1987. Van internet en gsm's is er geen sprake, maar de beurs Flanders Technology heeft de Vlamingen warm gemaakt voor technologie. In de Westhoek slagen twee onbekende ondernemers erin geld te vinden om hun technologiebedrijf op te richten. Het begin van een wild avontuur.

Van onze redacteur

Wim De Preter

Jo Lernout, een 39-jarige regent wiskunde, verdient de kost als verkoper voor het computerbedrijf Wang. Pol Hauspie (36) is een economist die zijn eigen, concurrerende softwarebedrijfje heeft opgericht. Beide mannen delen een passie voor computers en geloven dat 'artificiële intelligentie' de trend van de toekomst is en dromen over computers waar je gewoon mee kan praten. Het voorbeeld van Bill Gates, die in korte tijd miljardair werd met Microsoft, werkt inspirerend, en eind 1987 ziet Lernout Speech Products - Hauspie kwam pas later in de naam voor - het licht. De constante zoektocht naar geld, die uiteindelijk de achillespees van L&H zou worden, manifesteert zich al snel. Jo Lernout en Pol Hauspie slagen er steeds opnieuw in om mensen te begeesteren met hun prille software en hun ambitieuze project, en bouwen zo een 'organisch groeiend' netwerk uit van geldschieters. Iedereen die in Vlaanderen over veel geld beschikt en op zoek is naar een beloftevolle belegging, krijgt vroeg of laat het voorstel om aandelen van L&H te kopen.

Nico Willaert, een voormalige verkoper van het Mechelse bedrijf Pauwels Trafo, speelt een belangrijke rol in het aanbrengen van geldschieters. Volgens Trends-journalist Willy Vandamme legde hij ook contacten met Maurits De Prins van Superclub, de keten van videowinkels die in die jaren furore maakte als Vlaamse superbelegging, maar die naderhand op lucht gebouwd bleek. In elk geval zal Willaert jarenlang de 'derde man' van L&H blijven en achter de schermen een belangrijke rol spelen.

Ook de huisbankier Paribas - later Bacob - houdt in de moeilijke jaren de kredietlijnen open. Zo kan L&H verder groeien en krijgt het internationale erkenning als één van de belangrijkste spelers in de opkomende wereld van de spraaktechnologie. De eerste grote bevestiging volgt in oktober 1993, wanneer de Amerikaanse telecomreus AT&T in het kapitaal stapt. Stilaan groeit de ambitie om als eerste Belgische bedrijf een notering te krijgen op de legendarische technologiebeurs Nasdaq. Het besef dat de kassa wel eens gigantisch zou kunnen rinkelen bij een geslaagde IPO, doet het bedrijf steeds meer over de tongen gaan. In 1994 tekenen honderden privé-beleggers - de spreekwoordelijke bakkers en slagers uit Ieper en Kortrijk - voor ruim een half miljard frank in op obligaties die bij de IPO automatisch in aandelen zullen worden omgezet. Dat gebeurt op 1 december 1995, als L&H een geslaagd debuut maakt op Nasdaq.

L&H gebruikt zijn beursnotering in de daaropvolgende jaren als een volwaardige geldmachine. Aan een hels tempo worden nieuwe aandelen uitgegeven en bedrijven overgenomen. Zelden stelt iemand de vraag of al die overnames wel beheersbaar blijven, en of ze ook echte winst toevoegen. Een analist die dat wel doet, krijgt van topman Gaston Bastiaens de sneer dat zijn rekenmachientje stuk is.

Het symbolische hoogtepunt voor L&H is ongetwijfeld de dag dat Microsoft aankondigde een participatie in het bedrijf te zullen nemen. Daarmee wordt, in de ogen van pers, publiek en financiële wereld, het laatste greintje twijfel over de geloofwaardigheid van L&H weggenomen. Begin 1998 komt Bill Gates zelve een bezoekje brengen aan het Ieperse duo, dat hij later zou benoemen als 'those Belgian crooks'. De slagroomtaart die Gates die dag in het gezicht kreeg, was misschien een voorteken van de Belgische ellende die nog zou volgen.

Het spraaktechnologiebedrijf sluit de jaren negentig af op een high. Half Vlaanderen is intussen aandeelhouder geworden van Lernout & Hauspie, dat dankzij de Ieperse bezoekjes van Jean-Luc Dehaene en prins Filip bijna een nationaal icoon is geworden.

De enige stoorzenders zijn enkele Amerikaanse analisten en short sellers die vermoeden dat L&H de werkelijkheid mooier voorstelt dan ze is. Ze vinden een bondgenoot in de zakenkrant Wall Street Journal (WSJ), die regelmatig erg kritische stukken publiceert over het Ieperse bedrijf. Maar dat verhindert niet dat de koers in de eerste maanden van 2000 spectaculair stijgt. Topman Gaston Bastiaens kan zo de kroon te zetten op zijn overnamestrategie: kort na elkaar neemt hij de Amerikaanse bedrijven Dictaphone en Dragon over. L&H moet er zich wel voor in de schulden steken, op een ogenblik dat het euforische beursklimaat kantelt. Die overnames waren een brug te ver, zou Jo Lernout later toegeven.

De doodsteek voor het bedrijf volgt in de zomer van 2000, wanneer de WSJ schrijft dat L&H gelogen heeft over zijn verkoopcijfers in Zuid-Korea. Vanaf die dag gaat het alleen nog bergaf met de spraakmakers, die ook de vele latere beschuldigingen nooit op een overtuigende manier hebben ontkracht. Vrij snel is duidelijk dat de stichters hun eigen bedrijf al lang niet meer in de hand hadden. L&H was de speelbal geworden van ambitieuze managers en creatieve adviseurs, die zelf afhankelijk waren geworden van een immer stijgende beurskoers.

Dat het bedrijf wel degelijk waardevolle technologie in huis had, werd en wordt overigens door niemand betwist. Het levende bewijs daarvan is het Amerikaanse bedrijf Nuance, dat de kern van die technologie in 2001 overnam en er vandaag een bloeiende activiteit mee heeft uitgebouwd.

Morgen: de gedupeerde beleggers.