De ambtenaren van de Europese Raad van ministers dreigden maandag drie uur het werk neer te leggen om een loonsverhoging van 3,7 procent op te eisen. Ze riepen de ambtenaren van de Europese Commissie en het Europees Parlement op zich bij hen aan te sluiten.
Vijftien lidstaten van de Europese Unie blokkeerden die verhoging van salarissen, pensioenen en andere uitkeringen. Het ziet er evenwel naar uit dat de nationale regeringen bakzeil zullen halen en moeten instemmen met de loonsverhoging.
Door de sprong van een specifieke Europese index hebben de ambtenaren recht op de salarisverhoging en ze eisen dat de lidstaten ‘de regels respecteren'. Doen de lidstaten dat niet, dan eisen de vakbonden dat de Commissie hen voor de rechter daagt.
Bij de regeringen die de verhoging blokkeerden, zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland. Zij vinden het niet opportuun om in tijden van economische crisis en besparingen het licht op groen te zetten voor een salarisverhoging, temeer omdat het loon van nationale ambtenaren wordt bevroren of zelfs verminderd. Ook België is niet gelukkig met de loonstijging.
Maar de vakbonden zijn het daar niet mee eens. 'Europese ambtenaren betalen wel degelijk een maandelijkse crisisbijdrage. Momenteel bedraagt die 4,64 procent op het basisloon', zegt Hans Torrekens van de vakbond voor Europees personeel CONF/SPE.
Een woordvoerster van commissaris Siim Kallas, die verantwoordelijk is voor personeelszaken, wees erop dat de koopkracht van de Europese ambtenaren sinds 2004 met 1,7 procent is gedaald.
Het loon van de Europese ambtenaren wordt berekend op basis van een formule die de ambtenarenlonen in acht landen en de levensduurte in Brussel het jaar voordien in rekening brengt. De acht referentielanden zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Spanje, Luxemburg en Nederland.
De vakbonden merken op dat de toepassing van deze formule die ‘al twintig jaar voor sociale vrede zorgt', volgend jaar allicht tot een loonsverlaging leidt.
De nationale regeringen voerden aan dat, gezien de crisis, de uitzonderingsclausule in het ambtenarenstatuut in werking zou moeten treden. Die clausule stelt dat ‘in geval van een ernstige en plotse verslechtering van de economische en sociale toestand' in de EU, de Commissie een nieuw loonvoorstel kan indienen. Maar de juristen van de Europese instellingen waarschuwen dat de voorwaarden om deze clausule toe te passen, niet aanwezig zijn. Bovendien zijn er geen precedenten dat in tijden van crisis de verhoging wordt opgeschort.
Met andere woorden: de lidstaten zouden wellicht aan het kortste eind trekken als de zaak voor het Europees Hof van Justitie wordt gebracht. Het op de EU-begroting ingeschreven bedrag van 130 miljoen euro vervalt eind dit jaar en als het Hof pas volgend jaar een uitspraak doet, zou er dus geen geld voorhanden zijn.
Daardoor stemmen de lidstaten vandaag wellicht in met de loonsverhoging. Wel zullen zij de Commissie vragen om de formule voor de berekening van de lonen te herbekijken. Ook zal worden nagegaan of de ambtenaren geen crisisheffing kan worden opgelegd.