Brown gijzelde Van Rompuy
Vlak voor het diner vielen de puzzelstukjes in elkaar, en de Zweedse premier, Fredrik Reinfelt, kon Van Rompuy officeel voordragen. Eric de Mildt
© Eric de Mildt
Hoe Europa zijn eerste president koos — BRUSSEL - De Europese regeringsleiders lieten lang geleden hun oog op Van Rompuy vallen. Maar pas donderdag gaf Gordon Brown zijn zegen.
De zoektocht naar een Europese 'president' begon twee jaar geleden toen het Verdrag van Lissabon op 13 december 2007 werd ondertekend. Al snel dreef Tony Blair boven als de eerste 'Mr. Europe'. Nicolas Sarkozy lanceerde zijn kandidatuur. Maar Angela Merkel zag de Brit niet zitten. Ze stond niet alleen. De slappe Europese houding van Groot-Brittannië en Blairs deelname aan de oorlog in Irak, speelden in zijn nadeel. Zelfs bij de andere socialistische regeringsleiders bestond veel weerstand tegen Blair. En dus moest de Franse president op 16 oktober toegeven dat er een probleem was.
Inmiddels was een ander debat in een hogere versnelling geschakeld: wat houdt die nieuwe functie precies in? En welk profiel past daar best bij? Zoekt Europa echt een figuur die als gelijke kan praten met Obama? Stilaan keerde men terug naar de oorspronkelijk omschrijving uit het Verdrag van Lissabon: voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. En dat moet iemand zijn die een consensus tot stand kan brengen tussen de 27 landen, bereid is met de andere instellingen samen te werken, geen egotripper, en best ook iemand uit een stichtende lidstaat, omdat die de gevoeligheden en valkuilen van de Europese integratie kent. Uit een kleine staat bovendien, omdat dat minder bedreigend is voor de grote.
Daarbij kwam dat de EVP (waartoe CD&V behoort) en de socialisten de nieuwe top-functies onder elkaar verdeelden: het voorzitterschap van de Raad voor de eersten, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid voor de laatsten.
En zo kwamen de drie Benelux-premiers in beeld. Maar tegen de Nederlander Jan Peter Balkenende en de Luxemburger Jean-Claude Juncker was wel wat in te brengen. De eerste had een referendum over de grondwet verloren, de tweede had Merkel en Sarkozy tegen de kar gereden.
Op een etentje op 28 oktober trad de Frans-Duitse as in werking: Sarkozy schaarde zich achter Merkels kandidaat, Herman Van Rompuy. Daags nadien op de Europese top in Brussel polste het duo of de Belg die baan eventueel zou aanvaarden. De premier zag dat wel zitten, en begon aan een ronde van de hoofdsteden om zichzelf te presenteren. Hij viel in de smaak.
En zo had Van Rompuy tijd genoeg om de speech in drie talen die hij gisteren aflas, op papier te zetten. Er werd nog gepoogd - vooral in de Britse pers - Van Rompuy te destabiliseren,Groot obstakel bleven echter de Britten. In de Britse regering heerste een stevig debat tussen Downing Street, de diensten van de premier, en het ministerie van Financiën over de vraag of ze zoals gewoonlijk een zware financieel-economische portefeuille in de Commissie moesten eisen, of voor een van de topjobs moesten gaan. Brown had zich geëngageerd om Blair te verdedigen, maar was verrast door de claim van de Europese socialisten op de post van Hoge Vertegenwoordiger.
De Europese socialisten verkoren de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband uit als hun kandidaat voor die functie. Miliband toonde belangstelling, maar haakte ten slotte af. Het Dream Team Van Rompuy-Miliband viel uiteen. De socialisten schoven daarop de Italiaan Massimo d'Alema naar voor, goed wetend dat die voor weinigen aanvaardbaar was. Het was als het ware een 'wachtpositie'. Achter de schermen werd druk overleg gepleegd. De Poolse premier poogde Blair ervan te overtuigen de post van Hoge Vertegenwoordiger te aanvaarden. Blair wees het aanbod af , tweede viool spelen onder Jose Manuel Barroso zag hij niet zitten. Ook de regeringsleiders huiverden bij de gedachte dat Blair in die zeer belangrijke beleidsfunctie soloslim zou gaan spelen.
De situatie zat donderdagochtend nog muurvast. De kans bestond dat Van Rompuys kandidatuur alsnog ontspoorde. Donderdagnamiddag, enkele uren voor het diner waarop de beslissing moest vallen, kwamen de socialistische premiers samen op de Oostenrijkse ambassade. Brown hield er een vurig pleidooi voor Blair, stelde vast dat hij alleen stond, besefte ook dat hij geen zware post in de Commissie in de wacht zou slepen en aanvaardde de post van Hoge Vertegenwoordiger voor zijn landgenote Catherine Ashton.
Barroso deed zijn duit in het zakje om Brown ervan te overtuigen voor die machtige en erg zichtbare post te gaan. In de Raad van regeringsleiders heerste evenwel enige reserve tegenover de onbekende Ashton. Maar ook daar kon Barroso, die het voorbije jaar nauw had samengewerkt met Ashton, die commissaris voor Handel was, zijn invloed laten gelden en hen overtuigen van haar capaciteiten.
Van Rompuy en Barroso raakten het eens over een bevoegdheidsverdeling. En zo vielen de puzzelstukjes vlak voor het diner in elkaar, zodat de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt het team Van Rompuy-Ashton officieel kon voordragen. Brown kreeg nog een niet-bindend documentje waarmee hij in eigen land kon zwaaien om te bewijzen welke een machtige functie hij had binnengehaald? En de Europa en Van Rompuy konden aan een nieuw hoofdstuk beginnen.