'We blijven tot er weer opvang is'
Een vluchtelingenkamp bij de achterdeur van de Dienst Vreemdelingenzaken, het kan tellen als statement. Bart Dewaele
© Bart Dewaele
BRUSSEL - Reportage Tentenkamp in Brussel Het kamp had in Zuid-Sudan kunnen staan, maar deze tenten dienen om asielzoekers op te vangen in Brussel. 'Er zwerven al duizend asielzoekers op straat rond omdat de overheid geen plaats voor hen heeft.'
Van onze redactrices
Valerie Droeven
'Zou u even kunnen vragen of ik voor mag?' Een zwarte vrouw buigt over de lage omheining van het vluchtelingenkamp dat enkele vluchtelingenorganisaties gistermorgen opgetrokken hebben. De vrouw heeft een dikke sjaal om het hoofd geslagen om zich te beschermen tegen de sterke wind die tussen de gebouwen door over het grasveld vlak bij het Noordstation in Brussel giert. Ze toont haar dikke buik. 'Ik ben zwanger.'
Ze is Congo drie jaar geleden ontvlucht omdat 'haar leven daar in gevaar was'. Teruggaan is geen optie, zegt ze. Al enkele weken woont ze op straat. 'Daarvoor kon ik bij een vriendin terecht, en nu slaap ik in het Noordstation. Maar het wordt steeds kouder. Het is niet meer houdbaar.'
Om drie uur 's middags, wanneer de inschrijvingen beginnen, is het dringen bij de ingang van het tentenkamp. Enkele tientallen asielzoekers staan te wachten om zich aan te melden. Kinderen lopen al spelend over het plein. Kinderwagens dienen om dekens en andere 'bagage' te vervoeren. De asielzoekers hopen de nacht in een van de tenten te kunnen doorbrengen. De meesten brengen al weken op straat door. Want na de opvangcentra voor asielzoekers zijn nu ook de hotels in Brussel volzet. Fedasil, de administratie die opvang moet organiseren voor iedereen die asiel aanvraagt, heeft al zo'n duizend mensen een opvangplaats moeten weigeren.
'Sinds 12 oktober zit alles vol', zegt Pieter Degryse van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. 'Sindsdien wordt iedereen die asiel aanvraagt, letterlijk op straat gezet. Maar een groot deel van hen is net in België aangekomen. Het gaat dan om een publiek dat op de vlucht is voor oorlog en geweld. Dat zijn radeloze mensen die volgens de internationale conventies wettelijk in ons land zijn.Die mensen worden gewoon op straat gezet. De eerste dagen zwierven ze in Brussel rond, maar nu zie je dit soort daklozen al overal in Vlaanderen rondzwerven. Het is schandalig.'
Elke dag komen er zo'n veertig dakloze asielzoekers bij in België. Daarom bundelden Vluchtelingenwerk Vlaanderen en de Franstalige tegenhanger, Cire, de krachten. Samen met Artsen zonder Grenzen, Dokters van de Wereld (DVW) en Caritas begonnen ze gisteren om zes uur 's morgens met de opbouw van het tentenkamp. 'We moesten aan de alarmbel trekken', zegt Pierre Verbeeren, de directeur-generaal van Dokters van de Wereld. 'Als de overheid niets doet, moeten wij het heft in handen nemen om de kwetsbaarste vluchtelingen op te vangen. Deze actie is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Die mensen zien echt af.'
De afgelopen maanden bezochten medewerkers van DVW - een internationale medische ontwikkelingsorganisatie die actief is in landen als Mali en Congo - de Brusselse hotels waarin asielzoekers gehuisvest worden. 'We deden in totaal 563 medische interventies', zegt Verbeeren. 'In die hotels verbleven 19 zwangere vrouwen die niet begeleid werden in hun zwangerschap. Een vrouw die acht en halve maand zwanger was, werd gewoon doorverwezen naar een hotel. Ze had geen idee hoe en waar ze zou bevallen. Zoiets kan toch niet? Voorts verbleven er 39 chronisch zieken in de hotels. Dan gaat het om diabetespatiënten, bijvoorbeeld, die wekelijks een nierdialyse zouden moeten krijgen. 116 mensen waren zwaar getraumatiseerd door wat ze meegemaakt hadden. Die mensen hadden last van angsten, zware depressies, ze huilen hele dagen, maar ze hebben geen enkele vorm van begeleiding of therapie. Ze hadden geen adres, geen telefoon, geen enkele voorziening die behandeling mogelijk maakt en niemand die naar hen omkeek. Gelukkig zijn de hoteleigenaars begrijpend geweest.'
En dus besloten de ngo's om aan de vooravond van de Europese top in Brussel, waarop de lidstaten hun eerste 'president' benoemen, een tentenkamp op te richten. Een vluchtelingenkamp zoals er enkele maanden geleden nog een in Zuid-Sudan opgetrokken werd, vlak bij de achterdeur van de Dienst Vreemdelingenzaken, het kan tellen als statement. 'De actie is symbolisch bedoeld, maar het is ook een echt tentenkamp', zegt Koen Baetens van Artsen Zonder Grenzen. 'Het kamp is opgebouwd zoals dat gedaan wordt in oorlogs- of rampgebieden. Er is elektriciteit, voedsel en er zijn medicijnen. Wie het nodig heeft, krijgt juridische, medische of sociale bijstand.'
Een groepje Congolezen die al drie weken in het Noordstation wonen, is komen kijken naar het kamp. 'Is er verwarming in die tenten?' vraagt een vrouw. 'Want het is ijskoud.' Als ze een negatief antwoord krijgt, windt een van de mannen zich op. 'We leven al weken zonder enig comfort in dat station. We kunnen ons zelfs niet wassen. Dit kan toch niet meer?'
In het kamp is er plaats voor vijftig mensen. 'We weten dat dat niet genoeg is', zegt Baetens. 'Maar het is niet aan ons om die leegte te vullen. Dat moet de overheid doen.' Wie zich aanmeldt, moet bewijzen dat hij een asielaanvraag heeft ingediend en dat opvang hem geweigerd is door Fedasil. De kwetsbaarsten - zwangere vrouwen, minderjarigen zonder begeleiding, vrouwen met kinderen - krijgen voorrang. Voor een veertigtal mensen die zich gemeld hebben, blijkt in de vooravond geen bed meer vrij in het kamp. Zij keren terug naar hun slaapplek op straat, in het station of in de luchthaven.