Mijn Standaard

Registreer u gratis »    Meld u aan »    Log uit

Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen!

Herman Van Rompuy breit een onwaarschijnlijk slot aan een toch al briljante politieke carrière.

Vrouwen hebben een kontje nodig

  • vrijdag 13 november 2009
  • Auteur: Fleur Speet

is de Anna Bijns Prijs nodig? — Zondag krijgt Tjitske Jansen de Anna Bijns Prijs, een literaire trofee voor vrouwen. Huh, is dat nog nodig, een speciale vrouwenprijs?

Tjitske Jansen, dit jaar laureaat van de Anna Bijns Prijs, voelde zich lichtelijk gegeneerd toen ze haar vrienden over de bekroning vertelde. Blijkbaar schrijnt deze huldeblijk, alsof het niet klopt dat je vergeleken wordt met andere vrouwelijke auteurs in plaats van met àlle schrijvers. Alsof vrouwen een achterstandsgroep zijn. De alom verbreide gedachte is dat de vrouwenemancipatie in de letterkunde wel zo'n beetje voltooid is. Kijk maar naar de Nobelprijs. Die ging dit jaar naar Herta Müller en twee jaar geleden naar Doris Lessing en in 2004 naar Elfriede Jelinek. Kijk maar naar Hilary Mantel, die dit jaar de Booker Prize kreeg, een prijs die in 2007 naar Anne Enright ging en in 2006 naar Kiran Desai. In de Nederlandse literatuur was 2008 een topjaar voor vrouwen. De Libris Literatuur Prijs ging naar D. Hooijer en de AKO Literatuur Prijs viel Doeschka Meijsing te beurt. Schrijfsters hebben toch geen kontje meer nodig?

Dat is maar de vraag. Het is lastig om te praten over ongelijke verhoudingen. Zie de cynische ingezonden brieven die volgden op de bekendmaking van het Nederlandse Quota-Manifest; hoezo te weinig vrouwen in topfuncties? We hebben Neelie Smit-Kroes toch? Bewijs eerst maar eens dat er ongelijke man-vrouwverhoudingen bestaan.

Welnu, daar gaan we. Het Nederlandse televisieprogramma Kunststof TV, waarin Tjitske Jansen te gast was met Renate Dorrestein, medeoprichter van de Anna Bijns Prijs, toonde een leuk en inzichtelijk overzicht van de winnaars van de P.C. Hooftprijs, de AKO en de Libris. Vijf van de 24 P.C. Hooftprijswinnaars blijken van het vrouwelijke geslacht. Dat is 20 procent. Slechts vier schrijfsters hebben de Ako-Literatuurprijs gewonnen, naast achttien mannen. Dat maakt 18 procent. De vrouwelijke inbreng in de Libris Literatuurprijs is nog magerder: twee op zestien winnaars, of 12 procent.

Literaire thrillers

Er lopen op deze aardkloot evenveel mannen als vrouwen rond, waarom bestaat er in het literaire prijzenlandschap dan geen evenredigheid? Schrijven vrouwen misschien minder? Het antwoord is ja. Of tenminste: vrouwen schrijven meer dan mannen, maar publiceren minder. Onderzoek van de Groningse wetenschapster Lenny Vos toonde aan dat in 1997 35 procent van de schrijvers vrouw was. Dat is een heel ander percentage dan dat van de literaire prijzen.

De grote schifting vindt plaats, zo blijkt uit hetzelfde onderzoek, aan de deur van de uitgeverij. De drempel ligt voor vrouwen hoger. Kom binnen, meneer. Nee mevrouw, sorry, we hebben geen plek voor u. Tenzij u blond en bloedmooi bent en ‘literaire thrillers' schrijft, anders is uw werk ‘niet goed genoeg'. Het draait allemaal om literaire kwaliteit. Als voorzitter van de Anna Bijns Stichting krijg ik vaak, al dan niet gekscherend bedoeld, de vraag; schrijven vrouwen gewoon niet slechtere boeken? ‘Mannen schrijven ook gewoon slechtere boeken', is daarop steevast mijn antwoord. Dat is een flauwe afmaker. Onlangs publiceerde Thomas Vaessens De revanche van de roman, waarin hij aantoonde dat literaire kwaliteit, die nu ‘eurocentrisch, wit en mannelijk' is, aan een herdefiniëring toe is. Maar wie bepaalt de literaire kwaliteit?

Het beoordelen van kwaliteit begint in het onderwijs. Wat wordt aan de universiteiten onderwezen? Krijgen vrouwelijke auteurs evenveel aandacht als mannelijke, is voor vrouwelijke auteurs misschien zelfs meer tijd ingeruimd, omdat zij onderbelicht zijn? Nee, naar vrouwelijke auteurs is het in het curriculum met een lantaarntje zoeken. Zo behandelde een Nederlandse hoogleraar het werk van Hella S. Haasse niet, zo vertelde hij mij, omdat hij haar werk te stoffig vond. Terwijl Haasse met Zelfportret als legkaart in 1954 de eerste postmoderne roman schreef.

Quotum

Beïnvloed door de (mannelijke) canon die hen is onderwezen, vellen recensenten hun oordeel. Marianne Vogel concludeerde in haar dissertatie uit 2001 dat in de jaren vijftig de meeste recensenten zogenaamd mannelijke eigenschappen verbonden aan kwaliteit. Ze ontdekte dat verschillende paren van eigenschappen elkaars geslachtelijke opponent waren en daarmee ook een andere waardering kregen (wijdlopige vrouwelijkheid tegenover bondige mannelijkheid, bijvoorbeeld). Onderzoek over onze tijd ontbreekt. Zo weten we niet hoeveel procent van de recensenten man en hoeveel vrouw is, en in hoeverre dat recensies kleurt. En hoe zit dat in literaire jury's (die meestal uit recensenten bestaan)? Er wordt wel eens geroepen dat kansen voor een vrouwelijke auteur afnemen naarmate meer mannen in een jury zitten. Wat is daarvan waar?

Het is interessant om deze vragen te onderzoeken, nu moeten we volstaan met de nuchtere feiten. Die wijzen uit dat verhoudingsgewijs meer mannelijke auteurs worden gelauwerd. De cijfers van het Quota-Manifest waren net zo ontluisterend, maar vervolgens was het commentaar: waarom je daar druk over maken? Nou, omdat bij gelijke geschiktheid gelijke kansen horen. Omdat één Smit-Kroes niet volstaat als er zoveel beschikbare, gekwalificeerde vrouwen zijn. Net zoals de recent geboekte winst in de literatuur geen reden is om tevreden achterover te leunen. Prijzen als de Bijns en de Britse Orange Prize, die eveneens vrouwen bekroont, hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de verandering. Die prijzen zijn juist nu nodig om te voorkomen dat de achterstand weer toeneemt. Een quotum is zo gek nog niet. Ieder jaar 35 procent van de literaire prijzen naar een vrouwelijke auteur. Ik ben ervoor.

Fleur Speet is voorzitter van de Anna Bijns Stichting.

Het werk van Tjitske Jansen verschijnt bij Podium.

www.annabijnsprijs.nl

  • Print
  • Bewaar
  • Corrigeer
  • Aanraden

Reacties

Op 13 november 2009 omstreeks 19u11, zei Bart Haers:

Literatuur vergt zowel bondigheid als een zekere wijdlopigheid, het hangt er maar vanaf wat men wil vertellen. Of vrouwen anders schrijven dan mannen, lijkt ons overigens niet zo evident, wel dat de schrijver een man hoort te zijn. Zelf van mannelijke kunne, denk ik niet zo heel vaak aan de auteur, wel aan de werken. Maar dat de Anna Bijnsstichting een betekenis heeft, kan men niet ontkennen, zodat dames zich niet hoeven te schamen voor die prijs. Of de uitgevers en de media hier geen rol te spelen hebben? Misschien zou het helpen als recensenten wat minder naar de auteur keken en het werk zelf volop onder de aandacht brengen. Dat zou voor de uitgevers een incentieve zijn om minder de auteur als verkoopsargument uit te spelen.

Op 15 november 2009 omstreeks 12u13, zei Mark Cloostermans:

Onderbouwing, a.u.b. Waaruit leidt u af dat recensenten meer naar de auteur dan naar het werk kijken?

Op 13 november 2009 omstreeks 10u01, zei Kanakaris Stavros:

Nonsens allemaal. Fleur Speet wil de concurrentie gewoon halveren. De waarde van die “prijs” daalt dan ook navenant. Simpel.

Meld u aan en reageer »