Twee agenten aangehouden voor fraude in verdwijningszaak
Foto: BELGA
In het onderzoek naar de verdwijning van Vera Van Laer heeft de onderzoeksrechter twee politie-ambtenaren aangehouden op verdenking van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken.

De tenlasteleggingen hebben betrekking op de onderzoekshandelingen die de twee in 1996 gesteld hebben - het jaar dat Vera Van Laer verdween - en de processen-verbaal die erover werden opgesteld. Het parket wil geen verdere details kwijt.

De politiemensen voerden destijds mee het onderzoek naar de verdwijning van Vera Van Laer. Zij werd voor het laatst gezien op 5 juli 1996 en was toen 30 jaar. Haar ex-vriend Marc De Schutter - die dinsdag werd aangehouden op verdenking van moord - was toen ook al een verdachte in de zaak.

De Schutter zou destijds bevriend geweest zijn met de speurders die haar zaak onderzochten en bewust fouten gemaakt zouden hebben om hem uit de wind te zetten. De Schutter werd op 6 februari 2003 buiten vervolging gesteld, omdat er onvoldoende aanwijzingen van schuld waren.

Onderzoek heropend

Zeven jaar later werd beslist om het onderzoek te heropenen en dat leidde eind juli tot zijn aanhouding in Thailand. De Schutter werd uitgeleverd en dinsdag aangehouden op verdenking van moord, maar hij ontkent iedere betrokkenheid.

De onderzoeksrechter liet woensdag huiszoekingen uitvoeren in onder meer de politiekantoren aan de Oudaan en de Mechelsesteenweg. 

Valsheid in geschrifte

'De onderzoeksrechter heeft dfe twee gehoord, in verdenking gesteld en aangehouden op verdenking van valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken door een openbaar ambtenaar', zegt Paul Van Tigchelt van het Antwerpse parket. 'Concreet gaat het om de proccssen-verbaal die werden opgesteld in het onderzoek naar de verdwijning.'

Nu is de vraag of de politiemensen bewust fouten hebben gemaakt om de hoofdverdachte uit de wind te zetten.

Zij verschijnen wellicht dinsdag voor de raadkamer en Marc De Schutter vrijdag.