De Raad van State verwerpt het beroep dat elf jaar geleden door de gemeente Knesselare ingesteld werd tegen een beslissing van minister Luc Van den Bossche. Die vernietigde in 1991 het gemeenteraadsbesluit voor de invoering van een vastgoedbelasting in Knesselare. Omdat de belasting maar liep tot in 1995, besluit de Raad van State elf jaar (!) na datum dat het beroep geen zin meer heeft.

Toch haalt Knesselare in het ganse dossier het gelijk aan haar kant. De procedurekosten moeten immers betaald worden door het Vlaams Gewest en niet door de gemeente Knesselare. Volgens burgemeester Schrans een teken dat Knesselare in feite in het gelijk wordt gesteld. ,,De Raad van State is duidelijk de trein der traagheid'', reageert burgemeester Antoine Schrans. ,,De Raad van State is in ons land het hoogste administratief gerechtsapparaat. We moeten ons toch vragen stellen waarom het elf jaar moet duren om een besluit te nemen in een eenvoudig dossier van louter administratieve aard.''

De gemeenteraad van Knesselare nam in december 1990 de beslissing om een vastgoedbelasting in te voeren. De gemeente deed dat ter vervanging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Via de nieuwe gemeentelijke vastgoedbelasting zou Knesselare de gelden veel sneller kunnen innen en daardoor ontsnappen aan zware intresten van leningen die moesten aangegaan worden omdat de Staat het geld niet snel genoeg doorstortte naar de gemeenten.

Enkele weken later schorste de provinciegouverneur het gemeenteraadsbesluit naar zijn zeggen op verzoek van de minister. In april 1991 vernietigde minister Van Den Bossche op zijn beurt het besluit.

De gemeenteraad van Knesselare nam veertien dagen later, op 30 april 1991, de beslissing om een beroep in te stellen bij de Raad van State.

(JSA)