Van onze redacteur
Kinderen zijn knooppunten van communicatie geworden. Hoe gaan we daar mee om? Dat was gisteren het uitgangspunt van '10 in 2010', een studiedag van Cultuurnet Vlaanderen in Bronks.
Het cijfermateriaal van VRT-Ketnet sprak boekdelen. Kinderen van de lagere school hebben de keuze uit een breed gamma. 29 % van hen heeft een mp3-speler, 28 % een gsm en 20 % een eigen tv of computer. Zo'n 60 % bekijkt maandelijks een filmpje op YouTube. Evenveel kinderen sturen maandelijks een e-mail.
Dat heeft gevolgen voor ouders. Het klassieke werk is nog steeds in voege: 25 % leest dagelijks voor. Maar de nieuwe media eisen een rol op. Wekelijks surft 40 % van de ouders met zijn kinderen op het internet. 25 % speelt wekelijks mee op een spelconsole.
‘Veel ouders voeden hun kinderen graag op in een veilige burcht', zegt VUB-docente Joke Bauwens. ‘Tegelijk zijn kinderen tal van mediavormen gaan beheersen. De vraag is of dat voornemen van de ouders nog houdbaar is.'
Samen met haar collega Katia Segers werkte ze voor ons land mee aan het internationale onderzoeksrapport van de Europese Unie. ‘Net als in de jaren '30 is er een soort
moral panic', zegt Segers. ‘Amerika trok toen veel geld uit om kinderen te beschermen tegen de verderfelijke invloed van film. Nu investeert Europa volop in het programma
Safer on internet.'
Dat programma heeft recent het rapport
EU Kids Online afgeleverd. Onderzoekers uit 21 lidstaten verzamelden tussen 2006 en 2009 gegevens van jongeren tussen 6 en 17 jaar.
Het rapport bevestigt de tendensen van internetpenetratie in Europa: laag in het zuiden en nagenoeg volledig in de Scandinavische landen. Van de Italiaanse kinderen zit ‘maar' 45 % op het net, in Griekenland en Cyprus is dat 50 %. Ter vergelijking: in Finland is 94 % van de kinderen online.
Ons land zit ongeveer op het Europees gemiddelde.
De onderzoekers brachten in kaart welke de meest verspreide risico's zijn waaraan kinderen op het internet worden blootgesteld. Het grootste risico is dat ze persoonlijke informatie prijsgeven. Vervolgens dat ze op porno en geweld terechtkomen, dat ze geïntimideerd worden of ongewenste seksuele commentaar te slikken krijgen.
Op basis van deze gegevens deelt het rapport landen in op een risicoschaal. Bulgarije en Tsjechië krijgen net als Nederland en Groot-Brittannië het label ‘hoog risico' mee. Alleen ligt in de twee laatstgenoemde landen het gebruik van het internet veel hoger (zie tabel).
‘België neemt een gemiddelde positie in', zegt Bauwens. ‘Het onderzoek wijst ook uit dat landen met nationale omroepen minder risicovol zijn. De omroepen bieden op hun jongerensite betrouwbare informatie. In andere landen is er meer kans dat kinderen in contact komen met content die niet voor hen bestemd is.'
www.lse.ac.uk/collections/EUKidsOnline