Róisín Murphy: 'Een jeansbroek lost niet al de problemen in je leven op'
Roisin Murphy Foto: Nicola Nodland/rr
Mode-icoon en popster Róisín Murphy werd in de jaren negentig bekend als de helft van het elektropopduo Moloko. In 2004 lanceerde Murphy haar solocarrière waarin ze jazzpop, electro, house en disco combineert. De Ierse zangeres over haar modeblunders en stijltips.

Wat was recent je beste aankoop?

‘Ik heb genoeg sweaters, ik heb genoeg jeansbroeken. Ik ben uitgeshopt. Het laatste stuk dat ik kocht, is de catsuit die ik draag in de video voor Jacuzzi Rollercoaster. Hij is van de iconische ontwerpster Pam Hogg. Ik koop enkel nog dingen om te gebruiken in een video of tijdens een show. Dit stuk gaat in mijn archief.’

Welk kledingstuk zul je nooit weggooien?

‘Ik gooi niet veel weg. Mijn lievelingsstuk is een smoking van Yves Saint Laurent uit één stuk. Hij heeft de perfecte snit en is niet gedateerd, hoewel hij vijftien jaar oud is, toen Stefano Pilati aan het hoofd stond van het label. Ik voel me er nog steeds fantastisch in.’

Wat was je eerste designerstuk?

‘Een sweater van het zeilmerk Henri Lloyd, een label dat in de jaren negentig hip was bij jongeren in Manchester. Ik werkte heel de zomer lang in Debenhams om het stuk te kunnen betalen. Mijn vriendjes waren gek van de trui en droegen hem ook. Ik weet niet welk ex-vriendje er uiteindelijk mee is gaan lopen.’

Welke kleur komt het vaakst terug in je kleerkast?

‘Lichtblauw. Die tint doet de kleur van mijn huid en ogen beter uitkomen. De laatste tijd neig ik ook naar limoengroen, geel en vuil bruin. Ik was helemaal weg van de collectie van de Deense Camille Damkjaer, ze gebruikte kleuren die je nergens zag. Perfect om te dragen tijdens de promotie van mijn nieuw album.’

De meest waardevolle stijltip die je ooit kreeg?

‘Mode en stijl kwamen natuurlijk tot mij. Mijn moeder, die in antiek deed, nam me als kind mee naar rommelmarkten en liefdadigheidsshops. Ik snap niet waarom celebrities en artiesten met professionele stilisten werken. Hun stijl gaat er plots zo afgelikt uit zien. Mijn belangrijkste tip: blijf jezelf en wees sterk wat je kledingstijl betreft.'

Wie is je grootste stijlicoon?

‘Grace Jones heeft een vlekkeloos parcours afgelegd, zowel wat muziek als stijl betreft.’

Wat is je grootste modeblunder?

‘Ik heb er zoveel gemaakt. Om de zes maanden ga ik door mijn kast, en hang ik vooraan wat ik wil dragen. Wat ik niet meer wil dragen gaat achterin de kast. Tijdens zo’n opruimbeurt sta ik telkens versteld van wat er allemaal in mijn kast hangt. Ik heb zoveel geld verspild aan jeansbroeken! Ze maken nooit hun beloften waar. Zo heb ik een broek van Alexander McQueen, een destressed boyfriend jeans. Onaanvaardbaar. Toen ik ze in de winkel kocht leek het alsof ze al mijn problemen zou oplossen. Toen ik thuiskwam besefte ik dat ik 350 pond armer was.’

Wie is je favoriete ontwerper?

‘Martin Margiela heeft me nooit teleurgsteld. Al zijn collecties zijn foutloos. Zelfs de manier waarop hij het label stopte. Het begin van het einde.'

Wat is je favoriete kledingwinkel of modeadresje?

‘De vintageboetiek Rellik in Londen. De eigenaars zijn altijd on top of the trends, ver voor iemand anders. Zo herontdekten ze vijftien jaar geleden Ossie Clark. Een Britse ontwerper die groot was in de sixties en die het verdiende om hergewaardeerd te worden.’

In welk kledingstuk zullen we je nooit zien?

‘Bizarre of lelijke stukken dragen is mijn raison d’etre. Ik heb zelfs Birckenstock Crocs, een hybride van de twee sandalen. De Crocs van Balenciaga vind ik maar niets. Maar je weet maar nooit. Misschien dat ze in een fotoshoot wel zouden werken. Maar ik zou er nooit mijn geld aan geven.’