Hervormingen secundair onderwijs zijn niet de juiste

Als de middelmaat de norm wordt

De hervorming van het secundair onderwijs moet ertoe leiden dat we minder denken in termen van watervallen ‘lage richtingen'. Dat is niet alleen bijzonder naïef, schrijven CARL VAN KEIRSBILCK en GEERT NOELS, het is een hervorming die voorbijgaat aan de echte problemen in het onderwijs.
Als de middelmaat de norm wordt
© BDW
Onlangs stelde het Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs zijn hervormingsplannen voor (DS 9 mei) , De plannen lopen tamelijk gelijk met die van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A). In de eerste graad wordt gekozen voor een brede algemene vorming, met aanvullende keuzevakken. Zo wil men een definitieve studiekeuze wat uitstellen. In de tweede en de derde graad komen vijf studiedomeinen die de huidige opdeling aso, tso, bso en kso vervangen. Dat zou de hiërarchische perceptie moeten wegwerken. Maar het is naïef om te geloven dat ouders en leerlingen in de nieuwe studiedomeinen niet heel snel een nieuwe hiërarchie zouden ontwaren.



Maar het grootste probleem met de hervormingsplannen is dat ze geen antwoord bieden op de zes belangrijkste uitdagingen van ons onderwijs.



1. Afremmen van de sterkste leerlingen. Uit divers onderzoek (de Pisa-studies bijvoorbeeld) is duidelijk gebleken dat onze sterkste leerlingen zwaar worden afgeremd en helemaal niet zo goed presteren als algemeen wordt aangenomen. Door de nieuwe plannen zal de klasomgeving heterogener worden, wat zal leiden tot een verdere nivellering naar beneden. Differentiatie (remediëring voor de ene, uitdieping voor de andere) zou de grotere verschillen tussen leerlingen moeten opvangen, maar dat is helaas utopisch. Leerkrachten zijn daar niet voor opgeleid, stelde de Vlaamse onderwijsinspectie al, en onderzoek van de Universiteit Amsterdam geeft aan dat differentiëren een van de moeilijkste vaardigheden is voor een leerkracht. Jan Van Damme (KULeuven) stelt vast dat leraren de klassen nu al homogeen maken.



Sterke leerlingen die in zwakkere klassen terechtkomen worden daardoor benadeeld. Dat effect is zelfs sterker voor minderheidsgroepen, suggereert onderzoek. Differentiatie is daarom in het beste geval een rookgordijn, of gewoon pure nonsens, zo klink het. Het valt dus te vrezen dat deze hervorming alleen maar zal leiden tot een verdere daling van het prestatieniveau van onze sterkste leerlingen.



2. Exit zonder diploma. Tussen 1999 en 2008 steeg het percentage uitstromers zonder diploma van 12 procent tot 14,2 procent. Zittenblijven is een belangrijke voorspellende factor. Een eerste maal dubbelen verhoogt de kans op een exit zonder diploma met 50 procent, een tweede keer al met 90 procent.



3. Zittenblijven.







Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer