‘Zijn blik was ijskoud, en zijn gezicht van steen'
Siciliaanse speurder die maffiabaas Mimmo Raccuglia arresteerde, vertelt over de vangst van het jaar — Achttien maanden speurwerk hebben deze week geleid tot de arrestatie van Mimmo Raccuglia, de nummer twee van de Siciliaanse maffia. De Standaard sprak met Mario Brignone, de agent die Raccuglia heeft opgepakt. Een verhaal dat gestolen lijkt uit het script van een maffiafilm.
In de questura van Palermo, het hoofdkantoor van de politie in de Siciliaanse hoofdplaats, heerst een uitgelaten sfeertje. ‘Excuseer voor het lawaai, maar we houden net een feestje, omdat “u veterinariu” achter slot en grendel zit', zegt Mario Brignone euforisch, aan de telefoon vanuit Palermo. De veearts, zo wordt Domenico ‘Mimmo' Raccuglia genoemd. Omdat hij zo'n grote dierenvriend is. Op mensen heeft Mimmo het duidelijk minder begrepen. Vijftien jaar lang was Mimmo Raccuglia op de vlucht voor het gerecht. Tijdens die periode kreeg hij driemaal levenslang. Zijn zwaarste misdaad: de ontvoering van en brutale moord op Giuseppe Di Matteo, de zoon van Santo Di Matteo, een maffioso die beslist had met het gerecht te gaan samenwerken.
‘Hij heeft Giuseppe Di Matteo ontvoerd om zijn vader op andere gedachten te brengen', legt de politieagent Mario Brignone uit. ‘De jongen zat meer dan twee jaar gevangen, in een vochtige ondergrondse cel. Daarna liet Mimmo Raccuglia hem vermoorden en zijn lijk oplossen in zuur, om de sporen uit te wissen. Dat kind was pas twaalf jaar.'
Vijftien jaar lang slaagde Mimmo Raccuglia erin het gerecht en de politie telkens minstens één stap voor te blijven. Elke zomer opnieuw liet hij zijn vrouw uit haar geboortedorp ophalen, om daarna samen enkele maanden de zomervakantie door te brengen. Mevrouw Raccuglia verdween jarenlang telkens op een dag in juni, om dan ergens in september – de kinderen moeten immers naar school – netjes terug te keren naar haar dorp. Pikant detail: tijdens een van die ‘liefdeszomers' werd Raccuglia voor de tweede maal vader.
‘Maar vorige zomer is mevrouw Raccuglia niet vertrokken', vult agent Brignone aan. ‘Wellicht werd de grond onder haar voeten te heet, en wilde ze het risico niet lopen dat de politie haar man ditmaal wel op het spoor zou komen.'
Achttien maanden lang heeft het politieteam van Mario Brignone vrijwel dag en nacht naar Mimmo Raccuglia gezocht. Zondagmiddag vonden de agenten hem, in zijn schuilplaats in Calatafimi, een middelgrote Siciliaanse provinciestad nabij de oude Griekse tempel van Segesta, in de provincie Trapani.
Brignone's team oogstte het dankbare applaus van honderden burgers in Calatafimi. Later op de avond, buiten aan het hoofdkantoor van de politie in Palermo, ging het volksfeest voort, terwijl Raccuglia onder luid getoeter en triomfantelijk zwaaiende sirenes naar binnen werd gereden (zie inzet).
Voor het politieteam is Raccuglia een vroeg kerstcadeau: ‘Hij is zonder enige twijfel de vangst van het jaar. Raccuglia is de nummer twee van Cosa Nostra (‘Onze Zaak', de maffia op Sicilië, red.) en is betrokken bij elke bedrijfstak van de maffia hier op Sicilië. Ook al is hij nog maar 45 jaar, de voorbije twintig jaar heeft hij gestaag aan de weg gebouwd. Raccuglia is capo mandamento in Altofonte en Partinico, twee gemeenten in de provincie Palermo. Hij behoort dus tot de overkoepelende leiding van de maffiafamilies in die streek.'
Walhalla Palermo
Wie op Sicilië een bepaald territorium controleert, is een maffiabaas. Maar Palermo regeren is nog altijd de natte droom van elke maffioso met ambitie. Wie Palermo controleert, is een maffiapaus. Dat grote delen van Palermo onder zijn controle stonden, plaatst Raccuglia dus op hetzelfde niveau als zijn beruchte voorgangers Totò Riina en Bernardo Provenzano, die na jaren van voortvluchtigheid nu de rest van hun leven achter zwaarbewaakte tralies slijten.
‘Raccuglia speelt al sinds de jaren negentig op hoog niveau in Cosa Nostra', zegt politieagent Brignone. ‘Zijn naam duikt op in talloze processtukken uit de jaren negentig.' Al sinds die periode onderhoudt Mimmo Raccuglia ook nauwe contacten met Matteo Messina Denaro, de voortvluchtige maffiabaas die Trapani controleert, de provincie die grenst aan Raccuglia's territorium in Palermo. ‘We hebben Raccuglia zondag niet in zijn eigen territorium in Palermo opgepakt, maar in de provincie Trapani, dus op Messina Denaro's terrein. Het is gewoon ondenkbaar dat Raccuglia zich daar had kunnen verstoppen zonder dat Matteo Messina Denaro daarvan op de hoogte zou zijn geweest. In de jaren negentig heeft Raccuglia zelf verscheidene voortvluchtige maffialeden bescherming geboden, en het is duidelijk dat hij nu zelf jarenlang op die gunst heeft mogen rekenen. Tussen de maffiafamilies van Trapani en Palermo heerst een pax mafiosa.'
Maar wie gaf dan de gouden tip die naar Raccuglia heeft geleid? Was het gewoon een brave burger, die Raccuglia's gezicht had herkend op de lijst van de dertig meest gevaarlijke voortvluchtigen in Italië? Of was het eerder iemand uit de clan van Matteo Messina Denaro, die de ‘pax mafiosa' dan toch niet zo hoog in het vaandel draagt?
Want met Raccuglia in de cel, komt een mooie vacature vrij aan de top van Cosa Nostra, in Palermo. Het is een buitenkansje voor wie in aangrenzend gebied opereert, en zo zijn territorium kan uitbreiden naar Palermo. En het is de gedroomde carrièrezet voor een ambitieuze maffioso die tot ‘maffiapaus' wil promoveren... De speurders zullen er allicht geen ruchtbaarheid aan geven, maar hun Operatie Messina Denaro is begonnen.
Tien seconden tijd
Mimmo Raccuglia verschanste zich bijna twee maanden op de vierde verdieping van een flatgebouw in het oude centrum van Calatafimi. De eigenaars hadden de voortvluchtige gangster hun flat gelaten, en verbleven zelf tijdelijk op een boerderij buiten de stad. Het echtpaar is opgepakt wegens hulp aan een voortvluchtige maffioso, een misdrijf dat hen wellicht zwaar zal worden aangerekend.
Het mag een mirakel heten dat er bij de bestorming van het flatgebouw geen doden of gewonden zijn gevallen. Het politieteam omvatte vijftig zwaarbewapende agenten, met kogelvrij vest en zwarte bivakmuts. De agenten, allemaal jongens uit Sicilië, dragen bij elke maffia-arrestatie een bivakmuts, om achteraf niet herkend te worden.
‘Raccuglia heeft welgeteld tien seconden gehad om zich te realiseren wat hem overkwam', blikt agent Brignone terug. ‘Toen waren mijn mannen al bij hem, op de vierde etage. Raccuglia zelf was ook zwaarbewapend. Hij had een geladen automatisch geweer in zijn handen, naast hem lagen nog twee handgeweren. Hij probeerde nog te vluchten via het balkon.' Maar het hele gebouw was omsingeld. ‘We hebben meermaals geschoten, om hem te doen beseffen dat wij ook zwaarbewapend waren, en dat vluchten geen zin had.'
Volgens de Italiaanse pers regende het daarna eurobiljetten over het balkon. Net als elke voortvluchtige had ook Mimmo Raccuglia een flinke voorraad cash op zak. In het appartement vond de politie 138.000 euro, hoogstwaarschijnlijk inkomsten uit afpersing. Raccuglia had een ‘vluchtrugzak' klaarstaan met wat spullen en kledij – een vers gewassen en gestreken designerjeans van Valentino.
Behalve veel geld waaiden ook de ‘pizzini' over het balkon, de lucht van Calatafimi in. Die kleine, handgeschreven briefjes in codetaal gebruiken de ondergedoken maffiosi om met hun helpers te communiceren, maar ook om hun zaken verder af te handelen.
De ‘pizzini' van Mimmo Raccuglia bevatten volgens de Italiaanse media behalve namen ook details over die zakelijke transacties. ‘We hebben zeker interessante documenten gevonden', beaamt politieagent Brignone. ‘Maar in het belang van het onderzoek kan ik daarover verder niets kwijt.'
Bloedeed en familie-eer
‘Mimmo Raccuglia behoort zeker tot de ouderwetse generatie maffiosi', zegt de agent, ‘die de bloedeed afleggen en daarna voor het leven uomini d'onore, of mannen van eer blijven.'
Dat de bloedeed nog altijd wordt afgelegd, bleek nog uit de maffiamoorden buiten een Italiaanse pizzeria in het Duitse Duisburg, in augustus 2007. Daar vond de politie op de parking met bloeddruppels besprenkelde heiligenprentjes. In Duisburg ging het om een afrekening binnen de Calabrese maffia ‘ndrangheta. Maar de Cosa Nostra heeft een gelijkaardig bloedritueel: ‘Op Sicilië heet dat de “pungitina”, het prikje in een vingertop', zegt politieagent Brignone.
De eed van eeuwige trouw aan de Cosa Nostra wordt afgelegd door met een naald in een vingertop te prikken, waarna de maffioso enkele bloeddruppels sprenkelt over een heiligenprentje – doorgaans de patroonheilige van de maffiatak. Later wordt het prentje met een lucifer in brand gestoken, waarna de ingewijde de eed aflegt: ‘Ik zweer dat ik zal branden, net als deze heilige brandt, wanneer ik de familie verraad.'
‘Mimmo Raccuglia heeft zich vanaf het moment van zijn arrestatie als een traditionele man van eer (een ingewijde maffioso, red.) gedragen', vult politieagent Brignone aan. Een man van eer wordt in de maffia gevreesd en gerespecteerd, zolang hij niet met buitenstaanders kletst. Want dan verbreekt hij de zwijgplicht van de omertà, waarop in de maffia de doodstraf staat.
‘Geen woord hebben we uit hem gekregen', zegt Mario Brignone. ‘Toen hij zich overgaf, staarde hij me aan met een stalen, ijzige blik, in een gezicht van steen. Het is een ijzervreter. Hij heeft sindsdien geen kik meer gegeven.'