De mooiste marathon in gedachten
Marathon, een onopvallend stadje Foto: edgard alsteens
Laat eender wie, zonder enige voorkennis, het parcours van de marathon van Athene aflopen, en hij zal het je niet in dank afnemen. Meer dan 40 km voornamelijk bergop, langs karakterloze wegen vol multinationals en garages. Maar mét voorkennis staat de wedstrijd garant voor een legendarische dag.

Het stadje Marathónas: veel meer dan een naam is het niet. Wat kale bergen in de verte, twee graftombes – bulten in de vlakte - en enkele monumenten die herinneren aan de slag bij het antieke Marathon tussen de Grieken en de Perzen in het jaar 490 voor Christus. De overwinning van de Grieken kwam als een volkomen verrassing, maar toch blijft de slag ons om een andere reden bij.

Bij gebrek aan snellere communicatiemiddelen liep Pheidippides, soldaat van het Griekse leger, naar Athene om er de overwinning wereldkundig te maken. Ondanks het gewicht van zijn volledige gevechtsuitrusting slaagde hij erin om na zowat 42 zware kilometers de grootstad te bereiken, maar zijn boodschap overmaken was het laatste wat hij ooit zou doen. Hij overleed meteen na zijn verlossend bericht, zo gaat de legende.

Met die geschiedenis in gedachten, is de marathon van Athene wél een belevenis. Genieten van het landschap hoeft niet – kán ook niet, bij gebrek aan. Enkel de finish halen is van belang.

Gelukkig waren de omstandigheden voor de zowat 9000 lopers die het afgelopen weekend van Marathon naar Athene liepen beter dan die voor de arme Pheidippides. Die zou een zonnesteek hebben opgelopen, terwijl wij door een stevige, koele rugwind vooruit werden gestuwd. Enkel de motregen had niet gemoeten.

Langs de uitstekend aangelegde wegen stonden om de tweetal kilometer tafels vol flesjes water klaar, en er werden geregeld ook bananen, koekjes, sportdrank en koolhydraatrijke gels uitgedeeld.

Er waren ook de honderden supporters die ons voortdurend ‘brávo’ toeriepen; een warme steun bij verkleumde vingers en verzuurde benen. De aantallen waren niet te vergelijken met bijvoorbeeld de marathon van New York, maar als er al één oud vrouwtje (en het waren er veel meer) de moeite neemt om in het barre weer langs de weg te gaan staan en non-stop te klappen en te roepen, dan geeft ook dat vleugels.

Persoonlijk kreeg ik nog extra steun van Alexandros, een Griek die vanaf kilometer 4 tot 39 naast me liep en het tempo hoog maar regelmatig hield. Af en toe sloegen we een praatje, waardoor de tijd nog wat sneller ging. En als ik van een supporter langs de weg een (Griekse) aanmoediging kreeg – als vrouw tussen voornamelijk mannen krijg je bijzondere aandacht – was hij zo vriendelijk die te vertalen. ‘Komaan meisje, hou die mannen achter je’, was er een van. Maar Alexandros kon ik op het eind niet meer volgen.

Voor Pheidippides was geen onthaal voorzien, terwijl wij omarmd werden door het prachtige U-vormige Panathinaiko-stadion, dat in 1896 de eerste moderne Olympische Spelen ontving. Pas op 300 meter van de meet zagen we de witmarmeren tribunes oprijzen tussen de bomen. Het was de enige keer dat het zicht mij de adem benam – al kan ook de inspanning daar voor iets tussenzitten.

De laatste rechte lijn was voor mij hoe dan ook de perfecte finish: na een druilerige dag brak de zon door terwijl ik in de mond van de U dook. In de tribunes zag ik mijn supporters staan, en even verderop op de atletiekpiste gaf de klok een beter dan verwachte tijd aan. Na 3 uur en 49 minuten liep ik levend en wel over de finish. Misschien hoorde de wegkwijnende Pheidippides nog net na zijn mededeling het gejuich van de Atheners, maar ik en de duizenden andere finishers konden gelukkig wel uitgebreid nagenieten.