BRUSSEL - Jaarlijks doen 94.000 Nederlanders een zelfmoordpoging, dat is veel meer dan tot nog toe bekend. Dat meldt het Nederlands Dagblad vandaag op basis van cijfers van het Trimbos Instituut.
In ,,slechts'' 1600 gevallen slaagt de poging. Het enige harde cijfer over het aantal zelfmoordpogingen kwam tot nu toe van de ziekenhuizen. Die krijgen per jaar 9200 mensen met verwondingen op de eerstehulp na een zelfmoordpoging.

Het overgrote deel ziet zijn poging kennelijk mislukken zonder dat medische hulp nodig is. Ook de geregisteerde 1600 geslaagde zelfmoorden per jaar zijn er in werkelijkheid waarschijnlijk meer, omdat zelfmoord niet altijd als zodanig wordt herkend. Iemand die zich opzettelijk doodrijdt tegen een boom, komt waarschijnlijker als verkeersslachtoffer in de statistieken dan als zelfmoordenaar.

Mannen plegen tweemaal zo vaak zelfmoord als vrouwen, maar vrouwen spelen vaker met de gedachte (tweemaal zoveel als mannen). Vooral alleenstaande ouders en alleenwonenden overwegen vaak zelfmoord: driemaal zo vaak als samenwonenden. Ook werklozen, bewoners van grote steden en mensen met een laag inkomen denken vaak aan zelfmoord (twee- tot driemaal zo vaak als het landelijk gemiddelde).

Vooral ontslag, schulden en echtscheiding zorgen voor zelfmoordgedachten. Als niemand werkloos zou raken, zou het aantal zelfmoordpogingen in Nederland negen procent lager liggen, aldus het Trimbos Instituut.

Langlopende ruzies zijn ook brandstof voor zelfmoordgedachten. Mensen die in een slepend conflict zitten met hun baas of partner, hebben vijf keer vaker zelfmoordgedachten dan mensen zonder conflicten. Daarnaast lopen mensen met een psyschisch zieke vader of moeder een hoger risico, net als mensen die voor hun zestiende jaar een traumatische ervaring hebben opgelopen. Als deze mensen de juiste psychische hulp zouden krijgen, kan het aantal zelfmoordpogingen fors dalen, menen de onderzoekers van het Trimbos. Het aantal eerste-zelfmoordpogingen zou zelfs met 22 procent omlaag kunnen.