Eerder Blair dan Van Rompuy
Bijschrift wordt geladen...
een onbekende eerste minister van een klein land — Als er geen kink in de kabel komt, ziet het ernaar uit dat Herman Van Rompuy voorzitter van de Europese Raad wordt. Een verdedigbare keuze? Wij vroegen het aan DAVID RENNIE, EU-columnist voor het Britse blad ‘The Economist'.
Als Herman Van Rompuy dan toch geen ‘president' van de Europese Unie zou worden later deze maand, dan wordt hij minstens een voetnoot in de Europese geschiedenis. Van Rompuy zette een unieke prestatie neer voor een Belgische eerste minister: hij werd getipt voor een Europese topfunctie zonder dat de Britten daar meteen een veto tegenover stelden. De Britten gaan zelfs verder. Ervaren Britse functionarissen zeggen dat de Belgische eerste minister ‘indruk maakt' en ‘schrander' is. Enkele maanden geleden verliep een eerste meeting tussen Van Rompuy en Gordon Brown naar verluidt uitstekend. Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt geloven hun oren vast niet. Ze breken zich het hoofd over hoe hun opvolger gevrijwaard bleef van de Londense storm van kritiek die zij wél over zich heen kregen toen ze een Europese topfunctie ambieerden. Het moet aan de haiku's liggen.
Maar Japanse poëzie heeft hier niks mee te maken. Van Rompuy's (relatieve) populariteit in Groot-Brittannië blijkt een gecompliceerder fenomeen.
We kunnen die populariteit deels toeschrijven aan de mens Van Rompuy. Toen zijn naam voor het eerst opdook als mogelijke topman van de Europese Raad repten diplomaten en journalisten zich om meer te vernemen over een man die luttele weken geleden nog onbekend was buiten de Benelux. (Zijn plotse vlucht blijkt ook uit zijn quotering van 33-1 bij de Ierse bookmaker Paddy Power op 29 oktober, als kanshebber om voorzitter van de Europese Raad te worden. Vier dagen later waren Van Rompuys kansen al gestegen tot 3-1. Hij is nu de favoriet.)
Uit zijn politieke loopbaan maken we op dat hij een atlanticus is die achter Amerikaanse kernwapens op Belgische bodem stond. EU-waarnemers met thuisbasis in België stelden goedkeurend vast dat deze rustige man een einde maakte aan de regeringscrisis die hun gastland deed wankelen. Voor de Britten was het van cruciaal belang dat hij Verhofstadts droom van de Verenigde Staten van Europa niet deelde. Van Rompuy lijkt gematigder met zijn euro-enthousiasme. Meer een realist dan een idealist. Belangrijk, want precies de Britse angst voor Belgisch ‘eurofanatisme' lokte vroeger een Brits veto uit tegen Dehaene en Verhofstadt: het Britse wantrouwen tegenover Belgische politici is eerder op ideologische dan persoonlijke meningsverschillen gestoeld. Laten we er geen doekjes om winden: Groot-Brittannië meent dat België wilde, onrealistische dromen heeft over Europese integratie omdat de Belgische landsdelen met elkaar overhoopliggen. Volgens die gedachtegang lijkt het vrij aannemelijk dat België zich eurofederalistisch opstelt: hoe kan men het Vlaams-Waalse gekibbel beter oplossen dan door nationale entiteiten langzaam op te lossen om een Europese superstaat te vormen, waarbij de dagelijkse leiding in handen komt van machtige regio's? Regionalisme maakt België in Britse ogen buitenaards gevaarlijk: een ruime Britse meerderheid gelooft nog altijd in een nationale regering die de teugels in handen heeft (zelfs de Schotten vinden dat ze een natie zijn, en niet een regio).
Tot zover de persoonlijke kwaliteiten van de man. Van Rompuy krijgt ook steun omdat hij de onbekende eerste minister van een klein land is. En daarmee betreden we gevaarlijker terrein.
Schelde
De Britse regering schaarde zich officieel achter de kandidatuur van Tony Blair voor de post van Europees president. Nu er zich een consensus vormt rond een kandidaat van een klein landje liggen Gordon Browns belangen elders: een grote, economische functie in de wacht slepen in de volgende Europese Commissie of eventueel de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid inpalmen (hoewel niet helemaal duidelijk is of Brown die post echt wil voor Groot-Brittannië, of dat de gedoodverfde kandidaat, minister van Buitenlandse Zaken David Miliband, bereid is uit de Britse politiek te stappen).
Van bij de start veroorzaakte Blairs kandidatuur een storm van vijandig commentaar in de Britse pers, meestal kinderachtig geklets dat de voormalige eerste minister alleen uit zou zijn op een vet EU-salaris, inclusief ambtswoning en limousines. Britse kranten brachten ook andere bezwaren ten berde zoals Blairs rol in Irak. Maar de hoofdmoot van Blairs tegenstanders was uitgesproken Brits en eurosceptisch. Hun bezwaren vloeiden voort uit het idee dat een communicatietalent met wereldwijde contacten zoals Blair een vaag omlijnde job in de Raad zou omsmeden tot ‘president van Europa'. De Britse conservatieve oppositie was hier duidelijk bang voor. Hun hoofd buitenlandse zaken, William Hague, vertelde Europese ambassadeurs in Londen dat Blair benoemen tot president een ‘vijandige' daad zou zijn. David Cameron, de conservatieve leider, vroeg om een topman met een echt voorzittersprofiel voor de Europese Raad. De gedachtegang is duidelijk: een bescheiden leider aan de top van de Europese Raad zou leiden tot een bescheiden Europese Unie. De grootste Britse krant, de conservatieve Daily Telegraph, schreef op 27oktober: ‘Voor één keer verheugen wij ons om de bekrompen instelling van de Europese leiders. Nu ze op zoek zijn naar de witte raaf die de Europese Raad van presidenten en eerste ministers zal voorzitten… zouden ze ons een genoegen doen mochten ze Blair buiten beschouwing laten. Beter kunnen ze een ongevaarlijke, hardwerkende onbekende voorzitter kiezen zoals de Belgische eerste minister Herman Van Rompuy.'
The Economist, mijn eigen blad, houdt er een ander standpunt op na. Wij weten dat federalisten en kleine landen altijd al een afkeer hadden van de post van raadsvoorzitter, omdat ze vrezen dat deze functie de Europese Commissie overschaduwt en macht verstrekt aan grote landen die de Europese Raad domineren. Maar wij geloven dat nationale regeringen een uniek recht hebben op democratische legitimiteit, zeker wanneer het om gevoelige materie zoals het buitenlands beleid en defensie gaat. Wij willen dat het verenigd Europa meer coherent kan klinken in de wereld en daarom steunen wij Blair. Wat u ook over hem denkt, Blair is een man die rechtstreeks toegang heeft tot wereldleiders. En hoe verdienstelijk de heer Van Rompuy ook moge zijn, de enige ervaring die hij heeft op het vlak van internationale geschillen is de Belgisch-Nederlandse ruzie over het uitbaggeren van de Schelde.
Door Blair te kiezen als woordvoerder geven we het signaal dat de Europese Raad de wereld wil toespreken. Als we Van Rompuy aanduiden als voorzitter van de Raad wordt dat een heel andere boodschap: dat de instelling waarin Europa's grote leiders zetelen vooral tot zichzelf wil spreken. Zonder mijnheer Van Rompuy te kleineren: Europa moet hoger mikken.
Vertaling: Home Office
DAVID RENNIE Wie? EU-correspondent en ‘Charlemagne'-columnist van ‘The Economist'. Wat? Herman Van Rompuy is niet de beste EU-voorzitter. Waarom? Europa moet hoger mikken.