Op welke forfaitaire aftrek van beroepskosten hebt u recht?

Een van de grootste klusjes bij het invullen van de belastingaangifte is het bewijzen van de beroepskosten. Het bijeenbrengen van alle gemaakte uitgaven is een werk dat stevig wat tijd in beslag kan nemen, maar wel de moeite kan lonen.

Maar wat als u slechts een heel beperkt aantal kosten hebt gemaakt? In dat geval hebt u toch recht op een forfaitaire aftrek, die de overheid in rekening brengt. Hoe hoog die aftrek is, kunt u met de onderstaande module berekenen. Ze wordt enkel bepaald door uw statuut, en uw inkomen.

Als het bedrag van de forfaitaire aftrek voor u hoger is dan de kosten die u kunt bewijzen, dan doet u er goed aan de kosten niet te bewijzen, u hebt dan immers recht op de hogere forfait.

Welke beroepskosten kunt u bewijzen? Bereken het eenvoudig met onze aparte module.

U bent een:

De berekening gebeurt als volgt. Voor werknemers bedraagt de forfait 30 procent van het loon tot 5.800 euro. Dat wordt 11 procent voor de schijf daarboven, tot 19.850 euro. Daarboven is het 3 procent, tot het maximum kostenforfait van 4.240 euro wordt bereikt. Bedrijfsleiders genieten slechts een forfait van 3 procent op hun hele bezoldiging, met een maximum van 2.390 euro.