Niet zozeer de bijna 20miljard euro die de overheid al op tafel gelegd heeft, maar de uitdijende economische crisis en de vele staatswaarborgen voor de banken leggen een strop rond de nek van de Belgische financiën.

Analyse

Van onze redactrice



Terwijl de regering tijdens de begrotingsopmaak hemel en aarde moest bewegen om 6miljard euro te besparen, heeft ze zonder verpinken al 19,9 miljard euro geïnvesteerd in de banken via kapitaalinjecties en leningen en waarborgen verleend. Wie zal dat uiteindelijk allemaal betalen? Het prijskaartje heeft verschillende aspecten.

Rechtstreekse implicatie: de schuld stijgt.

Dat er 19,92 miljard euro kapitaal naar de banken gevloeid is (zie tabel), doet onze staatsschuld met evenveel stijgen, een plotse sprong van 6procentpunt van het bbp zoals we er sinds de jaren80 geen meer hebben gekend.

20miljard lenen, verhoogt de rentelasten jaarlijks met bijna een miljard (937 miljoen euro). De rentevoet bedraagt zo'n 4,5 procent (OLO 10jaar).

De begroting op de rails houden wordt in de feiten dus door deze injecties alleen al bijna 1miljard euro zwaarder. Toch is het op papier zo erg niet. Er bestaat een Europees akkoord dat er voor het begrotingstekort geen rekening hoeft gehouden te worden met die bijkomende rentelasten door de financiële crisis. 'Maar Europa is geen God de Vader', reageert econoom Paul De Grauwe. 'Die interestlasten zijn er en om een echt beeld van de begroting te hebben, moet je die meetellen. Anders bedriegen we onszelf.'

Staatswaarborgen: verdere ineenstorting wordt nachtmerrie.

Tot op vandaag is er volgens staatssecretaris voor Begroting Melchior Wathelet een machtiging voor staatswaarborgen ten belope van 250 miljard euro. Dat is voor een landje als het onze een gigantisch bedrag: meer dan twee derde van ons bbp.

De hamvraag is hoe diep de crisis nog zal snijden en hoeveel waarborgen eventueel niet meer gerecupereerd zullen kunnen worden.

In een interview in deze krant is PS-voorzitter Elio Di Rupo zeer beducht voor de eventuele fall-out van deze toezeggingen.

Stel dat enkele van die dossiers waarvoor de overheid zich borg stelt, verkeerd aflopen, dan zijn de gevolgen voor onze overheidsfinanciën even desastreus.

De prognoses voor het opvangen van de explosief stijgende vergrijzingskosten vanaf 2011 waren al alarmerend. Een schuld van verschillende tientallen miljarden euro's die moet worden afbetaald er nog eens bij torsen, zou erg moeilijk om dragen zijn.

Paradoxaal genoeg leveren de waarborgen op korte termijn ook een plus voor de begroting. De banken -en verzekeringen- moeten immers een vergoeding betalen (afhankelijk van de looptijd) voor die garanties.

De begroting 2009 rekent op 500 miljoen euro ontvangsten uit de staatswaarborg en 800 miljoen euro uit de overname van het kapitaal van het waarborgfonds voor bankdeposito's van particulieren (een waarborg die wordt opgetrokken tot 100.000 euro per spaarboekje).

Op korte termijn kan de bankencrisis dus in principe zelfs een goede zaak zijn voor de begroting, maar dat is slechts boekhoudkundig gezichtsbedrog. Op langere termijn betalen wij de factuur.

Onzekere return.

De overheid heeft met de kapitaalinjecties in de banken ook wel participaties verworven. Die participaties kan ze later weer te gelde maken.

Bovendien kan de overheid als aandeelhouder ook aanspraak maken op dividenden.

Helaas, de aandelen van BNP Paribas en Dexia zijn sinds de intrede van België in het kapitaal nog meer richting afgrond gegaan. Het aandeel van de overheid in BNP Paribas alleen al is al zo'n 3,5 miljard euro minder waard dan de instapprijs die België ervoor betaalde.

Ook dividenden uit bankaandelen zijn zeker voor de eerstkomende periode luchtkastelen. KBC, nochtans een van de banken die relatief weinig besmet zijn door de crisis, keert dit jaar geen dividend uit. Volgend jaar is een groot vraagteken.

Onrechtstreeks effect op de reële economie: het einde is niet in zicht.

Dat de bankencrisis in België uitmondt in een recessie, kost de belastingbetaler op korte termijn het meest. De banksector alleen al vreest voor 15.000 jobs die verloren gaan.

De begrotingsopmaak voor volgend jaar gaat nog uit van 1,2 procent groei van onze economie. De jongste prognoses van de meeste financiële instellingen spreken over een nulgroei of minder. De Europese Commissie schat dat België volgend jaar alvast een tekort van 1,4 procent van het bbp (5miljard) heeft. De bankencrisis doet andere sectoren een voor een als een dominosteentje omvallen. De auto-assemblage maakt aanspraak op kapitaalinjecties, de chemie- en grondstoffensector heeft het moeilijk, de bouwsector volgt. Een gigant als BASF beslist met een vingerknip om 80sites tijdelijk te sluiten, een Belgische parel als Umicore moest deze week eveneens slechte tijdingen aankondigen.

Minder groei betekent hogere werkloosheid, dus hogere uitkeringen en minder belastinginkomsten. Door het slabakkende vertrouwen van de consument komen er ook minder btw-ontvangsten binnen. Het einde van die negatieve spiraal is nog lang niet in zicht. Sinds december 1993 is het consumentenvertrouwen in ons land nooit zo laag geweest.

Conclusie: meteen heeft de regering weinig andere keuze dan de economie te stimuleren en grootscheepse maatregelen te nemen om te proberen de economie uit die verschrikkelijke neerwaartse spiraal te halen. Dat zal heel veel geld kosten, en onvermijdelijk opnieuw begrotingen die in het rood gaan tot gevolg hebben. De miljardenfactuur is voor deze en de volgende generatie. Maar het alternatief, een economie die helemaal instort, zou ons nog vele malen meer kosten.