Frambozentaart
Foto: Dorien Knockaert
Vorig jaar pakte ik, zeker van mijn triomf, uit met dé chocoladetaart. Jaja, een hit was het. Maar eigenlijk ben ik er zelf nooit zo dol op geweest. Deze frambozentaart bevalt me veel, veel beter. En ze is plezieriger om te maken. Dé frambozentaart, dus. (De volgende dé-taart is appeltaart, verwacht ik)

Het idee om bladerdeeg, amandeldeeg en frambozen te combineren haalde ik uit het kookboek Kitchen classics: Lekker buiten eten. Ik zette het recept naar mijn hand, met dank aan mijn grootmoeder, van wie ik leerde dat frangipane wel wat zelfrijzende bloem kan gebruiken.

Het moeilijkste aan deze taart is het bladerdeeg, maar dat probleem kan je omzeilen door kant-en-klaar te kopen. (Dit zou ik niet schrijven als ik zelf de ultieme truc al kende om stressloos bladerdeeg te maken. Helaas, die zoektocht is nog aan de gang.)

Het charmantste is de citroenzeste. Wat een opkikker kan dat toch zijn! Het duurde even eer ik over mijn citrusschil-trauma* heen was, maar nu draai ik geurige schilletjes in gebak, salades, pasta’s, sausjes en zelfs kikkererwtenburgers.

* Tweede leerjaar, Jong Slaatje heeft in haar roekeloosheid een stuk sinaasschil gegeten, het is tekenles (op zich al een vernedering) en haar maag weigert de schil te verteren. Meester Erik negeert haar lichtjes gealarmeerd opgestoken hand. Zij ziet zich na enige tijd genoodzaakt om de hele tekenles dan maar onder te kotsen. Klinkt rebelser dan het toen voelde. (Smakelijk!)

Frambozentaart

Frambozentaart

Bakvorm:
20 x 20 cm of een even grote langwerpige vorm met rechte randen

Ingrediënten:
Genoeg bladerdeeg om de bodem van de vorm te bedekken
300 g frambozen (vers of diepvries)
170 g suiker
150 g boter
3 eieren
2 el fijngeraspte citroenschil (van 2 à 3 citroenen)
125 g gemalen amandelen
50 g zelfrijzende bloem
bloemsuiker, om te garneren

Verwarm de oven voor op 200°. Bekleed een vlakke bakplaat met bakpapier en leg daarop het bladerdeeg in de vorm van je bakvorm. De oppervlakte moet minstens enkele centimeters groter zijn, want het bladerdeeg krimpt tijdens het bakken. Prik hier en daar met een vork in het deeg om te voorkomen dat het te veel opbolt. Bak het een tiental minuten, tot het goudbruin is. Snijd het daarna precies op maat van de bakvorm, zodat het de bodem netjes kan bekleden. Het is niet erg als de bodem niet uit één stuk bestaat, maar een puzzel is van 2 of 3 stukken. Straks komt er toch nog een tweede deeg op dat alles aaneenlijmt.

Zet de oven op 180°. Vet de bakvorm in en leg er een stuk bakpapier in, dat aan beide zijden wat over de rand hangt, zodat je straks makkelijk de taart uit de vorm kan liften. (Je kan hetzelfde stuk bakpapier hergebruiken). Leg er de bladerdeegbodem in.
Klop de boter met de suiker tot een luchtig mengsel, best met een elektrische mixer. Voeg de eieren één voor één toe en klop elk ei onder de massa voor je het volgende toevoegt. Mix daarna ook de citroenschil door het mengsel.

Roer met een spatel de amandelen en ten slotte de bloem door het deeg.
Bestrijk de bladerdeegbodem met het amandeldeeg (voorzichtig, zodat je het bladerdeeg niet kapotmaakt). Leg er de frambozen op. Bak de taart in ca. 40 minuten tot het amandeldeeg mooi gerezen is en bovenaan gebruind. Het moet niet helemaal droog zijn zoals een cake, maar ook niet pappig. Laat de taart een vijftal minuten wat afkoelen in de vorm, lift ze er daarna uit en laat ze helemaal afkoelen op een roostertje.

Bestrooi de taart voor het serveren met wat bloemsuiker. Dat lukt het beste met een zeefje.