Een aantal kleine mantelmeeuwen trekt dagelijks van Zeebrugge naar de chipsfabriek van Moeskroen om zich tegoed te doen aan de snacks. Dat is een van de opvallendste resultaten van een onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De cijfers werden dinsdagochtend voorgesteld in Oostende.

Het INBO onderzoekt al sinds 1999 de gedragingen van meeuwen, maar sinds kort gaat het onderzoek verder. Vijf zilvermeeuwen en 22 kleine mantelmeeuwen kregen in het voorjaar een zender met gps omgegordeld. Het INBO wil daarmee uitzoeken waar de meeuwen zich bevinden, waar ze op zoek gaan naar voedsel en hoe ze zich verplaatsen en hoopt vanuit die bevindingen een wetenschappelijke onderbouw te geven aan het meeuwenbeleid aan de kust.

De resultaten zijn opmerkelijk. Zo trokken zeven kleine mantelmeeuwen dagelijks naar Moeskroen om chips te eten. Ook de andere kleine mantelmeeuwen trekken vaak het binnenland in, daar waar eerder werd gedacht dat ze vooral op zee vertoeven. Nog opvallend is dat de meeuwen de kanalen gebruiken om landinwaarts te gaan. De mantelmeeuwen in Zeebrugge trekken voornamelijk naar het zuiden via het Boudewijnkanaal en de Leopoldsvaart.

Ook de resultaten bij de zilvermeeuwen waren opvallend. Uit de eerste bevindingen zien de onderzoekers dat ze sterk individualistisch zijn en zich minder in de binnenstad begeven dan dat men zou verwachten, gezien veelvuldige berichten van overlast.

Deze exemplaren vertoeven vaak op golfbrekers of in het agrarisch gebied van de polders.

Toch moeten de resultaten met enige voorzichtigheid behandeld worden. Het onderzoek is nog jong en 27 meeuwen op 7.000 broedparen zijn weinig representatief.

Het INBO gaat de data nog dieper onderzoeken en hoopt volgend jaar ook de vlucht tijdens het winterseizoen in kaart te brengen.