In de vijftien Europese lidstaten gelden erg verschillende regels voor zwangerschapsverlof en -vergoeding. Een overzicht:
België: 15 weken voor de moeder (17 bij een meerling), waarvan 9 verplicht: 1 voor de bevalling en 8 erna. Vergoeding bedraagt 82 % van het brutoloon in de eerste maand, 75 % nadien, met een plafond van 98.000 frank. Vaders krijgen 3 dagen verlof zonder loonverlies.
Denemarken: 28 weken voor de moeder (waarvan 4 verplicht voor de bevalling) en 2 weken voor de vader, tegen 100 % loon.
Finland: 105 dagen (17,5 weken) voor de moeder plus 26 weken voor moeder of vader, waarvan 30 tot 50 dagen verplicht voor de bevalling. Vergoeding is mix van forfaits en loonpercentages.
Frankrijk: 16 á 46 weken voor de moeder, waarvan 6 á 24 weken verplicht voor de bevalling. Vergoeding bedraagt 100 % van een geplafonneerd loon.
Griekenland: 16 weken voor de moeder, waarvan 56 dagen verplicht te nemen voor de bevalling. Vergoeding in forfaits per dag.
Groot-Brittannië: 18 weken voor de moeder, waarvan 11 weken verplicht te nemen voor de bevalling. Vergoeding bedraagt 90 % van het loon.
Italië: 21 weken voor de moeder, waarvan 2 maanden verplicht voor de bevalling. Vergoeding tegen 80 % van het loon.
Luxemburg: 16 á 20 weken voor de moeder, waarvan 8 verplicht voor de bevalling. Vergoeding tegen 100 % van het loon.
Nederland: 16 weken voor de moeder, waarvan 4 verplicht voor de bevalling. Vergoeding tegen 100 % van het loon.
Oostenrijk: 16 á 20 weken voor de moeder, waarvan 8 weken verplicht voor de bevalling. Vergoeding bedraagt 100 % van het loon.
Spanje: 16 weken voor de moeder, tegen 100 % van het loon.
Zweden: 450 dagen (bijna 64 weken), waarvan 30 dagen verplicht voor de vader; de moeder neemt verplicht 50 dagen voor de bevalling.
Ierland: 14 weken voor de moeder, waarvan 4 weken verplicht voor de bevalling. Vergoeding is 70 % van het loon.
Duitsland, Portugal: 14 weken voor de moeder, waarvan 6 weken verplicht voor de bevalling. Vergoeding tegen 100 % van het loon.