De Europese beurzen zijn maandag lager gesloten. De stijgende olieprijzen, die hun hoogste peil in bijna een maand bereikten, wogen op het sentiment. Er is koud weer voorspeld in het noordoosten van de Verenigde Staten, wat de vraag naar stookolie zal doen toenemen. Na de negatieve start op Wall Street zakten de indices in Europa wat verder weg. De telecomaandelen stonden in de aandacht na overnamenieuws rond Virgin Mobile.
ANTWERPEN - Op Wall Street noteren de belangrijkste aandelenindices maandag over een breed front lager. Handelaren schrijven het verlies toe aan de stijgende olieprijs die de grens van USD 60 weer is gepasseerd en spreken tevens van winstnemingen na de koersstijgingen van de afgelopen weken. Nieuws over een biedingsstrijd rond Guidant en de mogelijke verkoop van de telefoongidsen-activiteiten van Verizon kan het tij niet keren.< De Dow Jones-index noteert in de middaghandel 0,4% lager op 10.837,65 punten en de breed samengestelde S&P 500 staat 0,2% in de min op 1.262,25. De Nasdaq Composite levert 0,7% in op 2.257,77. De Philadelphia Semiconductor Index, opgebouwd uit negentien halfgeleiderwaarden, laat 1,4% liggen op 498,58. De euro noteert 0,8% hoger op USD 1,1811.

De olieprijs noteert in New York voor het eerst sinds 9 november weer boven de USD 60, na voorspellingen van koud weer in het noordoosten van de Verenigde Staten. Momenteel noteert de oliefuture 1,8% hoger op USD 60,40. De hogere prijs zorgt voor inflatievrees bij beleggers en angst voor verdere renteverhogingen door de Federal Reserve. De Amerikaanse tienjarige T-bond noteert 14/32 lager op 96-9/32, bij een rendement van 4,61%.

Binnen de Dow Jones noteren twaalf fondsen hoger en achttien fondsen lager. Grootste daler is Intel, met een verlies van 1,9% op USD 26,90. Wal-Mart levert 1,6% in, AIG daalt met 1,4% en McDonald's laat 1,2% liggen. Grootste stijger is ExxonMobil, dat profiteert van de stijgende olieprijs en met 1,7% stijgt naar USD 60,09. Hewlett-Packard wint 1,6% en AT&T, het voormalige SBC Communications, stijgt met 0,5%.

Verizon Communications verliest 0,5% op USD 31,71. Het bedrijf maakte bekend van plan te zijn haar telefoongidsen-activiteiten te verkopen of te verzelfstandigen. De activiteiten, bekend onder de naam Verizon Information Services, zouden een waarde kunnen hebben van meer dan USD 17 miljard. Verizon verwacht op korte termijn de overname van MCI af te ronden en kijkt in dat kader naar de optimalisatie van de portefeuille van activiteiten.

Boston Scientific doet een bod van USD 25 miljard in cash en aandelen op Guidant en ontketent daarmee een biedingsstrijd om de producent van medische apparatuur. Het bod waardeert Guidant op USD 72 per aandeel en ligt 14% boven het huidige bod van Johnson & Johnson van USD 63,43. In november stemde Guidant in met een verlaging van het bod van Johnson & Johnson van USD 25,4 miljard naar circa USD 21,5 miljard.

Johnson & Johnson had het eerste bod op Guidant ingetrokken door weerstand van de mededingingsautoriteiten en problemen van Guidant met haar defibrillatoren. In een reactie op het nieuwe bod van Boston Scientific stijgt het aandeel Guidant met 8,8% naar USD 67,28. Boston Scientific daalt met 0,3% naar USD 27,25 en Johnson & Johnson wint 0,1% op USD 61,25.

Computermaker Dell weet 1,2% te winnen op USD 31,19. Het aandeel profiteert van een adviesverhoging van Raymond James Associates van outperform naar strong buy. De analisten wijzen op positieve verwachtingen aangaande de toekomstige omzet en operationele marges.

Comstock Homebuilding verliest 7,8% op USD 14,40, nadat het bouwbedrijf de verwachting voor 2005 verlaagde. Comstock Homebuilding verwacht voor 2005 een winst per aandeel van USD 2,50-2,60, waar eerder werd uitgegaan van USD 2,75. Analisten rekenden tot nu toe op USD 2,70. Het bedrijf maakte tevens bekend voor USD 150 miljoen aan obligaties te gaan verkopen en 1 miljoen aandelen te willen terugkopen.

In het eerste uur van de handel werd bekend dat de ISM Non-Manufacturing Index van het Institute of Supply Management (ISM) in november is uitgekomen op 58,5, tegen een cijfer van 60,0 een maand eerder. Economen gingen gemiddeld uit van een indexcijfer van 58,0. Een cijfer boven de 50 geeft aan dat de Amerikaanse dienstensector groeit, terwijl een cijfer onder de 50 duidt op een inkrimping.