Twitter kan uw gezondheid schaden
Jobat.be
Twitteren is niet zonder risico. Voor je er erg in hebt, ben je wereldnieuws en krijg je een miljoen fans van Stephen Fry over je heen.
Stephen Fry, de Britse acteur-komiek-schrijver-presentator, had begin deze week een dipje en dat kwam door Twitter. ‘Ik denk dat ik er maar eens mee stop', schreef hij op zijn Twitter-account, dat door ongeveer een miljoen mensen wordt gevolgd. ‘Het gaat er hier te agressief en onvriendelijk toe.'
Aanleiding voor Fry's dramatische bericht was een reactie van een andere twitteraar op zijn getwitter. De genaamde Prumbum had vorig weekend volgend bericht gepost: ‘Ik bewonder Fry en ik houd van hem, maar ik vind zijn tweets een beetje saai (sorry, Stephen).' Fry reageerde meteen: ‘Je hebt me overtuigd. Ik ben duidelijk niet goed genoeg. Ik kap met Twitter. Tot ziens, iedereen.' De ruzie was groot nieuws in alle Britse kranten.
Wat een oeverloos geëmmer, zult u zeggen, waarmee u perfect omschrijft wat Twitter eigenlijk is: een ‘microblogsite' waarop iedereen zijn alledaagse beslommeringen met de wereld kan delen in korte berichtjes van maximaal 140 karakters. Dat leidt voornamelijk tot betekenisloos gekwetter, genre ‘ik ga nu een broodje eten', of ‘doet deugd, zo'n douche'.
Twitter is zo overbodig dat er wereldwijd al meer dan tien miljoen mensen actief mee bezig zijn. De website is zo'n succes dat het zijn oorspronkelijke doelstelling al lang heeft overstegen. De site wordt tegenwoordig gebruikt om volksopstanden aan te wakkeren (Iran, Moldavië), om verkiezingspropaganda te verspreiden, om roddelnieuwtjes de wereld in te sturen en om de aandacht te trekken.
Een bericht op Twitter kan verstrekkende gevolgen hebben, zoals de arme Prumbum deze week mocht ervaren. Niemand duwt Stephen Fry ongestraft in een dipje! Prumbum vond het zelf ‘absolutely mind-boggling' dat zo'n akkefietje in de kranten kwam, maar dat had hij kunnen voorzien: zowat alle Amerikaanse celebrity's twitteren er tegenwoordig vrolijk op los, in de hoop met hun flauwekul de media te halen. En dat lukt: Twitter is steeds vaker de bron van nieuwsberichten, doorgaans in het lichtere genre.
Liz Taylor kondigde in juli via Twitter aan dat ze niet naar de herdenkingsplechtigheid voor haar goede vriend Michael Jackson zou gaan. Lily Allen twitterde in augustus dat ze op het podium had staan huilen van de pijn: ‘Gisteren hard gevallen, rug bezeerd, spuitje in de bil.' Courtney Love, de weduwe van Kurt Cobain, liet in september op Twitter weten dat ze de Nirvana-versie van het videospel Guitar Hero niet kon smaken. En de zangeres Jessica Simpson twitterde rond diezelfde tijd dat haar poedel ontvoerd was door een coyote. Al die berichten haalden de wereldpers.
Ook topsporters hebben Twitter ontdekt. Tijdens de Ronde van Frankrijk leek het wel alsof de renners vaker op Twitter zaten dan op hun fiets. Journalisten die een update wilden van het gehakketak tussen Armstrong en Contador, hoefden maar hun berichtjes van Twitter te plukken. Ook toptennissers zijn verwoede twitteraars: Serena Williams, onder meer, die zich via Twitter zelfs verontschuldigde voor haar ‘I'll kill you'-uitbarsting' tijdens de US Open.
Twitter is een machtig communicatiewapen geworden, dat mensen en hun projecten kan maken of kraken. Films, bijvoorbeeld. De lowbudget sciencefictionfilm District 9 werd dankzij een uitgekiende Twittercampagne een kassucces, terwijl het Sacha Baron Cohen-vehikel Bruno door de negatieve tweets na de eerste vertoningen flopte. Marketeers experimenteren nu volop met modellen waarin ze twitteraars betalen om hun product in de schijnwerpers te twitteren.
Ook politici twitteren er lustig op los, vooral in de Angelsaksische wereld — al heeft Sarkozy aangekondigd dat hij er ook mee begint. Barack Obama twittert onophoudelijk en in Engeland hebben zo'n twintig ministers een eigen Twitter-account. Die hebben onlangs, net zoals de toptennissers, een Twitter-handleiding gekregen. Het advies daarin valt als volgt samen te vatten: hou je een beetje in, want voor je het weet vertel je dingen die je beter niet vertelt. Onrechtstreeks is dat Barack Obama al overkomen: die zei in september off the record tegen een journalist van ABC eens ferm zijn mening over rapper Kanye West (‘Jackass!'), waarna de journalist die appreciatie via Twitter met de wereld deelde. Het toont aan dat twitteren niet zonder risico is. The Washington Post overweegt zelfs zijn journalisten te verbieden zelf tweets te posten. De accounts van anderen volgen kan wel, dat spreekt.
En Stephen Fry? Die voelt zich intussen weer beter, zoals dat gaat met manisch-depressieve mensen. Hij heeft vrede gesloten met de genaamde Prumbum, en twittert weer dat het een aard heeft.