Bij God in Oxford: reddingsplannen voor de klimaatverandering
Foto: rr
Is het na de dino’s onze beurt? Of kunnen we het tij nog keren? In Oxford wordt, bij sloten koffie, een nooduitgang gezocht. Kunnen we zonlicht tegenhouden of terugkaatsen, wolken witten, nepbomen planten of CO2 in de oceaan begraven? Geo-engineering: een kwestie van trial, maar toch vooral veel error.

We bevinden ons in het Atmospheric, Oceanic and Planetary Physics-departement van de Universiteit van Oxford. Simon Driscoll bestudeert hier de effecten van vulkaanuitbarstingen op klimaat- en weerpatronen. En hoe het opzettelijk opwekken van één effect daarvan – het injecteren van zwavel hoog in de lucht – wel eens een manier zou kunnen zijn om de opwarming van de aarde indien niet te keren dan toch te vertragen.

Driscoll toont ons hoe het werkt. ‘Je zou met een ballon sulphur aerosoles kunnen oplaten in de stratosfeer, 10 kilometer boven de polen, 17 kilometer boven de evenaar. De zwaveldeeltjes die je op die hoogte in de hemel injecteert, houden het zonlicht tegen. Zo zou je de temperatuur op aarde kunnen doen dalen. Het is één techniek van wat we Solar Radiation Management (SRM) noemen.’

Massavernietiging

De Amerikaanse cult- en wetenschapsjournaliste Annalee Newitz, auteur van How Humans Will Survive a Mass Extinction, klinkt zeer alarmerend over de toekomst van onze planeet: ‘We staan op de rand van een zesde massavernietiging. De vijfde was diegene die de dinosaurussen nekte.’ Tegelijk toont ze zich erg optimistisch over onze kansen om dat Einde van de Wereld toch te overleven. Ze gelooft niet enkel sterk in de mogelijkheden van geo-engineering, maar ook in ruimtetechnologie die de mens letterlijk een nooduitgang kan verschaffen, mocht de aarde onleefbaar worden.

Virtuele god

Mogen we ons dan snel verwachten aan de reële toepassing van technieken om zonlicht te weerkaatsen of CO2 uit de atmosfeer te halen? ‘We are nowhere close’, zegt Tim Kruger, afdelingshoofd geo-engineering van de Oxford Martin School. ‘Niets van dit alles is tot nu toe de fase van het laboratoriumonderzoek ontstegen. En niets wijst erop dat dit snel zal veranderen.’

Nee, geo-engineering zal wellicht nooit het witte konijn worden dat onze planeet zal redden. Al helemaal niet geo-engineering alléén. En ook al zeker niet binnen de tijd die ons nog rest indien we niet drastisch anders gaan leven en, vooral, minder CO2-troep de lucht injagen.

Het maakt er het enthousiasme van Simon Driscoll voor zijn job niet minder om. ‘Mijn werk is gewoon, wel, wow!’ Driscoll mag zich elke dag een beetje master of the universe wanen. Een virtuele god. ‘Laat eens zien wat er met onze wereldbol gebeurt als we dit of dat doen. Een beetje meer zwavel in de stratosfeer, een beetje meer naar links of naar rechts. En hier nog wat ijzer in de oceaan, daar nog wat spiegels in de woestijn. Erg spannend allemaal.’

Driscoll werkt mee aan het door de Britse overheid gefinancierde, interuniversitaire SPICE-project, voluit: Stratospheric Particle Injection for Climate Engineering. Het onderzoekt de haalbaarheid van het hoger genoemde management van zonnestralen (SRM). Zeg maar: het doelbewust ingrijpen in de mechanismen die de temperatuur op aarde regelen. In de hoop om het worstcasescenario, een stijging met 4 of meer graden tegen het einde van deze eeuw, af te wenden. Zwavel in de stratosfeer pompen is maar een van de SRM-technieken die in Oxford worden onderzocht. Je kunt ook zonlicht terugkaatsen door spiegels in de ruimte te plaatsen.

Simon Driscoll schudt heftig het hoofd. ‘Technische haalbaarheid: 0%. En de kostprijs zou waanzinnig hoog zijn. Spiegels in de woestijn of cloud scrubbing, wolken witten door er chemicaliën aan toe te voegen dan? Ook niet. Driscoll houdt van alle SRM-technieken alleen het spoor van de zwavelinjectie over. En ook daar heeft hij de afgelopen jaren en na ettelijke computersimulaties alleen maar meer ifs and buts zien opduiken. En dat zijn maar de technische knopen. Daarmee is nog niets gezegd over de ethische kant van de zaak of de politieke haalbaarheid. Ook rijst de vraag wie de knoppen kan en/of mag bedienen, eens de technologie het zou toelaten? ‘We moeten goed nadenken over wat er allemaal kan mislopen,’ knikt Kruger, ‘maar zonder alarmistisch te zijn. Voorzichtigheid is geboden, maar we kunnen het ons ook niet veroorloven om dan maar niets te doen. Geo-engineering is geen wondermiddel, maar geen onderzoek doen is evenmin een optie, want we zouden het wel eens heel erg nodig kunnen hebben.’

Mocht u er nog aan twijfelen: het is erg fout om te verwachten dat geo-engineering het tij nog net op tijd zou kunnen keren. Nog fouter om achterover te gaan leunen en de rem op onze ecologische voetafdruk te lossen. In Oxford zijn ze erg beducht voor dat soort politiek misbruik van hun onderzoek en communicatie.

Dit is een ingekorte versie van het verhaal dat dit weekend in DS Weekblad verschijnt.