Zeven op de tien Belgische nieuw-geïnfecteerden liep hiv op via homoseksuele contacten. Sinds 2001 stijgt het aantal diagnoses bij homo's ieder jaar met twintig procent. Al van bij de uitbraak van de epidemie krijgt aids, de ziekte die het gevolg is van een hiv-infectie, het etiket 'homoziekte', zeker in Westerse landen. Een kwarteeuw later is dat stigmatiserende label nog altijd niet achterhaald.
Voor een groot deel kunnen cijfers de hardnekkigheid van dat label verklaren. Sensoa schat dat 2,5 procent van de bevolking uit homoseksuele mannen bestaat. Daarvan is een op de twintig drager van het hiv-virus. Bij heteroseksuelen, die de overgrote meerderheid van de bevolking uitmaken, ligt dat cijfer duizend keer lager. 'Het gaat dus om een kleine groep mensen bij wie de ziekte buitengewoon vaak voorkomt', verklaart Mark Sergeant, verantwoordelijke voor het programma homomannen bij Sensoa. 'Als homoman loop je bij een eenmalig risico dus veel meer kans om met hiv in contact te komen dan als hetero.'
Een ander aspect van de uitleg is louter medisch van aard. Hiv wordt overgedragen wanneer een slijmvlies of de bloedsomloop in aanraking komt met lichaamsvloeistoffen zoals bloed of sperma. Bij anale seks is het risico op overdracht veel groter dan bij andere vormen van seksueel contact.
Daarnaast speelt de seksuele levensstijl van sommige homo's een rol in de verspreiding van het virus. Voor homomannen is het gemakkelijker om wisselende seksuele contacten te hebben, onder meer in homobars. 'Wanneer je naar een homosauna gaat, moet je je gedrag aanpassen', vindt Sergeant. 'Bij sommige mensen gebeurt dat te weinig. Bij anderen lukt het perfect. Het is een attitude die je moet aanleren.'
Maar homomannen weten ondertussen toch dat zij de risicogroep bij uitstek uitmaken? Waarom vrijen ze dan niet gewoon consequent met een condoom? 'Ze doen dat net meer dan andere groepen', reageert Sergeant. 'Zestig procent van de homomannen geeft aan dat ze de voorbije zes maanden geen onveilige contacten hadden met occasionele partners. Van de overige veertig procent had de meerderheid maar één of twee keer onveilige seks. Homo's die frequent onveilig vrijen, maken een absolute minderheid uit.'
Maar één keer kan natuurlijk al genoeg zijn. 'Als je vraagt aan homomannen of ze altijd veilig vrijen, zullen ze “ja, antwoorden. Maar ook wie de bedoeling heeft om altijd veilig te vrijen, maakt al eens een fout. We zijn allemaal maar mensen. Uiteindelijk voelt seks zonder condoom voor zowel hetero- als homoseksuelen het meest natuurlijk aan. Wanneer je onder invloed bent of wordt meegesleurd in het feestgedruis of door gevoelens van verliefdheid, gebeurt het dat je vergeet een condoom om te doen.' Een moment van nonchalance kan dus levenslange gevolgen hebben. En de verantwoordelijkheid daarvoor wordt soms te veel gelegd bij hiv-positieve mannen, vindt Sergeant. Voor onveilige seks ben je altijd met twee.
Volgens Sergeant valt het probleem ook niet zomaar terug te brengen op 'losse contacten zonder condoom'. Zo wordt de helft van de nieuwe diagnoses vastgesteld bij mensen die een vaste relatie hebben. Sergeant: 'Je begint een nieuwe relatie, vertrouwt elkaar steeds meer en op een dag laat je het condoom achterwege. Zonder dat de beide partners zich hebben laten testen op hiv. Vooral bij jongeren is dat een probleem. Jezelf één keer per jaar laten testen zou daarom een vaste gewoonte moeten zijn.'
En je laten testen moet je zeker doen na elk risicovol contact. Want wanneer we naar de hiv-epidemie kijken, valt op dat de helft van de nieuwe infecties wordt veroorzaakt door mensen die zelf net geïnfecteerd zijn. Sergeant: 'We weten nu dat de epidemie in grote lijnen wordt aangewakkerd door mannen die zonder het te weten recent het hiv-virus binnen hebben gekregen. Die zijn superbesmettelijk en zolang ze zich niet laten testen, weten ze het zelf niet.'
Nikolas Vanhecke is redacteur binnenland.
Elke dag beantwoordt De Standaard een actuele vraag.
www.standaard.be/analyse