Aangekondigde lafheid
De gewraakte prent, met tekstballon

Het is niet Jan Peumans die verantwoordelijk is voor de censuur op de affiche voor de striptentoonstelling in het Vlaams Parlement, vindt Ingrid Verbanck. Het zijn de curatoren Dany Vandenbossche en Jan Hoet die niet hadden mogen toegeven aan het verzoek van Peumans.

Wie? Marketingverantwoordelijke, ze blogt als Wendy Kroy.

Wat? De curatoren van de tentoonstelling hebben niet nagedacht en alleen maar de bevelen van hogerhand ­opgevolgd.

 

De tentoonstelling De wereld van strips in originelen in de loketten van het Vlaams Parlement was nog niet geopend of het zat er bovenarms op: een relletje rond censuur. Altijd goed voor de polarisatie en de bezoekersaantallen.

Dany Vandenbossche (in een vorig leven Vlaams parlementslid voor de SP.A) en de eeuwige Jan Hoet zijn curatoren van de tentoonstelling. Samen met een heus wetenschappelijk comité hebben ze 200 originele platen geselecteerd uit de rijke stripgeschiedenis van België. Daar zitten ook een aantal werken van de hand van Hoet zelf in, want die heeft nog vijf jaar lang strips getekend voor onder andere Zonneland. Uiteraard volgde meteen de obligate verklaring ‘dat Hoet dat eigenlijk niet wilde, maar dat hij zwichtte onder de druk van Vandenbossche’. Of dat soort schaamteloze zelfpromotie eigenlijk wel kies is, daar hoor je niemand over. Men slikt die formele non-verklaring van de ene curator over de andere en gaat over naar de orde van de dag.

Jan Hoet lijkt mij nochtans geen makkelijke mens, en al zeker niet iemand die zich door anderen onder druk laat zetten. Dat hij dan zou zwichten voor iemand als Dany Vandenbossche, die in de rest van dit dossier getuigt van uitzonderlijk weinig ruggengraat, is bijzonder ongeloofwaardig.

Halfslachtig

Vandenbossche is namelijk die man die besloten om heeft om de tekstballon te schrappen van de veelbesproken prent op de affiche. Niet Peumans. Op het moment dat de voorzitter van het Vlaams Parlement de affiche onder ogen krijgt, laat hij aan Vandenbossche via mail weten ‘niet te kunnen instemmen met de cover van een affiche waar een exclusief Franstalige tekstballon staat’. Hij dringt aan op een beeld uit een Vlaamse strip. Dat is een ideologische keuze, en in het licht van de ontwikkelingen van de laatste jaren waarbij er zeer lichtgeraakt wordt gereageerd op talenkwesties in dit land, hoeft het verzoek van Peumans niet eens zo te verwonderen.

Wat dan wel voor wenkbrauwengefrons zou moeten zorgen, is de halfslachtige reactie van de curatoren. Vandenbossche haast zich te antwoorden dat ‘de tekstballon zal worden leeggemaakt, zoals dat trouwens voor tentoonstellingen vaak gebeurt’. Het beeld van een kruiperige lakei doemt op. Het is alleszins niet bij Vandenbossche & Hoet dat een mens moet zijn voor Principes & company.

Hoet, nooit verlegen om een cassante uitspraak, laat bij Joos op Radio 1 optekenen dat hij het ‘belachelijk’ vindt. Dat het is alsof je bij Magritte het onderschrift ‘Ceci n’est pas une pipe’ zou schrappen. Inspiratie zat voor Facebookkunstenaars, want de aangepaste pijp van Magritte zie je nu her en der opduiken met de tekst ‘Dit is geen pijp’ erbij. In datzelfde radioprogramma trekt Hoet ook zijn paraplu open door te zeggen dat de curatoren gezwicht zijn omdat ‘het administratieve personeel verantwoordelijk gesteld zou worden’.

De waarheid is dat zowel Vandenbossche als Hoet eieren voor hun 10.000 euro hebben gekozen en zelf te weinig kloten aan hun lijf hadden om niet toe te geven op deze princiepskwestie. Blijkbaar was het te moeilijk om de voorzitter te laten weten dat zijn vraag nergens op sloeg en dat er geen haar op hun hoofd was dat er aan dacht om zich neer te leggen bij dat soort benepen reglementjes en dat er nog altijd iets is als artistieke vrijheid. Dat ook Waalse of Brusselse striptekenaars relevant zijn in Vlaanderen. Dat een curator onafhankelijk zijn werk moet kunnen doen, los van bureaucratische regeltjes. Kortom: Vandenbossche en Hoet hadden de rug recht en de borst vooruit – als Vlaamsche kerels – Peumans een consequent poepje moeten laten ruiken.

Maar dat soort moed, daar hoeven we bij deze zelfcensurerende curatoren niet op te rekenen. Wie hier en nu al niet durft opkomen voor wat hij juist en rechtvaardig vindt, daar moeten we in tragischer tijden geen heldendaden van verwachten. Misschien dat beide heren maar eens Hannah Arendt moeten lezen en wat ze zeggen heeft over de afwezigheid van kritisch denkvermogen en het lafweg volgen van bevelen van hogerhand. Het mechanisme dat Arendt ‘de banaliteit van het kwaad’ noemde is ook hier aan het werk. In een embryonaal stadium natuurlijk, maar toch.

De rel was compleet toen Kamagurka via Twitter liet weten dat hij het ‘un Peu Beu-Mans’ was en dat hij zijn werken uit de tentoonstelling wilde laten weghalen. Jammer dat hij enkel Peumans op de korrel nam. En misschien had een gezamenlijke, gecoördineerde actie van de kunstenaars in kwestie meer uitgehaald. De boodschap had kunnen zijn dat respect voor elkaars taal noodzakelijk is, maar dat respect niet gelijkstaat aan het optrekken van het figuurlijke equivalent van de Berlijnse muur tussen de twee grootste taalfamilies in dit land.