Opzienbarend is dat Hitler tot de haplogroep 'E1b1b' blijkt te behoren, die weinig courant is in Duitsland en West-Europa. Die 'genetische vingerafdruk' komt veel vaker voor in het zuiden: bij 25 procent van de Grieken en Sicilianen, en bij maar liefst 50 à 80 procent van de Noord-Afrikanen.
Haplogroep E1b1b komt het frequentst voor bij de Berbers en daarnaast ook in Somalië. Opvallender nog is dat de haplogroep van Hitler de op één na vaakst voorkomende haplogroep is bij de Asjkenazische Joden.
Die kwestie wordt pas echt fascinerend als je ze afzet tegen het wereldbeeld van de nazi’s, waarin zo’n extreem belang werd toegekend aan begrippen als bloed en ras, zo staat te lezen in het tijdschrift. Hitlers bezorgdheid over zijn eigen afkomst blijkt niet onterecht. Uit het onderzoek van Knack blijkt dat hij zelf niet 'raszuiver' of 'arisch' was.
Journalist Jean-Paul Mulders spoorde in het verleden verwanten van Hitler op in Oostenrijk en de Verenigde Staten. Hij rekende onder andere af met de hardnekkige mythe dat Hitler tijdens de Eerste Wereldoorlog een zoon zou hebben verwekt bij een jonge Française.



