Een bescheiden ontvangstcomité staat te ijsberen in de statige ontvangstzaal van de gouverneurswoning op de Burg in Brugge wanneer de dienstwagen met chauffeur van Carl Decaluwé rond kwart voor negen de parking opdraait. Kabinetschef Johan Debyser, adjunct Marianne Algoed en huisbewaarder Kurt Vermeersch heten de kersverse gouverneur welkom: hij krijgt meteen de sleutels van zijn paleis, en van de parking die voor zijn deur ligt in het hart van Brugge.

'Ik kan niet zeggen dat ik dit nu een ongelooflijk speciale dag vind, want ik was wel al een paar keer in de ambtswoning geweest de voorbije weken', zegt Decaluwé. 'Maar echt goed heb ik vannacht toch niet geslapen: om kwart voor vijf was ik wakker. Hoe ik me voel? Als een kind dat op schoolreis vertrekt.'

De Kortrijkzaan begint vol enthousiasme aan zijn nieuwe taak. 'Een droomjob? Ik heb de indruk van wel, ja', zegt hij. 'Ik wil de komende maanden alle mensen en diensten hier leren kennen. En ik wil ook alle burgemeesters van de provincie zien. Het wordt moeilijk haalbaar om dat voor de verkiezingen van oktober nog te doen, maar ik wil ze op termijn toch allemaal officieel bezoeken.'

Ondertussen ligt al een pak post te wachten en loopt ook de agenda van de gouverneur vol. Een delegatie van de Poolse provincie Lubelski wordt zijn eerste buitenlandse ontvangst. 'En er staan ook al tal van vergaderingen gepland: vandaag (gisteren, red.) komt onder meer de hoogste ambtenaar van de Vlaamse Gemeenschap langs, overleg ik met mijn kabinetschef en zit ik samen met de griffier', zegt Decaluwé. 'Donderdag zit ik de eerste keer de bestendige deputatie voor. Wat mijn voornaamste ambitie wordt? Mijn best doen voor alle West-Vlamingen.'

Gouverneurswoning

Decaluwé heeft er ondertussen een paar kartonnen dozen bijgehaald met persoonlijke spullen die hij van thuis in Kortrijk heeft meegenomen. De nieuwe gouverneur komt in Brugge werken, wonen (voorlopig) nog niet. Het staat de gouverneur vrij om de gouverneurswoning te betrekken, op de eerste verdieping van zijn gouvernementsgebouw op de Burg. 'Dat komt er misschien wel van, binnen een paar jaar', zegt Decaluwé. 'Het is zeker niet voor nu: daar moet ik met het gezin nog over overleggen, en ik vind het in de huidige economische tijden niet opportuun om zwaar te investeren in die woning. Ze is al vijftien jaar onbewoond (Decaluwés voorganger Paul Breyne bleef gedurende zijn hele ambtstermijn thuis in het Ieperse Voormezele wonen, red.), daar is dus wel wat werk aan. Of ik dan een echte Bruggeling zou kunnen worden, als ik hier kwam wonen? Een echte West-Vlaming alleszins (lacht).'

Nu is het de bedoeling dat de gouverneur naar de achtergrond verdwijnt, zeker tot de zomer, om zich in te werken in z'n nieuwe job. 'Ik weet dat iedereen denkt dat ik het daar ongelofelijk moeilijk mee zal hebben', zegt Decaluwé. 'Maar geloof me: ik ben blij dat ik me niet meer moet moeien in al die politieke dossiers.'