Daar is de lente, daar is de grote schoonmaak. Tijd om die conserven uit 2003 weg te gooien, facturen van drie jaar geleden te klasseren en die paarse sneakers op Ebay te zetten. Want, zo blijkt uit een studie van Batibouw, we hebben met z’n allen veel te weinig opbergruimte. Maar is dat wel zo?

Op maandagavond hangt er steevast een gespannen sfeer in huis. Het is de avond vóór het bezoek van de poetsvrouw, en dat betekent opruimen. Gevolg: iedereen slechtgezind. Met lood in de schoenen worden wasmanden gesorteerd, wijnglazen afgewassen, kranten weggegooid – ‘dat artikel wilde ik eigenlijk nog wel lezen’ – en worden de potjes naast het bad mooi op een rechte lijn gezet. Daarna is het tijd voor een kleine verhuizing richting kelder, want voor volumineuze keukentoestellen als een grill, een stoommachine, een espressoapparaat en een fancy messenset is in de keuken eigenlijk geen plaats. Op het aanrecht belemmeren ze het werk van de poetshulp, dus moeten ze op maandag in de kelder overnachten. Om op woensdag weer een voor een naar het aanrecht te verhuizen.

Deze sfeerschepping om maar te illustreren hoe een mens dan weinig verrast reageert wanneer Batibouw een onderzoek uitstuurt met dit besluit: we hebben allemaal veel te weinig opbergruimte. Dat is zonder twijfel waar. Ik heb extra kasten, dozen en kelders nodig. Misschien wel een groter huis, of een soort depot.

‘Niet zo snel’, zegt Sara Van Wesenbeeck, opruimcoach en auteur van boeken als Het slimme budgetboek en Het slimme organizing boek. ‘Opbergruimte is niet de kern van het probleem, we moeten structuur creëren.’ Daarmee bedoelt Van Wesenbeeck geen minimalistische opeenvolging van ingemaakte kasten. Want, zo luidt het goede nieuws, een georganiseerde chaos bestaat.

Oer-rommel

Wanneer we even diep in ons hart kijken, dan weten we waar het pijnpunt zit. Er komt bij ieder van ons meer binnen dan er buitengaat, met als gevolg een rommelinfarct. ‘We beseffen te weinig dat alles wat we kopen niet alleen geld, maar ook tijd kost. Elk item heeft een plaats nodig, het moet afgestoft en/of opgeruimd worden. Heel simpel: hoe minder spullen, hoe minder werk.’

Het komt er met andere woorden op aan regelmatig spullen te elimineren. ‘Daar zit een belangrijk struikelblok. We kunnen maar moeilijk afscheid nemen van onze bezittingen’, aldus Van Wesenbeeck. Dat is al eeuwen zo. Wanneer de oermens ergens iets interessants signaleerde, zoals een handige steen of een plant die geweldig zou smaken bij het stuk vlees dat hij eerder had weten te bemachtigen, dan zorgden zijn hersenen onmiddellijk voor de prikkel: meepakken! En dus sleepten de eerste mensen massa’s rommel mee naar hun grot. Soms nuttig, soms niet, maar het was wel dankzij die rommel dat ze konden overleven. ‘Je hoeft niet eens zo ver terug te gaan in de tijd’, zegt Van Wesenbeeck. ‘Mensen die de oorlog hebben meegemaakt, zullen ook niet zo gauw iets weggooien.’ Ik onthoud: opruimen is tegen onze natuur. Maar omdat het tóch moet gebeuren, en de lentekriebels volgens coach Van Wesenbeeck een ideale stimulans zijn, stelt zich de volgende vraag: hoe?

Rond vs. vierkant

‘Loop elke avond al eens tien minuten door het huis’, zegt ze. ‘Wat meteen weg mag, gooi je meteen weg. Hetzelfde met paperassen. Krijg je bijvoorbeeld een brief binnen om de meterstand door te geven, doe dat dan onmiddellijk. Het bespaart je stress.’

‘Wil je het iets grondiger aanpakken, stel dan haalbare doelen. In één uur een volledige kamer opruimen, is niet realistisch. Ik zie het vaak, hoe mensen vol goede moed aan een ruimte beginnen, alles uitladen en na twee uur door het bos de bomen niet meer zien en ermee ophouden. Om dan met meer rommel te blijven zitten dan twee uur eerder. Vandaar: begin met één kast, of zelfs één lade. Dat geeft meer voldoening.’

Oké, maar laten we het even over de tekortkomingen van die kasten en lades hebben. Waarom zijn plastic potjes vaak rond, terwijl kasten rechthoekig zijn? Hetzelfde voor etenswaren: spaghettisaus, mayonaise, pesto, olijven? Ronde potten voor een rechthoekige koelkast. ‘Daar zit inderdaad geen logica in’, moet Van Wesenbeeck toegeven. ‘Ik gebruik zelf vierkante potten. Koop dus voortaan alleen nog vierkante potjes, bij voorkeur de soort die je met deksel en al kunt stapelen. Want dekseltjes slingeren ook vaak zomaar rond. Ga gewoon eens na van welke potjes je nog het deksel hebt, en gooi de rest weg.’

Het ideeënboekje

‘Mijn klanten zijn vaak creatievelingen’, zegt opruimcoach Van Wesenbeeck. Tussen de lijnen lees je: wie creatief is, maakt rommel. Uit een rondvraag bij enkele creatieve vrienden komt de bedenking naar boven dat ‘opruimen’ niet in de tijd afgebakend kan worden. Wie opruimt, begint algauw foto’s opnieuw te bekijken of een magazine te lezen. En vergeet niet het gevaar té goed op te ruimen. Schoenen die ik bijvoorbeeld een jaar later opnieuw ontdek, omdat ze ergens ver weg in een kast zaten. Dat is volgens de opruimcoach het signaal om die schoenen te elimineren. Want wat je een jaar lang vergeet, heb je niet echt nodig.

Een andere oplossing zijn doorzichtige opbergdozen, geeft Van Wesenbeeck nog mee. Ik probeer mezelf nog even goed te praten met de dooddoener: creatieve mensen hebben geen rommel, ze hebben overal ideeën liggen. ‘Daar zit zeker iets in,’ zegt Van Wesenbeeck, ‘al is het voor creatievelingen heel belangrijk om ook in die ideeën structuur aan te brengen. Ik raad altijd aan om alle ideeën in één boek te noteren. Zo weet je altijd waar je moet gaan zoeken. Maar dat geldt ook voor wie geen creatieve job heeft. Noteer alles op één plaats, dat verzacht de stress aanzienlijk.’
De opruimkar

Alle goede raad ten spijt, lossen sommige anonieme getuigen hun probleem eerder drastisch op. De poetsvrouw opzeggen, bijvoorbeeld, zodat de opruimdeadline wegvalt. Of twee vaatwassers installeren, waarvan afwisselend eentje dienstdoet als servieskast. Voordeel: nooit meer de machine uitladen. In het Design Lab van Electrolux werd drie jaar geleden al een gelijkaardig toestel voorgesteld. Een kast en vaatwasser in één, zodat de propere afwas onmiddellijk op zijn plaats staat.

Ook aan het probleem van de ronde potten wordt gewerkt. De keukenfabrikant Bulthaup heeft in het gamma lades met afgeronde compartimenten, waar potjes perfect in passen. Ook de grote ketens spelen in op de opruimproblematiek. Bij Ikea is bergruimte al jaar en dag een belangrijk thema, met telkens nieuwe, handige manieren om spullen op te slaan. Ook het Nederlandse Hema springt deze zomer op de opruimkar, met als slogan Tidy is the new black. In het gamma: opbergdozen en handige rekjes voor magazines.

Volgens de Batibouw-enquête is dat vooral goed nieuws voor de vrouwelijke helft van de bevolking. Want het zijn nog steeds vooral de vrouwen die de opruimtaak op zich nemen – en dus ook met de stress zitten. ‘Veel vrouwen zijn er ook van overtuigd dat ze het beter doen’, nuanceert Van Wesenbeeck. ‘Het komt erop aan te delegeren.’ Toch zijn het harde cijfers in de bevraging van meer dan drieduizend Belgen. Volgens de ondervraagde vrouwen gaat slechts 4 procent van de orde-verdienste naar de man. Toch een bijzonder laag cijfer.

Niks mis met een eerlijke beurtrol. Als u het mij vraagt, zijn die ondervraagde vrouwen ook potjes met een verkeerd deksel. Of potjes die geen deksel verdragen, dat kan ook.

DE FOTO'S

De Nederlandse fotograaf Erik Klein Wolterink heeft een bijzondere voorliefde voor de geordende chaos van elke dag. Voor het boek Kitchen portraits, waaruit de foto’s op deze pagina’s komen, ging hij in Amsterdam keukenkastjes opentrekken. ‘Dat is een fascinatie die ik overhoud aan mijn kindertijd’, vertelt hij. ‘Als vijfjarige al trok ik alle kasten open en ging ernaar zitten kijken.’ 

Tijdens zijn ronde langs keukens allerhande moest hij vaststellen dat er toch een soort taboe bestaat over het snuisteren in andermans keukenkastjes, een zekere intimiteit. ‘Soms kwam ik in heel nette keukens terecht, maar wanneer ik de kastjes opentrok, bleken ze smerig’, vertelt Klein Wolterink, die de bereidwillige huiseigenaars telkens oplegde niet te poetsen of op te ruimen. De fotograaf maakte telkens een overzichtsbeeld van de keuken, waarna hij afzonderlijk de inhoud van elk kastje ging fotograferen, om daarna een soort plattegrond van de keuken samen te stellen. Het resultaat is een erg herkenbare, ietwat voyeuristische kijk op de gemiddelde Amsterdamse keuken en haar inhoud. Voor Klein Wolterinks volgende project gaat hij op zoek naar interessante keukens in New York.