De sprong naar 3,4% inflatie
Foto: © MH Michiel Hendryckx
Hoeveel hij ook verdient, een consument zou altijd wel over wat meer koopkracht willen beschikken. Die schaarste creëert een motivatie om te blijven werken en vooruit te willen. De ervaring en verwachting is dat dankzij de economische vooruitgang en de concurrentie iedereen geleidelijk minder uren moet werken voor een beter goederenpakket. Dat verwachtingspatroon wordt pijnlijk doorbroken als brede groepen consumenten vaststellen dat hun koopkracht door een bruuske prijsstijging er vrij plots de facto op achteruitgaat.

Hoe een onverwachte stijging van de prijzen iedereen persoonlijk treft, is moeilijk te meten omdat jong en oud, bemiddelden en onvermogenden, financieel gehandicapten, gehuwden met kinderen en alleenstaanden anders leven. Prijzen stijgen nooit allemaal tegelijk, zodat iedereen concreet anders gepakt wordt door de prijsstijging van voeding, kledij, medicijnen, olie en gas, vakanties enzovoort.

Als gemene noemer bestaat in Europa een inflatie-index waar we allemaal naar kijken. In België (hoe kan het anders) zijn er natuurlijk 2 indices: een eerste index van alle prijzen, en een tweede (gezondheidsindex) van alle minus een aantal goederen zoals benzine en tabak. Binnen het Europees monetair systeem bestaat de doelstelling om de algemene inflatie-index beneden de 2% te houden, en dat is ook de verwachting, maar de Belgische inflatie bereikte onlangs een piek van 3,4%, dus een stuk hoger dan normaal. Vandaar dat er alarm wordt geslagen. Door de koppeling van lonen aan de inflatie in de Belgische wetgeving moeten de lonen stijgen. Maar gegeven de Europese context schiet er dan geen ruimte meer over voor reële loonstijgingen.

Wat is er gebeurd? Staan we voor een nieuwe inflatiespiraal? Hoe kan de inflatie bij ons plots het Europese gemiddelde doorbreken? Er wordt door het beleid wel héél zedig over gezwegen, maar de oorzaak van deze uitzonderlijke prijsopstoot van de algemene index blijkt te vinden te zijn bij de elektriciteit- en gasprijzen. Eerst zijn er de gewone factoren die iedereen begrijpt: een voordelig langetermijncontract van gaslevering uit Algerije kwam te vervallen, zodat een hogere prijs moet worden doorgerekend aan de eindklanten. En natuurlijk wordt de gestegen olieprijs doorgerekend. Maar de echte onverwachte sprong ontstond door de uitzonderlijke stijging van de administratieve kosten, opgelegd door de overheid.

In het raam van de regionalisering hebben alle regionale overheden hun lievelingsprojecten verwerkt in de elektriciteitstarieven. Het gaat vooral om nieuwe sociale en milieu-voorzieningen. Op zich niets speciaals. Deze wijzigingen werden door de federale regulator echter jarenlang verworpen. Deze conflicten leidden tot veel werk voor advocaten en op een bepaald moment waren er wel een 500-tal processen hangend. Uiteindelijk kwam er een dading uit de bus, met als gevolg dat die opgespaarde kosten nu vrijwel in één keer doorgerekend worden. Het extra deel van de indexverhoging is te zien als een manier om te betalen voor het sociale en maatschappelijke regionale beleid van de voorbije jaren, dat in één keer afgerekend wordt door slechte afspraken bij een voorgaande staatshervorming. Niet bepaald behoorlijk bestuur, maar als we niet in een inflatiespiraal terecht willen komen, zullen we moeten slikken. En ja, de rationele verwachting bestaat dat de inflatie om deze reden zal terugvallen tegen het eind van het jaar. Prijsstijgingen die volgen uit de nieuwe milieubewuste energiepolitiek zijn echter nog nauwelijks verwerkt. Dat zijn kostensprongen die later nog zullen komen.

Professor Emiel Van Broekhoven is emeritus gewoon hoogleraar van de Universiteit Antwerpen.

www.standaard.be/personalfinance