de getuige.

Groot-Servië

Milosevic heeft altijd beweerd dat hij Joegoslavië wilde behouden; het probleem zouden de rechten van Serviërs zijn geweest in Joegoslavische gebieden waar zij in de minderheid waren. Maar volgens Mesic heeft Milosevic de internationale gemeenschap en de Kroatische Serviërs bedrogen. Hij merkte dat naar eigen zeggen toen hij met de Serviërs in Kroatië wilde onderhandelen over culturele autonomie. Hun leiders waren daar best toe bereid, tot zij door Milosevic werden teruggefloten, aldus Mesic.

Volgens hem wilde Milosevic geen akkoord over meer rechten voor de Serviërs binnen de deelrepubliek Kroatië. Het ging Milosevic niet om de mensen, maar om hun land, dat deel moest gaan uitmaken van een Groot-Servië.

Volgens Mesic waren de Kroatische Serviërs de lont die Milosevic ,,nodig had om het vuur te ontsteken'' in het oude Joegoslavië. Dat vuur moest overslaan naar Bosnië. Uiteindelijk moesten alle Serviërs in één staat komen te leven.

Buiten spel

Mesic beschreef hoe hij buiten spel werd gezet als president van Joegoslavië. Hij kon niets eens meer naar de hoofdstad Belgrado komen, omdat het Joegoslavische leger alle wegen en vliegvelden had afgesloten. Door een staatsgreep had Milosevic het Joegoslavische leger onder zijn controle gebracht dat in feite een Servisch leger was geworden. Hij gebruikte het geld van de Joegoslavische Nationale Bank, die hij eveneens had overgenomen, om de oorlog te financieren, aldus Mesic.

In een brief aan de secretaris-generaal van de VN wees Mesic er in oktober 1991 op dat het leger ''buiten de constitutionele orde'' opereerde. Als de internationale gemeenschap eerder had ingegrepen met een vredesmacht, was de oorlog wellicht te voorkomen geweest, aldus de president.