Mijn valies staat klaar, morgen stijg ik op. Of eerder: mijn sporttas staat klaar, want veel hoef ik niet mee te nemen voor zes dagen Athene. Al zijn de loopbenodigdheden niet te onderschatten. Gewoon een goed paar schoenen? Vergeet het.

Naast de klassieke inhoud – broeken, shirts, een dikke trui en ondergoed – wordt zowat de helft van mijn zak ingenomen door loopspullen. Er is mij altijd geadviseerd om kledij aan te trekken die ik gewoon ben, om vervelende schuurwonden of ongemakkelijk, opkruipend textiel te vermijden. Dit is het dan geworden.

Twee zwarte, spannende loopbroeken, de beste uit mijn collectie. Eentje met lange pijpen en eentje driekwart. Wat het uiteindelijk wordt, zal van het weer afhangen.

Drie shirts: één rood met lange mouwen, één luchtig, wit met korte mouwen een één spannend zwart zonder mouwen. Ik hoop vooral het eerste niet te moeten uitpakken.

Een mouwloze fleece, je weet maar nooit?

Eén paar loopschoenen, klaar voor hun allerlaatste tocht. Schoenen hoor je regelmatig te vervangen, want anders gaat de demping verloren. Anderzijds moet je schoenen ook altijd inlopen, dus kun je niet net voor een wedstrijd nieuwe kopen. De mijne waren ooit wit en zijn nu bruin, duidelijk toe aan hun pensioen.

Een petje, want mijn lang haar kan behoorlijk in de weg zitten, ondanks de paardenstaart. Het petje dat ik meeheb is – net als mijn schoenen – niet meer om aan te zien: ooit zwart, nu eerder lichtgrijs. Maar tot ik eentje vind dat even goed zit, gaat dit exemplaar keer op keer mee.

Loopkousen, heel erg belangrijk! Vroeger liep ik met eender wat, met blaren tot gevolg. Nu zweer ik bij één sportmerk, en heb ik nooit nog last van zere zolen.

Een sportbeha, eveneens van niet te onderschatten belang.

Anti-frictiegel, de iets chiquere versie van vaseline. Tegen schuurwonden, daar waar allerhande etiketjes in je kleding zitten.

Wat extra eten en drankpoedertjes. Die kan ik in Athene zelf ook wel vinden, maar ik heb graag mijn vertrouwde merken. Muesli, peperkoek en havermout voor het ontbijt, en dan enkele recuperatiedrankjes voor wanneer de marathon erop zit.

En tot slot: de technische prullen. Een hartslagmeter met bijbehorende borstband en voetsensor. Ik overweeg ze evenwel niet te gebruiken, want mijn hart gaat toch alleen maar sneller kloppen als ik het in de gaten hou. Ik laat het nog afhangen van de zenuwen.