Van varkens en pitspoezen
corbis
Willen we dat wel, leven zonder seksisme? — 'Wijven moeten niet zoveel complimenten maken', sprak Louis Major in 1972. Maar Neelie Kroes, Joëlle Milquet of Ingrid Lieten doen dat een kleine veertig jaar later meer dan ooit. Is hun emancipatiestrijd de juiste?
'Ik sta altijd paraat.' Het was Bobs eerste salesmeeting bij zijn nieuwe werkgever, een Amerikaanse financiële instelling. En hij gooide meteen een bikinibroekje op tafel. Gewoon, fluks uit zijn jaszak: 'Altijd paraat'. Hij had zijn nummertje degelijk voorbereid en het miste zijn effect niet. Hilariteit om zoveel bonhomie: in één beweging gooide Bob zijn succes bij de vrouwen én zijn gevoel voor humor op tafel. Hoewel. In de kamer veerde zijn collega Paula op. Ze pikte de goedbedoelde grap niet. Ze stuurde prompt een brief over het incident naar haar ceo. Een kranig vrouwtje. Maar de manager zat vooral in met de reputatie van Bob. Paula kreeg te horen dat ze geen goede teamspeler was. Kranig vrouwtje nam ontslag en begon met succes een eigen zaak.
Deze week publiceerde Europees Commissaris voor Concurrentie Neelie Kroes een korte brief in The Financial Times, waarin ze samen met twee van haar vrouwelijke collega's pleit voor een vrouwelijke Europese voorzitter: 'Vaak is een vrouw de juiste man op de juiste plaats.' Uiteindelijk werd niet de voorzitter, maar wel de Hoge Vertegenwoordiger een vrouw. Nog deze week lanceerde Joëlle Milquet (CDH) een ambitieus plan: zowel bij de overheid als bij beursgenoteerde privébedrijven wil ze quota invoeren. Ten laatste over zeven jaar moet een op de drie bestuursleden van de andere kunne zijn.
Op schijnbaar onschuldiger gebied stoorde Vlaams minister van Media Ingrid Lieten (SP.A) zich drie weken terug aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de jury van de tv-quiz De slimste mens. En onderzoekers Marc Hooghe en Knut De Swert reageerden op die oproep zoals onderzoekers doen: met cijfers, in dit geval over nieuwsuitzendingen van de VRT. Dat is kennelijk een mannenbastion, waar vrouwen maar in 25,9 procent van de gevallen aan het woord komen. Experts heb je in alle soorten, strekkingen en graden van competentie. Maar drie op de vier keer zijn het mannen. In dit geval was zelfs de expert inzake de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke experts een man.
Met al die cijfers, statistieken, cirkel-, staaf- en taartdiagrammen over vrouwen en mannen verdrinkt een strijd in een brij van procenten. En altijd is de teneur dezelfde: vrouwen zijn - geeuw - ondervertegenwoordigd. Ze worden benadeeld, achtergesteld, gejonast en gediscrimineerd. Er zijn te weinig vrouwen in de media, in de politiek, onder professoren, bij ceo's, in het Belgisch leger en waarschijnlijk ook aan de start van de Grand Prix Formule1 van Singapore. De occasionele pitspoes niet meegerekend. Vrouwen verdienen minder, doen meer parttimewerk (tegen de waarschuwing van minister Smet in) en gaan sneller in de verpleging.
Hoerig
Vrouwenbewegingen hebben sinds 1830 spectaculaire vooruitgang geboekt. Toen zette het burgerlijk wetboek de vrouw nog op één lijn met minderjarigen en zwakzinnigen, vandaag zijn de flagrantste vormen van discriminatie met een lange stroom wetswijzigingen weggewerkt. Maar heeft de mentaliteit ook gelijke tred gehouden met de verbeterende cijfers en de emanciperende wetgeving? Lippendienst bewijzen we allemaal aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Geen man die het in zijn hoofd durft te halen om initiatieven à la Milquet ten gronde te bekritiseren. Maar worden we minder seksistisch? En, prangender: willen we dat wel, leven zonder seksisme?
Bah nee. Een prioriteit zouden de meeste mannen de strijd tegen het seksisme niet noemen, tenzij een vrouw er hen expliciet om zou vragen. Bij vrouwen ligt het mogelijk anders, al is ook dat lang niet zeker, maar onder mannen is het een publiek geheim dat we graag lachen met vrouwen die schoenen afschrijven omdat ze te hoerig zouden zijn. Want waarom zouden vrouwen anders schoenen dragen? Op andere momenten schrijven we stukken waarin we het hebben over 'een kranig vrouwtje, 'de andere kunne' of 'pitspoezen'. Zoals hierboven dus. Dat zijn allemaal zonder meer denigrerende termen, waarvan iedereen weet: eigenlijk zijn ze een beetje fout. Precies daarom klinken ze ook zo 'scherp', 'snedig' of 'geestig'. Het is een recept dat onder meer de radiozender Studio Brussel met succes heeft verspreid, ongetwijfeld meesurfend op bredere maatschappelijke golven: principes, van hoffelijkheid tot mensenrechten, leveren goede radio op, zolang ze maar gebruuskeerd worden. Wie durft te klagen, heeft geen gevoel voor humor. De man die daarover klaagt, moet een vriend zijn van Jozef De Witte én van Phil Bosmans. De vrouw die klaagt, is een zuurpruim die nog nooit goede seks heeft gehad.
Het verhaal van Bob en zijn bikinibroekje komt uit veldwerk van Patricia Yancey Martin van Florida State University, die op zoek ging naar het ondergrondse seksisme. Ze zocht naar de benadeling van vrouwen die niet in grafieken of decreten gegoten kan worden, de discriminatie die onderhuids blijft. Zo vertelt ze over de vicevoorzitter die met vrouwelijke collega's alleen wou lunchen. Als hij hen 's avonds op restaurant zou uitnodigen, zouden er verkeerde dingen gedacht worden. Waardoor vrouwen minder snel een band met hun baas konden opbouwen, met verminderde kansen op promotie tot gevolg. Of neem de manager die in de cafetaria met zijn mannelijke collega's vrouwen scores gaf zodra ze binnenkwamen. Op een schaal van één tot tien. Tot het bedrijf het spel expliciet verbood, omdat het 'beledigend is voor vrouwen', aldus de manager, die ook in het gesprek met de onderzoekster het probleem niet zag.
Yesterday
Maar waarom zou die vrouwenstrijd eigenlijk zo belangrijk zijn? Willen de vrouwen die strijd eigenlijk zelf wel? Het is niet moeilijk om moeders te vinden die rechtuit zeggen dat ze blij zijn dat ze thuis kunnen blijven om voor de kinderen te zorgen. En hoge hakken maken je gewoon mooi, wie kan daar wat tegen hebben? De sociologe Alison Woodward van de VUB werd aan de telefoon een beetje kregelig van dat soort tegenwerpingen: 'That is soooo yesterday.' Al decennialang wordt keer op keer bewezen dat er een scheefgroei is, die voorbijgaat aan de persoonlijke voorkeuren. Els Flour van het Vrouwen Overleg Komitee gaf hetzelfde antwoord: 'Elk individu heeft een vrije keuze, maar ik zal niet nalaten op de gevolgen voor pensioenen of armoedevallen te wijzen.'
Die individuele voorkeuren worden helemaal irrelevant voor de grotere discussie als je ziet dat de samenleving systematisch één sekse benadeelt. 'Die ene vrouw die graag koekjes bakt, mag dat van mijn part blijven doen', zegt Woodward, 'maar het is toch economische waanzin om vrouwen geweldig goed op te leiden om hun expertise dan niet in te zetten? We kunnen ook de Talibantoer opgaan en vrouwen gewoon niet naar school laten gaan.'
Maar zijn vrouwen niet gewoon biologisch anders? Is het dan zo fout te veronderstellen dat vrouwen vaak 'echt' een hechtere band met hun kinderen hebben of van nature tot 'zorg' geneigd zijn? De baby's komen tenslotte al een paar millennia uit de buik van de vrouw. De evolutionaire psychologie - ondertussen een flink uit de kluiten gewassen academische industrie - werkt met populaire beelden van de man als jager en de vrouw in de grot. Hoge hakken? De evolutionair geïnspireerde Gentse filosofe Griet Vandermassen schreef het onlangs nog in een opiniestuk in De Morgen: 'De schoonheidscompetitie onder vrouwen is moordend, omdat schoonheid seksuele macht verleent, dat altijd gedaan heeft en altijd zal doen.' Voilà. In de serieuzere evolutionaire psychologie wordt het essentialisme - generaliseringen genre 'de man is ambitieus, de vrouw zoekt de consensus' - nog een beetje getemperd: men spreekt daar over gemiddelden veeleer dan over onvervreemdbare eigenschappen. Maar in de populaire versie komen mannen gewoon van Mars en vrouwen van Venus. Punt. En als zelfs vrouwen het zeggen...
Genderspecialisten geven het toe: het is niet onmogelijk dat er zoiets als een biologisch bepaalde tendens bestaat. Maar de argumenten tegen het belang van die logica zijn even simpel als verpletterend. Waarom zijn er in landen die verder staan in de emancipatiestrijd - in Scandinavië, bijvoorbeeld, waar ze al langer een wet à la Milquet hebben - veel meer vrouwen in topfuncties? Zien de Zweedse moeders kun kindjes minder graag? En wat doe je in die logica met de stigma's voor vrouwen die wat mannelijker zijn en mannen die wat vrouwelijker zijn? Zijn die dan geen echte, en dus minderwaardige, vrouwen en mannen? En zelfs als vrouwen biologisch anders geconditioneerd zijn dan mannen, moeten we dan aanvaarden dat ze voor hetzelfde werk minder betaald worden? Voor wie ook maar even de tijd neemt om erover na te denken, weg van de vooroordelen en vooral weg van de anekdotiek van die ene vrouw die seksisme eigenlijk geen strijd waard vindt, is het antwoord simpel. Nee.
Doos
De kern van het seksismeprobleem is niet dat mannen varkens zijn. Sommigen zijn dat wel, anderen zijn dat nooit, nog anderen zijn dat soms. En elk gedrag krijgt maar betekenis in interactie met anderen. Zeker voor humor is de context cruciaal; fatwa's tegen elke schuine grap zijn zonder meer idioot. God verhoede dat grove, seksistische scherts in geen enkele situatie zou kunnen. Het zou ridicuul zijn om die opmerking over de 'hoerige schoenen' niet in een context te plaatsen.
Wie met de wijsvinger gaat zwaaien na een ranzige grap, zal niet alleen weinig binnenhalen omdat wijsvingers in de regel sowieso weinig effect sorteren. Vaak zal zij, want meestal is het een zij, op actieve of passieve agressie stuiten omdat het seksisme onbewust was. Niet alleen wordt de man, want meestal is het een man, fout gedrag verweten, hij wordt als het ware koud gepakt omdat hij niet doorhad dat hij iets fout deed. Willens nillens over de schreef gaan is plezant; onbewust is het zonder meer gênant. De tegenreactie is dan vaak niet bewustwording, maar juist represailles.
Wat veel beter helpt, schrijft Patricia Yancey Martin, is kalm op stereotypes wijzen en simpel aantonen dat ze onjuist zijn. Zodra het bewustzijn groeit, kan ook het gedrag veranderen. Het zogenoemde 'alledaagse seksisme', waar de onderzoekers Magda Michielsens en Walter Angioletti het over hebben, is vaak des te schadelijker omdat het onnadenkend is. Wie erop begint te letten, ziet dat beeldvorming in reclame, pornoficatie en het glazen plafond onmiskenbaar één verhaal vormen. En het wordt er niet beter op, of dat nu komt door een al dan niet vermeende ruk naar rechts of een nog steeds onstuitbaar neoliberalisme, zoals sommige feministen menen. Michielsens en Angioletti halen in hun definiestudie van het concept 'seksisme' van eerder dit jaar een indrukwekkende reeks recente voorbeelden aan: van Joëlle Milquet (opnieuw), die een storm van kritiek kreeg toen ze tijdens de formatieonderhandelingen als het even kon naar haar familie in Zuid-Frankrijk reed, tot vrouwen die zich kleden als hoeren in een pornobombardement aan videoclips.
Ook daar blijft de context belangrijk; sexism is in the eye of the beholder. Ongetwijfeld zal er altijd discussie blijven bestaan over wat over de schreef is, en wat nog niet. Categorische morele verboden, schoolmeesters en dogma's lijken ook daarom ongewenst. Discriminatie van vrouwen is ondemocratisch en dom, een heksenjacht tegen al dan niet vermeende seksisten is dat ook. Tussen varkens en pitspoezen kan alleen onderhandelbaar gedrag komen. Dat hoeft niet eens saai te zijn. Maar feministen hebben gelijk als ze zeggen dat het nog niet in de sacoche is. Alleen mensen die geen last hebben van seksisme, willen niet leven zonder seksisme. En doorgaans zijn dat mannen.
Bert Bultinck leidt de opinieredactie van deze krant.