Gewone werkuren kennen we allemaal, (on)betaalde overuren ook. En wie heeft niet ooit een nachtelijke wachtdienst of een weekendpermanentie moeten doen? Maar voortaan kent de Belgische arbeidswetgeving ook het begrip 'slaapuren'. Betaalde slaapuren, welteverstaan.

Neen, het gaat daarbij niet om werknemers die al slapend hun tijd op kantoor doorbrengen en daar desondanks -en ten onrechte- een maandloon aan overhouden.

Slaapuren, zo leert de lezing van een koninklijk besluit dat gisteren in het Staatsblad is verschenen, is een specifiek verschijnsel uit de sector van de industriële reiniging, een onderdeel van de schoonmaaksector. Dat kb, opgesteld door minister van Werk Peter Vanvelthoven (SP.A), regelt de algemeen bindende verklaring van een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor de werknemers uit de industriële schoonmaaksector.

Waar gaat het over? Door de wetgeving op de verplichte rusttijden (tussen twee werkdagen in), kan het gebeuren dat werknemers uit de schoonmaaksector niet gedurende vijf opeenvolgende dagen per week aan het werk kunnen worden gezet, en dus loonverlies lijden. Bijvoorbeeld: een werknemer levert van maandag tot donderdag nachtprestaties, maar voor vrijdag beschikt de werkgever alleen nog over opdrachten die overdag uitgevoerd moeten worden. Omdat hij de rusttijden moet naleven komt de werknemer die donderdagnacht nog heeft gewerkt, daarvoor dus niet in aanmerking. Die 'gemiste' werkuren, als gevolg van de opeenvolging van een nacht- en dagregime, worden 'slaapuren' genoemd. Die slaapuren worden volgens de cao voortaan betaalde werkuren, ook al worden ze niet gepresteerd. Tenminste, wanneer de werkgever er niet in slaagt om een vijfdaagse, aaneengesloten tewerkstelling aan te bieden. Het 'slaaploon' wordt berekend op basis van het 'bruto 100procent-uurloon'.

Toch krijgen de slaapuren niet helemaal het statuut van gewone werkuren. Cao en kb bepalen dat ze 'niet worden meegeteld bij de berekening van de overuren'. Gewoon loon, tot daar aan toe, maar geen overloon. De werkgevers hebben bovendien van de vakbonden verkregen dat deze regeling 'in geen geval een precedent kan zijn voor andere categorieën van werknemers'. (jir)