‘Duitsland moet berging Congoboot mee betalen’
Foto: AFP

Watererfgoed Vlaanderen vindt dat Duitsland ‘moreel en juridisch verantwoordelijk’ is voor het zinken van de laatste Belgische Congoboot Charlesville. De Duitse overheid moet minstens gedeeltelijk instaan voor de bergingskosten, stelt de organisatie.

Voor Watererfgoed Vlaanderen is het duidelijk: Duitsland draagt de verantwoordelijkheid voor de handelingen van onder meer de stad Rostock en de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, die eerder een mogelijk reddingsplan voor de boot vanuit Vlaanderen van de hand wezen.

De overnamevoorstellen werden volgens de koepelorganisatie onvoldoende bestudeerd, de voorwaarden meermaals gewijzigd en het schip werd uiteindelijk vrijgegeven aan een spookfirma die het duidelijk met het oog op verschroting aankocht. Bovendien zou de Charlesville voor het wegslepen uit Rostock vakkundig gestript zijn van waardevolle interieurelementen.

Dat alles staat voor Watererfgoed Vlaanderen gelijk aan een ‘intentionele vernietiging van cultureel erfgoed’, aangezien de Congoboot in Duitsland nog steeds beschermd was/is en ook in Vlaanderen op weg was naar een dergelijk statuut.

De conclusie van Watererfgoed Vlaanderen is dan ook dat de berging van de Charlesville, die noodzakelijk zou zijn om de scheepvaart in de omgeving niet te hinderen, mee door Duitsland moet worden betaald. Duitsland, Polen én Vlaanderen zouden er bovendien moeten op toezien dat het historische schip daarbij ongeschonden blijft, aangezien het nu juridisch gezien ‘onderwatererfgoed’ zou zijn.