Brievenbus
De pré-electorale koorts stijgt in de aanloop naar de federale verkiezingen; de maartbarometer van De Standaard/VRT staat nagenoeg zes volle pagina’s centraal in De Standaard van zaterdag 17 maart. De barometer is een telefonische peiling bij iets meer dan 1000 stemgerechtigde inwoners uit Vlaanderen, wat met zich meebrengt dat men rond de gerapporteerde percentages al snel een foutenmarge van ongeveer 3% moet rekenen. Dit indachtig moet men concluderen dat de ‘nieuwswaarde’ van deze nieuwe peiling eigenlijk relatief beperkt is; het blijft werkelijk verbluffend te constateren dat men hierover zonder schroom 6 volle bladzijden tekst kan produceren. Echter, net zoals bij de decemberbarometer gaat het pas goed fout wanneer in de rapportage het electoraat van de verschillende politieke partijen afzonderlijk wordt geanalyseerd en becommentarieerd. De verkiezingen naderen, en de nieuwe Lijst Dedecker trekt de aandacht; logisch. In de peiling haalt deze partij 3,2%, wat er op neer komt dat de steekproef bij benadering 30 respondenten telt die aangeven voor de Lijst Dedecker te zullen stemmen. Men kan met andere woorden weinig zinnig zeggen over dit resultaat. De bewering als zou dit ‘onvoldoende zijn om de kiesdrempel te halen’, is, rekening houdend met de foutenmarge, misschien wat voorbarig. Maar het gaat verder: ‘uitgerekend in West-Vlaanderen zou Dedecker’s lijst minder populair zijn’; een uitspraak die gebaseerd is op, wat zal het zijn, vijf à zes West-Vlaamse respondenten. Goed wetende dat het verschil tussen 3% en 4%, uitgesplitst naar provincies, bij benadering overeenkomt met ofwel 5 respondenten ofwel 8 respondenten die aangeven voor de Lijst Dedecker te zullen stemmen. Het punt is wederom genoegzaam gemaakt; men hoeft niet methodologisch geschoold, laat staan een statistisch genie, te zijn, om te weten dergelijke kleine aantallen een bijzonder wankele basis vormen voor de gedane uitspraken. Misschien waren die zes bladzijden toch iets te ruim bemeten. Stefaan Pleysier (de auteur is docent statistiek en methoden van onderzoek aan de KATHO hogeschool)
maandag 19 maart 2007