COMMENTAAR

Aan de collega's van De Standaard

Beste collega's van De Standaard, ik heb de voorbije dagen met de grootste aandacht het kerstessay van Geert Buelens gelezen. Wij hebben aan deze hoogleraar en columnist van onze krant ruim acht bladzijden gegeven waarin hij een scherpe, soms vernietigende, analyse heeft gemaakt van de media in het algemeen en in Vlaanderen in het bijzonder. Zoals het hoort heeft hij ook ons, de redactie van De Standaard, niet gespaard. Het traktaat heeft binnen en buiten de redactie tot behoorlijk wat uiteenlopende reacties geleid. Van een vooraanstaand hoofdredacteur kreeg ik te horen dat hij ‘nog nooit zo'n onzin had gelezen'. Een andere, gewezen hoofdredacteur, liet mij dan weer weten dat dit een ‘uitstekende analyse' was en prees ons voor de publicatie ervan.

Zelf blijf ik achter met gemengde gevoelens. Natuurlijk deel ik veel van de analyse van Buelens. Hij heeft overschot van gelijk als hij aan de kaak stelt dat we de eersten zijn om op hoge poten snelle conclusies te trekken over iedereen en alles, maar het zo lastig hebben met kritiek op de media en op onszelf. Hij verwijt ons terecht te veel aan cynische ‘grijnsjournalistiek' te doen – we zoeken te weinig de dingen uit maar zijn erop gevlast de mensen de grond in te boren. Hij beschrijft treffend ...