SPRAAKMAKERS. Yvan Bostyn na veertien jaar weg als topmanager van VDAB
Yvan Bostyn: ,,62 jaar is een mooie leeftijd om het iets kalmer aan te gaan doen. Foto: © herman ricour
BRUSSEL - Leidende ambtenaren heten ze officieel, de secretarissen-generaal op de ministeries en de administrateurs-generaal bij de (semi-)autonome overheidsdiensten. Maar dergelijke titulatuur past niet bij Yvan Bostyn. De 61-jarige Bostyn maakte naam als het prototype van de moderne overheidsmanager. Tot september kan hij daar prat op gaan, want dan verlaat hij na veertien jaar de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

EEN maand geleden verleende de Vlaamse regering ,,eervol ontslag'' aan Yvan Bostyn, om hem toe te laten in september, wanneer hij 62 jaar is geworden, met vervroegd pensioen te gaan. Bostyn noemt zijn vertrek logisch.

,,Het is gewoon tijd om het te doen. Na de zomer gaat de VDAB van start met een nieuwe structuur. Na de verkiezingen van juni komt er een nieuwe regering, en een nieuwe voogdijminister. Het is best dat een jongere manager dan de fakkel overneemt. 62 jaar is trouwens een mooie leeftijd om het iets kalmer aan te gaan doen. Sommige kranten hebben geschreven dat ik het goede voorbeeld had moeten geven door tot mijn 65ste te blijven werken. Bon, dat laat ik voor hun rekening. Ik heb hier altijd een grote jobtevredenheid gehad en dat zal de laatste maanden niet anders zijn.''

- Heeft voogdijminister Landuyt aangedrongen op uw vertrek? Moest u weg?Helemaal niet. Dit is mijn beslissing, die ik overigens een jaar geleden voor het eerst aan de minister heb voorgelegd. Onze onderlinge verstandhouding is uitstekend.

- Was die relatie altijd even goed tussen minister en topambtenaar? En met alle ministers?Er is maar één groot spanningsmoment geweest, onder Kelchtermans, toen diens kabinetschef een effectiviteitsstudie over de VDAB had besteld bij PricewaterhouseCoopers. Vlak nadat het Hoger Instituut voor de Arbeid uit Leuven die al had gedaan, met goed gevolg voor ons trouwens. Als het de bedoeling was om de VDAB in een minder fraai daglicht te stellen, is dat alleszins niet gelukt. De jongens van PricewaterhouseCoopers waren erg te spreken over onze managementaanpak. Ze konden geen enkele aanbeveling vinden voor een beter gebruik van de ICT-toepassingen. Ik heb die studie gebruikt om de VDAB een sprong voorwaarts te doen maken met de uitbouw van het callcenter. Sindsdien zijn de vernieuwingen nooit meer gestopt.

- Die voortdurende aanpassingen worden niet altijd op applaus onthaald door het personeel.

Misschien. Tot ze de voordelen van de gedane investeringen in ICT en zaken als competentie- en kennismanagement ontdekken. Binnenkort gaan alle personeelsleden, tot in de verste uithoeken van Vlaanderen, aangesloten zijn op een Intranet-systeem waardoor alle kennis en knowhow binnen de organisatie voor iedereen beschikbaar zijn. Zodat ze overal, eender wanneer, op eenzelfde manier op de vragen van onze klanten - werkzoekenden en bedrijven - kunnen antwoorden. We leggen de lat hoog: 80 procent van alle vragen moet binnen de 20 seconden adequaat zijn beantwoord.

- Hier spreekt de bekroonde, veeleisende manager. Oh, zo'n bekroning als overheidsmanager van het jaar is goed voor de hele dienst, ter versterking van de beroepsfierheid. Ik besef heel goed dat een manager niets alleen kan realiseren. De titel bleek wel een nuttige hulp in politieke onderhandelingen. (lacht) - Uw credo luidt dat de VDAB geen ministerie is. Maar het is toch ook geen bedrijf?Juist. Maar je kan het wel voor 75 procent leiden als een bedrijf. De rest hangt samen met de politieke besluitvorming in de regering en het beheer door en overleg met de sociale partners. Toegegeven, het is een eigenaardige situatie dat ik, volgens mijn contract, de beslissingen van het beheerscomité moet uitvoeren, maar niet door de beheerders benoemd ben maar door de regering. Die dubbelzinnigheid maken privé-managers niet mee.

- Wat kan u dan niet doen als overheidsmanager?De belangrijkste contrainte is de koppeling van het personeelsbeleid aan het ambtenarenstatuut. De VDAB heeft relatief veel contractuelen, maar vaak met functiegraden die vergelijkbaar zijn met die van statutaire ambtenaren. Bovendien kunnen ze na een tijd overstappen naar een vast ambtenarenstatuut. Dat strookt niet altijd met een functionele, flexibele omgang met 4.700 personeelsleden. Kijk, het is toch niet logisch dat de directeur van ons grootste kantoor, dat van Antwerpen, minder verdient dan zijn collega in Aalst, enkel omdat die laatste een hogere ambtelijke graad heeft?

- Hebben dat soort opmerkingen enig effect? Halen ze de tekst van een decreet?Dat soort adviezen komt terecht in de Grote Doos vol adviezen'' (lacht)- Budgettair mag u nochtans niet klagen, met 325 miljoen euro.De opeenvolgende Vlaamse regeringen hebben altijd een budgettaire prioriteit gemaakt van werkgelegenheid en opleiding. Ik heb maar één moeilijk jaar gehad, in 1994, toen we met een tekort van een paar honderd miljoen Belgische franken zaten. Inkrimpen op de investeringen en de invoering van betalende diensten, zoals werving en selectie, hebben ons toen gered. Iedereen keek raar op toen ik met die betalende diensten afkwam. Maar ze leverden al snel 100 miljoen bijkomende inkomsten op, per jaar.

- De regering doet er vanaf dit jaar 33 miljoen euro bij, als financiering voor de zgn. sluitende begeleidingsaanpak van werklozen. Een verhoging van het budget met 10 procent, dat kan tellen.Het geld zal niet versmost worden, als u daar op alludeert. Het is nodig om onze capaciteit aan contacten met en de opvang van werkzoekenden te verhogen. Vorig jaar werden 89.000 werkzoekenden intensief gescreend in onze lokale oriëntatiecentra. Dat moeten er veel meer worden, volgens het politiek akkoord tussen de federale en regionale regeringen. En daar hangt een prijskaartje aan vast. Ik stel vast dat de Vlaamse overheid het geld heeft gevonden, terwijl dat aan Waalse en Brusselse kant niet het geval is.

- Uit RVA-cijfers blijkt dat de Waalse bemiddelingsdienst Forem vorig jaar welgeteld één werkweigeraar heeft gerapporteerd. Bij de VDAB waren er dat 318. Wat vindt u van die ongelijke verhouding? De Waalse attitude is ongepast. Het kan niet dat er slechts één werkweigeraar rondloopt in heel Wallonië. Maar ik wil de schuld niet naar mijn Waalse collega van de Forem toeschuiven. Hij moet in een totaal andere en veel moeilijker omgeving werken. Niet alleen sociaal-economisch, ook politiek. Wat kan en mag hij doen? Een goed werkende overheidsdienst zou nochtans een verschil kunnen maken op de arbeidsmarkt. Kijk naar de VDAB. Toen we begonnen, kregen we jaarlijks 70.000 vacatures binnen van de bedrijven. Nu beslaat ons jobaanbod jaarlijks 240.000 vacatures. Omdat we de jobmarkt actief zijn gaan bewerken. Dankzij samenwerkingsakkoorden allerhande, met sectoren, met organisaties als Jobat.

Het is niet de eerste taak van de VDAB om werkonwilligen op te sporen. Maar als er misbruiken vastgesteld worden, moeten ze gemeld. Heel simpel. Tegenover het recht op een uitkering staat de plicht om op zoek te gaan naar werk, om tenminste te proberen. Werklozen die dat doen, en met ons meewerken, hoeven niets te vrezen van de nieuwe RVA-controles.

- Minister Landuyt heeft zijn voornemen laten varen om de VDAB op te delen. U blijft tegelijk de rol van regisseur en actor spelen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Dat moet u plezieren, want u was altijd tegen de opdeling gekant.Het siert Renaat Landuyt dat hij is teruggekomen op zijn beleidsnota van 1999. Niet voor mijn mooie ogen, maar omdat hij gaandeweg ontdekt heeft hoe sterk de VDAB is door de combinatie van die twee rollen. Wij zijn cruciaal voor een evenwichtige aanpak van alle groepen op de arbeidsmarkt. Het is toch normaal dat bijvoorbeeld de uitzendkantoren de kansarmen niet vooraan op hun lijst van klanten zetten. Ze zijn moeilijker aan een baan te helpen en er is minder geld op te verdienen. Dat is geen verwijt. Dat is eigen aan bedrijven die winst moeten maken. Maar omgekeerd mogen zij niet eisen dat de VDAB alleen maar voor en met de zwaksten moet werken. Ook wij hebben een rol te spelen voor hogeropgeleiden.

Trouwens, studies hebben uitgewezen dat de uitzendbedrijven bijzonder intensief gebruik maken van onze on line-databestanden van werkzoekenden. Blijkbaar zijn het ook voor hen waardevolle instrumenten.

Op een bepaald moment werd gesuggereerd om van naam te veranderen. We mochten niet meer VDAB heten. Jongens, toch. (armen wijdopen in de lucht) We hebben de commerciële handelswaarde van die naam eens door een gespecialiseerd bureau laten meten. Liefst 93 procent van de Vlamingen kent de VDAB. Neem die weg en het kost 10 miljoen euro om met een nieuwe naam eenzelfde bekendheid op te bouwen. Als we alleen nog regisseur mogen zijn, worden we een ministerie. Dan is de meerwaarde weg.

- Nu blijft u tegelijk rechter en partij op de Vlaamse arbeidsmarkt?Maar dat is niet waar. Dat is al te gemakkelijk. Het is een beetje zoals Belgenmoppen vertellen in Frankrijk. Dat is ook altijd prijs. Er is geen sprake van belangenvermenging of van een scheeftrekking van de markt. Wij zijn niet op winst of marktaandeel uit. We besteden reeds eenderde van onze beroepsopleidingen uit. En dat zal nog meer worden. Er staan samenwerkingsakkoorden met sectorfondsen op stapel. Daarbij, wie zegt dat onze taak beter en goedkoper door privébedrijven wordt gedaan, spreekt de waarheid niet. Ga de kostprijs en efficiëntie eens na van de veelgeroemde liberaliseringsexperimenten in Nederland, Engeland of Australië. De controle van regering, parlement en administratie op onze werking en budget is 36 keer groter dan bij een privébedrijf.

- Is de VDAB klaar voor het tijdperk na Bostyn? Wat wordt het zonder Bostyn?(lacht smakelijk) Allez, moet ik daar iets over zeggen? Neen toch. Wacht, het antwoord staat in die recente enquête door TNS Dimarso naar het imago van overheids- en privébedrijven. Op de vraag of we klaar zijn voor de uitdagingen van de komende tien jaar, scoren we 82,7 punten. Alleen KBC en Carrefour doen het beter. Daar kan ik mee leven.

Yvan Bostyn kijkt op zijn horloge. Het interview mag niet langer uitlopen. Op de middag wordt hij, samen met de andere bestuurders van de Koning Boudewijnstichting, op het koninklijk paleis verwacht. ,,Ik mag zeker niet te laat komen voor het aperitief.''