Zwitserland staat voor het vierde jaar op rij op het hoogste trapje van de competitiviteitsranking. Singapore blijft tweede en Finland komt de top drie binnen.
Opvallend is de vijfde plaats van Nederland, dat vorig jaar nog zevende stond. De Verenigde Staten gaan dan weer voor het vierde jaar op rij achteruit en staan nu zevende in de lijst van 144 landen. Burundi staat helemaal onderaan.
Zwitserland en landen uit noordelijk Europa hebben hun goede ranking kunnen consolideren sinds de financiële en economische crisis van 2008, schrijft het WEF. De concurrentiekracht van Zuid-Europese landen als Portugal (49ste), Spanje (36ste), Italië (42ste) en vooral Griekenland (96ste) is een pak minder. Frankrijk zakt dit jaar verder naar de 21ste plaats.
Klaus Schwab, oprichter en topman van het WEF, waarschuwt dat de groeiende kloof tussen zwakke en sterke landen, die met name in Europa steeds dieper gaapt, onze welvaart bedreigt. 'We dringen er bij de regeringen op aan om maatregelen op lange termijn te nemen om zo het concurrentievermogen op te voeren en wereldwijd voor duurzame groei te zorgen.'
Van de opkomende economieën blijven China (29ste) en Brazilië (48ste) stijgen. Maar Zuid-Afrika (52ste), India (59ste) en Rusland (67ste) moeten wat plaatsen prijsgeven op de ranking.
Beperkte 'technologische gereedheid'
België scoort vooral goed inzake gezondheidszorg en basisonderwijs, waar we wereldwijd nummer 2 zijn. Andere goede punten zijn hoger onderwijs en vorming, de kwaliteit van het bedrijfsleven in het algemeen en innovatie.
Slecht doet ons land het in de categorie 'technologische gereedheid', waar we liefst 11 plaatsen zakken door onze achterstand in mobiele breedbandabonnementen (een nieuwe indicator sinds dit jaar). Wat de arbeidsmarkt betreft is de geringe flexibiliteit bij aanwerving, ontslag en loonvorming de opvallende negatieve factor. Onze hoge overheidsschuld en budgettaire tekorten spelen een negatieve rol in de achteruitgang van het macro-economische klimaat.
'Zorgwekkend'
Volgens prof. dr. Wim Moesen van de KU Leuven is het zorgwekkend dat de overheidsbureaucratie onze efficiëntie verlaagt en dat bedrijfsleiders een lage score toekennen aan de infrastructuur in ons land. 'Er is in België een gebrek aan waardevermeerderend onderhoud van infrastructuur, van wegen en spoorwegen. Wij laten de veroudering plaatsvinden. We onderhouden wel, we vullen de putten in de wegen, maar we verbeteren de kwaliteit van die wegen niet. De laatste zes, zeven jaar zijn we elk jaar een plaats verloren op de ranking. Eerder was infrastructuur nog een concurrentieel voordeel voor België.'
België wordt door de bedrijfsleiders ook nog steeds gezien als een van de slechtste landen inzake belastingklimaat. Ook onze index vormt een negatieve factor. 'Maar in het verleden is de index eigenlijk nooit nadelig geweest', benadrukt Moesen. 'In normale omstandigheden is de index niet nadelig, in buitengewone omstandigheden zoals sterk stijgende olieprijzen wel. Het is dan aan ons land om Europa te tonen dat we de index goed kunnen hanteren, door bijvoorbeeld eens een jaar over te slaan om de situatie te kalmeren. We moeten tegen Europa zeggen: 'laat ons met rust, wij hanteren dit systeem met wijsheid'.'
