De Standaard.Biz
Registreer u gratis » Meld u aan » Log uit
Telex: PS wil gratis treinvervoer bij smogalarm
Miljoenen oude gsm's liggen te verkommeren in lades en kasten. Zonzoo geeft ze op een milieuvriendelijke én rendabele manier een nieuwe bestemming.
De Paradox van Parys
DE PARADOX VAN PARYS
Dinsdagavond legde een aantal moedige bedrijfsleiders een flinke brug naar de creatieve industrie in Vlaanderen. Ze defileerden in Vlaamse mode op de catwalk van de Modenatie in Antwerpen. Aanleiding was het samengaan van Flanders Fashion Institute met Flanders DC. De missie van het vernieuwde Flanders DC luidt 'ondernemend Vlaanderen creatiever, en creatief Vlaanderen ondernemender' maken. En beide samenbrengen. Want in die kruisbestuiving zit een onaangeroerde bron van rijkdom.
...is als een café zonder bier. En dat is niet enkel zo voor het straatbeeld aan de Vaartkom waar het gerstenat wordt gebrouwen. Als ik in zeven haasten van de trein waai en er zich een bittere hopgeur in mijn neusgaten nestelt, dan weet ik dat ik thuis ben. In Leuven stroomt het bier door de aderen van de inwoners. En als er heibel is in de Stella, dan is er bonje in de familie. Het sociaal conflict aan de poorten in de Vuurkruisenlaan snijdt dwars door het hart van de stad. Mijn thuisstad zonder zijn historische brouwer is als Antwerpen zonder Opel. Meer dan 2.600 families zitten binnenkort zonder werk. Wat kan je daarover schrijven zonder te vervallen in platitudes die zout in de wonde strooien? Dat het een ramp is voor wie daar werkt. Dat het een sociaal bloedbad is voor Vlaanderen. En dat de Duitsers hun slag hebben thuisgehaald.
Een vriend van me is net uit Port-au-Prince vertrokken, waar hij voor de VN werkte. Zoals hij vaak vertelt, hebben sommige mensen het ongelooflijke ongeluk niet hier maar op een eiland geboren te zijn. Als dat eiland in de Caribische Zee ligt, jarenlang bestuurd wordt door potentaten als Papa en Baby Doc die zich aan corruptie en geweld laven, dan heb je pas echt brute pech. Want dat betekent dat je dagelijks op zoek moet naar water en eten op gevaar van je eigen leven. Dat je huis een hut is en je hoofdstad Port-au-Prince. Als je aan die weinig benijdenswaardige cocktail een aanzienlijke aardbeving toevoegt die je familie decimeert en je hut nivelleert dan schiet de Nederlandse woordenschat te kort.
Ik heb de kerst Down Under doorgebracht. Een aanrader voor iedereen die graag onder een spar op het surfstrand bij dertig graden Celsius geniet van een glaasje glühwein. Vooraleer ik een voet op Australische bodem zette, was ik een absolute ignoramus van alle Aussie-zaken - de occasionele Flying Doctors-aflevering niet te na gesproken. Dat de Britten er hun gevangenen dumpten nadat ze niet langer in Amerika terecht konden, wist ik. En dat je er spectaculaire landschappen kon zien zonder een ziel tegen het lijf te lopen, verhoopte ik. Tof land, warm klimaat, véél kangoeroes: dat was zowat wat ik verwachtte.
De paradox Van Parys
Dit wordt de laatste 'Paradox' van het decennium. Ik hou van de gezelligheid van de eindejaarsperiode. Kerst is het tijdstip waarop we tijd hebben voor elkaar. De mens achter de functie, de persoon achter de ondernemer.
De paradox van Parys
126 jaar na zijn dood krijgt Karl Marx dan toch gelijk. In zijn befaamde theorie van de vervreemding, gebaseerd op een idee van Hegel, poneert hij dat kapitalisme tot het afschaffen van de band tussen arbeider en product leidt. De auteur van Das Kapital doceerde dat de kapitalistische klasse gaat lopen met het resultaat van het werk dat arbeiders verrichten. De loonslaaf kan zich op die manier niet langer vereenzelvigen met het product dat hij zelf gemaakt heeft en put geen enkele voldoening meer uit zijn werk. Hij vervreemdt, letterlijk, van zijn job. De ster van Marx mag de voorbije twee decennia getaand zijn, zijn visie is zelden actueler geweest voor de toestand van ons land.
We zijn er vroeg bij dit jaar en zetten nu al een boompje op over het einde van het jaar. Want eind 2009 is niet zomaar oudjaar, 31 december luidt het afscheid van een decennium in. En omdat we alles graag in hokjes steken, verzinnen we er dan ook graag een passende naam bij. En daar is haast bij, want we er resten ons nog maar een veertigtal dagen. En daar hebben we u voor nodig. Deze week rekenen we eens op uw creativiteit, beste lezer, om het voorbije decennium van een kort en krachtig dictum te voorzien. Om u op weg te helpen, hierbij enkele overpeinzingen. Let the naming games begin.
Ik ben gefascineerd door de val van de Berlijnse Muur. Een heel ander soort wereld, zo ver weg en toch heel dichtbij. Mijn vader vertelde me verhalen over hoe hij als student met de auto naar Oost-Europa was getrokken. En was vastgehouden aan de grensovergang. Waarom was niet meteen duidelijk. Wat ze wilden weten was dat na een paar uur in een kil achterafkamertje wel. Een geüniformeerd exemplaar van een staatsambtenaar legde mijn vader urenlang op de rooster over zijn geboortestad Mechelen. Hoe hoog was de Sint-Romboutstoren? Waar huisde Margaretha van York? En wie was Rembert Dodoens? De lui, die er niet voor terugdeinsden om hun eigen volk af te knallen als dat het communistische paradijs wilde ontvluchten, waren argwanend geworden over de nationaliteit van mijn pa. Aanleiding was een nietje in zijn paspoortfoto dat twee keer was aangebracht. De grenswachters van de brave new world verdachten hem er dus van een Ossie te zijn en zich als Belg uit te geven.
Help. Mijn verstand is te klein. Ik heb echt geprobeerd aandachtig naar de meneer van de socialistische vakbond te luisteren om te kijken of ik er ook maar een fragment van een goed argument in kon vinden om het land plat te leggen. Want bijna een half miljoen landgenoten heeft vandaag zijn plan moeten trekken omdat 900 spoorwegambtenaren mogelijk overgeplaatst worden. Ik zeg wel 'mogelijk' want daarover is nog niets beslist, al is het wel al zeker dat het zonder loonverlies zou zijn. De vakbonden bij het spoor zijn van de onderhandelingstafel weggelopen omdat ze vinden dat ze te weinig informatie krijgen. Of net te veel. Of te veel verschillende informatie. Want ze hebben daar al zeker veertig keer over vergaderd. En toen waren ze het beu.
Het lijkt de jongste weken alsof de helft van mijn kennissenkring aan het ondernemen is geslagen. En de andere helft pretendeert ten minste vage plannen te hebben om ooit ook de stap te doen. Een nieuw IT-bedrijfje hier, een innovatief retailconcept daar, een transportzaak links en een nieuw chipdesignbedrijf rechts. Dat is niet eens zo'n gekke evolutie. Want als je even rondkijkt, moet je eigenlijk al behoorlijk betoeterd zijn om géén onderneming te beginnen in ons land. Het lijkt wel alsof iedereen klaarstaat om je geld toe te stoppen, je met advies te overladen en je goedbedoelde hulp te bezorgen. Ook op de markt van ondernemerschapsbevordering heeft het ondernemerschap toegeslagen en schieten nieuwe initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Flanders DC zelf sensibiliseert, inspireert en activeert natuurlijk de ondernemersmicrobe, onder meer door ondernemers voor de klas te zetten, tools te ontwikkelen en ondernemers in spe op weg te helpen naar de juiste partners. Maar zodra je klaar bent om te gaan ondernemen, heb je overschot van keuze. Zo laat het Centrum voor Ondernemen in Gent studenten gratis opdrachten uitvoeren voor kandidaat-ondernemers. Wil je een marktstudie uitvoeren of een businessplan schrijven, dan kun je bij hen terecht. Bovendien kun je er als starter kantoorruimte huren voor een prikje.
Optimisme is een morele plicht, debiteerde Karel Popper. Maar volgens Mark Eyskens is een optimist in de eerste plaats een slecht geïnformeerde pessimist. De discussie over het halfvolle of halflege glas is van belang voor de staat van onze economie. Dat zit zo. Met de regen van ontslagen en besparingen die bijna elk bedrijf in België doormaakt, durft de sfeer op het kantooreiland al eens onder nul kelderen. Werknemers die pessimistisch zijn, zo gaat althans de conventionele theorie, presteren slechter en zijn minder productief. Het bedrijf boekt belabberde resultaten als gevolg. En de hele economie gaat mee de dieperik in. Het enige wat ons kan redden, is dus een stevige dosis optimisme.
Uit de crisis raken, doe je door meer jobs te creëren. Meer werk komt er door meer investeringen. Die aanmoedigen is een taak van de overheid. En daar is nog werk.
Eilanden zijn altijd een beetje anders. Dat werd deze week nog eens bevestigd door een trits nieuwsberichten met als rode draad de economische en klimaatscrisis die vaak harder toeslaan op eilanden dan bij ons. Die extremere omstandigheden lijken eilandnaties tot originele maatregelen te dwingen. Zo hebben de Kiribati-eilanden een vrij verregaand plan om het hoofd te bieden aan rijzende zeespiegels, staan de Kaaimaneilanden voor een huizenhoog dilemma, voert Groot-Brittanië een begrotingsdebat dat bij ons ondenkbaar is, en blijken Afrikaanse eilanden de economische sterren van het zuidelijke continent.
Waarom houdt een Vlaams publiek de eerste twee rijen van een zaal bijna altijd maagdelijk onbezet? Waarom werken we zo hard zonder onszelf te verkopen? Waarom breken we onze helden met zoveel plezier af? En waarom typeert een angstige stilte de sfeer in elke Vlaamse vergaderruimte waarin de spreker net naar vragen polste? Het zijn vraagstukken die me mateloos boeien.
Laat ons zeggen dat het geen topweek is geweest voor de Belgische ondernemers. Als we eerlijk zijn, is het niet bepaald een florissant jaar geweest. Toch blijkt uit nog ongepubliceerde cijfers dat onze jeugd bijzonder positief staat tegenover ondernemers. Vreemd, want neem nu het nieuws van deze week. Het begon al slecht tijdens het weekend met de heer Lippens die de aftrap gaf van een onstuimig mediaoffensief. De Standaard vatte het eerder deze week perfect samen: een kans om te zwijgen doet zich spijtig genoeg geen twee keer voor. De voorzitter van wat ooit één van onze grootste bankinstellingen is geweest, leek net terug van een missie naar Mars, waardoor hij het voorbije jaar het nieuws op aarde had gemist. Hij gaf zelf geen fout toe, wees met een beschuldigende vinger naar de regering en andere bestuurders en beweerde nooit iemand te hebben opgeroepen om te investeren in Fortis. Extra pijnlijk wanneer de krant je oude quote opdiept waarin je net dat doet.
Zes miljoen liter melk. Goed voor twee olympische zwembaden wit spul is er gisteren door een duizendtal boeren en meer dan vierhonderd tractoren uitgereden op een akker in Ciney. De, voornamelijk Waalse, melkstaking heeft haar mediatiek effect niet gemist.
We stijgen een plaatsje in de lijst van competitieve landen die het Wereld Economisch Forum (WEF) gisteren bekendmaakte. Hoera. Maar wat blijkt? De overheid, die de smeerolie moet zijn in ons economisch radarwerk, is de spaak in ons wiel. Nu weet ik wel dat sinds de gebeurtenissen van een jaar geleden de roep om meer overheid steeds luider klinkt. De redenering is dan dat te weinig overheid ons genekt heeft en we meer regels moeten verzinnen om minder heibel te krijgen in de toekomst.
Een bank is een plek die je geld leent als je bewijst dat je het niet nodig hebt, werd al in de jaren vijftig verteld. Veel fans hebben de banken er ondertussen niet bijgewonnen. De socialistische vakbond wil onze banken een crisisbelasting doen ophoesten. SP.A wil ze uitsluiten van de notionele interestaftrek. En Laurette Onkelinx ziet een kans om het gat in de begroting kleiner te maken door 'de banken de crisis te laten betalen'. Enkel Groen! kwam gisteren origineel uit de hoek en kant zich tegen zo'n algemene belasting.
Vorige week blies Mieke Vanhecke, de grote baas van het katholieke onderwijs, alarm. Een hervorming van het basisonderwijs is dringend. We verliezen te veel kinderen op te jonge leeftijd die later hun achterstand nooit meer inhalen. Een interessant ideetje dat ze opperde, maar dat weinig weerklank kreeg, was om meer klassen volgens het niveau van de leerlingen op te zetten. Dat deed me meteen denken aan een razend interessant boek dat ik tijdens mijn luie zomervakantie in een sneltreinvaart heb verorberd. Het heet Outliers. The Story of Success en is van de hand van de excentrieke Malcolm Gladwell. Daarin verdedigt hij de centrale stelling dat individueel succes minder te maken heeft met persoonlijke verdiensten en meer met verborgen voordelen, kansen en cultuur.
Net terug uit vakantie. Twee weken er helemaal tussenuit. Zon, zee, zand. Cultuur en avontuur. Hoofd leeg en agenda vol. Met fietsen, zwemmen en niets doen. Gelukkig geen rodelbaan voor ons dit jaar. De enige charcuterie die ik gespot heb, lag op mijn bord. Dépayser, zoals ze dat in la douce France noemen. En daar hoort ook veertien dagen unplugged leven bij. Geen mails, Facebook, telefoon, tekstberichten en Twitter. In zo'n periode van netwerkontbering besef je pas echt wat een crackberry je bent geworden. En hoeveel frisse ideeën je dan kan genereren.
Antwerpen, Brussel en Gent. Enkele steden waar we in Vlaanderen het meest trots op zijn. Niet enkel voor wat ze in het verleden presteerden, maar ook voor wat ze voor onze toekomst betekenen. Het zijn onze innovatieve hotspots die vooraan in de wereldwijde strijd van de kenniseconomie staan. Dat is buiten de onderzoekers van het World Economic Forum en McKinsey gerekend. Die zetten ons met een flinke dreun terug in de realiteit, die verder reikt dan onze landsgrenzen. In een internationale rangschikking van innovatieclusters bengelen ze helemaal achteraan. Zowel in Europa als in de wereld.
Groot nieuws deze week. Een restauranthouder uit Antwerpen kan de Lange Wapper tegenhouden. Als de Raad van State het advies van de auditeur in de zaak volgt, dan zal het minstens drie jaar langer duren vooraleer de Sinjoren hun Lange Wapper in gebruik kunnen nemen.
Onze Vlaamse werkloosheid piekt en toch vinden we geen kandidaten voor 61.000 open vacatures. Knettergek is dat. Het lijstje met vacatures zonder kandidaat bevat onder andere mecaniciens, machinisten, meubelmakers en metselaars. Het kabinet van minister Vandenbroucke wil dat er nog meer wordt ingezet op opleiding. 'Maar van een poetsvrouw kun je geen ingenieur maken', klonk het. Maar wat als we van die ingenieur nu eens een poetsvrouw maakten?
Europa blijft erop hameren, de formateursnota van de nieuwe regering neemt haar op, de federale regering praat erover en Google geeft meer dan 340.000 zoekresultaten voor '3%' en 'Lissabon'. Waarover gaat het? Alle EU-landen hebben enkele jaren geleden afgesproken om minimaal 3% van hun bruto nationaal product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Maar slechts twee van die landen halen vandaag de norm. Zowel de privésector als de overheid streeft krampachtig naar die doelstelling en bericht daar jaarlijks over in lijvige rapporten. Want meten is weten. Maar wat je meet, is ook wat je krijgt. En daar zit het probleem.
Door de crisis zien steeds gekkere zakenideeën het levenslicht. Neem nu Larry Levine die recent Wall Street Prison Consultants uit de grond stampte. Geen grap, maar een crimineel idee. Het nieuwe bedrijfje adviseert voormalige Wall Street-types over hoe ze kunnen overleven achter de tralies. Booming business dus. Potentiële (bajes)klanten worden op de startpagina van zijn website warm gemaakt met de vraag of ze ook verhuizen 'van de beursvloer naar de gevangenisvloer.'
Nu de verkiezingen achter de rug zijn, kunnen de nabeschouwingen van start gaan. En wat mij opvalt, is dat de politieke markt steeds meer op de financiële markt lijkt. Dat hoeft niet te verwonderen, want wij zijn zowel kiezer als aandeelhouder. Maar wat wel verbaast, is dat de aandeelhouder in ons maar weinig lessen aan de kiezer in ons leert. Met andere woorden: enkele oorzaken van de financiële malaise, zoals een buitensporige personencultus, ongefundeerde hypes en hypervolatiliteit, duiken nu ook op in de res publica. En dat is geen goede zaak.
Vlaanderen staat stil. Onze wegen slibben dicht en het mobiliteitsinfarct slaat toe. Een verplaatsing Leuven-Brussel duurt makkelijk meer dan een uur, drie keer zo lang als op een gemiddelde zondagmiddag, met een geweldig verlies aan productiviteit tot gevolg. Ministers komen met plannen, onder meer om massaal te investeren in nieuwe bus- en tramlijnen. Maar een echt vernieuwende visie op openbaar vervoer in ons land zou vertrekken van de consument. Want die heeft last om van en naar zijn station te raken en wanneer hij dan eindelijk een station betreedt, wordt hij terug in de tijd gekatapulteerd.
Het is vrij ongelooflijk maar waar. Deze politieke campagne heeft geen thema. Tenzij het gebrek aan thema ook meetelt. Dat tart de verbeelding omdat we de diepste economische malaise in een kleine eeuw meemaken, banen bij de vleet worden weggesnoeid en het overheidstekort spectaculair groeit. De Oeso maakte nog niet zo lang geleden bekend dat Europa de grote verliezer van de crisis dreigt te worden omdat we niet doortastend optreden en in verspreide slagorde de wapens opnemen. De Commissie staat erbij en kijkt ernaar, terwijl onze Atlantische vrienden 800 miljard euro investeren in economisch herstel en de Aziaten kilometers voorsprong nemen. Een mens zou dus voor minder denken dat er geen beter moment is om het over de uitweg uit de crisis te hebben. Fout dus.
De honderd rijkste zakenfamilies van ons land werden het voorbije jaar 7,2 miljard euro armer. Dat is 288 miljard oude Belgische franken of 10 procent van hun vermogen dat als sneeuw voor de zon smolt. Ik hoor u al denken et alors? U bent waarschijnlijk zelf behoorlijk wat centen kwijt en toch niet helemaal zeker van uw baan. Waarom zou u dan slaap laten voor een aantal fatcats die heus geen boterham minder eten door de aandelenkoersen? Begrijpelijk, maar niet helemaal terecht. Het beursverlies van onze rijkste zakenfamilies is ook een aderlating voor Vlaanderen. Want geld en creativiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Er kan ons land in tijden van crisis niets beters overkomen dan verkiezingen. Want de kiesgang is een regelrechte zegen voor onze economie. U vindt waarschijnlijk samen met 9.900.000 andere Belgen dat we veel te vaak naar het stemhokje worden geroepen en dat onze politici in het parlement er veel te weinig van bakken. Maar wat de meeste mensen niet weten, is dat elke verkiezing een krachtige economische injectie voor ons land betekent. Dat heb ik zelf ontdekt omdat ik besloten heb om me kandidaat te stellen bij de volgende Vlaamse verkiezingen, voor Open VLD in Vlaams-Brabant.
We hebben in Vlaanderen de mond vol over de kenniseconomie, internationaliseren en innoveren, maar we vergeten de daad bij het woord te voegen. Vorige week, tijdens de Bologna-conferentie, werd duidelijk dat maar één op de tien jongeren naar het buitenland gaat studeren, terwijl de regering twee op de tien Vlaamse zonen en dochters wil uitsturen. Dat is een nobel voornemen, maar wie gaat dat betalen? Want studenten die naar het buitenland willen, rekenen daarvoor beter niet op hun bank.
Mijn verstand was deze week te klein om de regen van goed nieuws uit Wall Street te bevatten. De banken, de bron van het hele recessiezootje, zijn er in geslaagd om hun kwartalen met megawinsten af te sluiten. Goldman Sachs deed dubbel zo goed als verwacht: 1,81 miljard dollar. Bank of America verraste vriend en vijand met meer dan 4 miljard dollar nettowinst. Tien keer meer dan de voorspellingen. Citigroup pakte uit met 1,6 miljard dollar nettowinst. JPMorgan Chase deed meer dan 20 procent beter dan verwacht. Puik werk. Positieve krantenkoppen. Beurzen omhoog. Het leven van een aandeelhouder kan mooi zijn.
Wie zegt dat je niets kunt leren van televisie te kijken? Ik heb in één week tijd twee keer iets opgestoken van dat vermaledijde medium. De eerste keer kwam ik Susan Boyle en mezelf tegen op YouTube. De tweede keer kreeg ik een les in ondernemerschap bij de dames uit Mijn restaurant in Diest.
De creatieve industrie werd voor de crisis door iedereen bezongen maar wordt vandaag uit het nieuws verdrongen. Door sluitende staalovens, armlastige assemblagefabrieken en bonuszieke banken. Plots is de aandacht voor mode, muziek en film weg. En dat is fout. Want het is net die creatieve industrie die de motor van het economisch herstel zal zijn. Even terug in de tijd voor een goed begrip. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we drie grote economische stadia doorlopen. Eerste hebben we een factorgedreven economie op poten gezet met een sterke focus op basisarbeidskrachten en stabiliteit. Een paar decennia later maakten we de opstap naar een economie gestoeld op efficiëntie met steeds beter werkende processen en hoger opgeleide werkkrachten. Nu gaat de Grote Knop om, zoals Richard Florida zegt, en schakelen we over naar een economie gedreven door creativiteit, innovatie en ondernemerschap. De creatieve industrie, die beleving en vernieuwing vermarkt, is het hart van zo'n creatieve economie.
Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid telt ons land op het einde van dit jaar 99.000 extra werklozen. Volgens de Oeso zal de werkloosheidsgraad in Europa tot 10% aangegroeid zijn op het einde van het jaar. Een interessante vraag is wie die extra werklozen zullen zijn? De beschikbare cijfers laten een en ander vermoeden. Er is iets vreemds aan de hand: jongeren verliezen massaal hun job. In de categorie onder de 25 jaar zijn er 30% meer werklozen. Dat valt te verklaren omdat bedrijven vaak afscheid nemen van onlangs aangenomen personeel of uitzendwerkers. Bij de leeftijdsgroep tussen de 25 en de 50 jaar stijgt de werkloosheid 'maar' met de helft in vergelijking met de jongeren, plus 15%. Bij werknemers ouder dan 50 neemt de werkloosheid slechts met 5% toe. In de tranche tussen de 50 en 55jaar neemt ze zelfs af.
Groot nieuws begin deze week: onze staatsboekhouding ontspoort en de volgende generatie betaalt. Niet echt verwonderlijk. We zijn met meer dan tien miljoen Belgen en werken met minder dan drie en een half miljoen in de privésector. Dat betekent dat 35% van onze landgenoten inkomsten moet genereren voor zes en een half miljoen medeburgers. Een snelle rekensom. Van onze zeven miljoen potentiële arbeidskrachten haken er 2,3 miljoen gewoon af. Daarnaast geniet 12% van onze bevolking van een uitkering, goed voor 1,2 miljoen mensen. Trek daar een miljoen Belgen van af die onze welvaart administreren maar zelf niet creeëren. Dan blijft er een flinterdun deeltje van onze bevolking over dat effectief de taart bakt. Met zulke cijfers zou je denken dat we alles in het werk stellen om medeburgers die wat willen ondernemen het leven gemakkelijk te maken. Hieronder drie anekdotes die vooral het tegendeel bewijzen.
Gisteren zei een kennis tegen me dat zijn grootste hoop voor zijn zoon van17 was dat hij later iets buiten België zou gaan doen. Zo zijn er ongetwijfeld nog vaders, bezorgd dat het beste wat hun zoon hier kan bereiken, surplacen is. Maar als al die zonen emigreren, verlaat de toekomst ons land. Ik ben in 2000 afgestudeerd in een heel andere wereld. Alles kon en we geloofden rotsvast dat we het beter zouden doen dan onze ouders. Het moeilijkste was kiezen tussen de gekste jobaanbiedingen van softwarebedrijfjes met biljarttafel tot advocatenbureaus met extralegale voordelen. Zes maanden later spatte de droom uit mekaar en barstte de dotcombubbel. Een jaar later stortte het World Trade Center in. Veel van mijn vrienden zijn toen hun job kwijtgeraakt. Nu, acht jaar later, staat er weer een pak kennissen aan de deur. De werkloosheid bij jongeren is met een derde toegenomen in vergelijking met vorig jaar. Diegenen die nog een job hebben, kunnen fluiten naar een promotie. En Joost mag weten wanneer dat weer verandert.
Soms kan het leven eenvoudig zijn. Als bedrijven meer verkopen, houden meer mensen hun baan. Als meer mensen hun baan houden, verkopen bedrijven meer. Een beetje Cartesiaans aangelegde bedrijfsleider denkt dan: je moet blijven investeren in marketing, want het commerciële beleid drijft de verkoop. Toch lijdt er niemand meer onder de crisis dan de frisse jongens en meisjes van de marketing. Want snel wat pijnloos snoeien is zo gebeurd op het marketingbudget. Het risico van een kortzichtige snoeistrategie is in eigen vlees te snijden. Anticyclisch investeren loont, ook in marketing.
Gisteren werd ik wakker met een mevrouw van de vakbond in mijn radio. Die was boos. De banken zouden de crisis als excuus aanwenden om nutteloze besparingen te realiseren. Bij KBC moet je een jaar langer rondrijden in je bedrijfswagen en wordt je kantoor nu maar twee keer in de week gepoetst. Bij Dexia is het wachten tot sint-juttemis voor er teambuilding en afdelingsfeestjes worden georganiseerd. Zakenreizen zijn er wel nog, maar dan met bestemming vergaderzaal op het einde van de gang. Daar kan je via teleconferenties je gesprekspartners ontmoeten op het scherm. Het contract met de plantendienst: afgeschaft. Het order voor spiksplinternieuwe bureaus: ingetrokken. De verwarming: een graad lager. En bij ING doet het echt pijn want daar verminderen ze bonussen, bijdragen voor langdurig zieken en pensioenspaarpremies. Bij één bank verandert er niets: bij Fortis.
De bekende econoom Geert Noels stelde deze week voor om een oorlogskabinet samen te stellen. Die economen zouden de economische toestand in ons land moeten volgen en bijsturen. Een goed idee. Als we er tenminste voor zorgen dat zo'n kabinet geen vergaarbak wordt van oude krokodillen, maar een springplank voor frisse ideeën. Want laten we eerlijk zijn, alleen door te vernieuwen zullen we nieuwe jobs creëren die hier zullen blijven. Dat geldt ook voor de samenstelling van zo'n groep experts en de opdracht die ze meekrijgen. Die mag niet zijn 'behouden wat we hebben' maar 'creëren voor de toekomst'.
Met het Fortis-drama overtreft de werkelijkheid nog maar eens de verbeelding. Het komt de eerste twintig jaar nooit meer goed met het imago van de banken. Zelf lijken ze daar in ieder geval niet wakker van te liggen. Integendeel, onze bankiers werken zich uit de naad om de laatste restjes vertrouwen in hun instellingen te kelderen. Eerst en vooral hebben bijna alle banken nu een of andere vorm van staatswaarborg waardoor ze makkelijker onder mekaar kunnen lenen. Wordt een interbancaire lening niet terugbetaald, dan gaan ze het geld gewoon halen bij de staat, lezen u en ik. Daarbovenop krijgt de bank ook een waarborg van ons wanneer ze krediet toestaat aan een bedrijf. Betaalt dat bedrijf niet terug, dan doet de overheid dat. Risico voor de banken: nul.
Deze week is Facebook jarig. 'Klik klik hoera', kopte Het Nieuwsblad. Want de socialenetwerksite is een innovatie waar we ondertussen met zo'n twee miljoen Belgen aan verslingerd zijn. In elke krant vond je gisteren foto's van Mark Zuckerberg, de twintiger die de socialenetwerksite uit de grond stampte. Maar ondertussen zijn wij wel vergeten dat onze landgenoot Paul Otlet op zijn 27ste al grootse plannen had voor een wereldwijd netwerk van computers. In het jaar 1895. Met behulp van dat netwerk zouden gebruikers uiteindelijk kunnen 'deelnemen, applaudisseren, staande ovaties geven en in koor zingen'. Social networking avant la lettre dus.
Ik ben dit jaar niet uitgenodigd op het schmooze fest in Davos voor een stevige discussie over de sombere staat van de wereld. En ik ben blijkbaar niet de enige. Vikram, John, Richard en Robert moeten dit jaar ook forfait geven. Het contrast met vorig jaar toen Richard Fuld, de baas van wat ooit Lehman Brothers was, stond te oreren over de richting die de wereld uit moest, kan nauwelijks groter zijn. Uiteraard had zijn speaking slot toen niets te maken met de 400.000 dollar sponsoring die Lehman aan het Forum schonk.
Ons land kampt met een werkloosheid die groeit als kool en een hopeloosheid die wortel schiet bij bevreesde bankbedienden en angstige arbeiders in autofabrieken. De belastingontvangsten vallen tegen. Het consumentenvertrouwen daalt. En onze staatssecretaris van Begroting schrikt zich een hoedje bij de economische vooruitzichten voor ons land. We spreken niet langer over groeiprognoses, 'krimpprognose' is de nieuwe term.
Deze column had al veel eerder af kunnen zijn. Want laat ik eerlijk zijn, dit wekelijkse pareltje proza wordt in de praktijk telkens weer geboren in een zee van uitstel. Al ploeterend pen ik een duizendtal woorden bij mekaar, maar die beginnen pas te vloeien wanneer ik de hete stoom van rollende krantenpersen in mijn nek voel. Want zelfs wanneer ik me stellig voorneem eindelijk mijn gedachten op het scherm te zetten en mijn laptop openklap, voel ik de niet aflatende behoefte om dringend eerst mijn mail te checken, snel even te bekijken of er een vriend is die acuut mijn hulp inroept op Facebook, mijn potloden te scherpen en even na te gaan of er ondertussen nog belangwekkend nieuws is gebeurd.
Vorig weekend was het over de koppen lopen in elke grote winkelstraat die ons land rijk is. Maar de spectaculaire koopjes zijn de afsluiter van een veeleer bitter jaar voor de winkeliers. Na het hoerageroep over de koopjes dreigt de stemming snel om te slaan bij de consument. Dat is deels te wijten aan de crisis en deels aan de spiraal van 'zichzelf vervullende voorspellingen'. Met andere woorden, we praten en denken onszelf dieper het dal in. Daar moeten we tegenin durven gaan. Trendwatcher Ann De Kelver vertelde me dat Giuliani's advies voor landgenoten die wilden helpen op 11september, als volgt luidde: 'Neem een dagje vrij en ga shoppen'. Reclamemaker Guillaume Van der Stighelen sloot zich daar onlangs bij aan: 'Voor wie kan, is consumeren een sociale plicht', zei hij in De Tijd. Maar als ik mijn sociale plicht moet doen, dan moet daar tegenover staan dat winkeliers ook de hand in eigen boezem durven steken. Hebben ze de jongste jaren genoeg vernieuwd en lossen ze de verwachtingen in van de veeleisende, moderne klant? Want in een moeilijke handelsomgeving zitten ook kansen.
Pagina
Nieuwsoverzicht
Video van de dag
Brussel: meer blauw op straat
Belgische film doet het goed
Europese Commissie goedgekeurd
Praten over toekomst Ford Genk
Toyota roept weeral wagens terug
Grote stroompanne in Antwerpen
Beter opletten op internet
Eerbetoon aan stichter Janssen
Angst voor ondergronds parkeren
Vrouwen zijn stouter dan ooit!
Meer video »
Snelnieuwsoverzicht
De topper RC Genk-Standard werd zondagavond opgevrolijkt - of opgeschrikt, het is maar hoe je het bekijkt - door een streaker. De jongeman in het Boratpakje was de 17-jarige Greg Samyn uit Koersel.
In de film 'Vincere' vertelt Marco Bellocchio het verhaal van het Italiaanse fascisme via het leven van Ida Dalser, de vrouw die zo gevaarlijk was voor Mussolini dat hij haar in een gekkenhuis liet opsluiten.
Pieter Verheyde van 't Hof van Cleve werd verkozen tot sommelier van het jaar. Maar de meeste sommeliers kiezen tegenwoordig liever voor een andere baan...
Door een cursus van vierhonderd pagina's in te studeren, kan u bij het Centrum voor Afstandsonderwijs slagen voor een schriftelijk examen sekscounselor/relatietherapeut, zelfs zonder één cliënt behandeld te hebben.