De intrede van Ensor in New York
Bijschrift wordt geladen...
Close-up — NEW YORK - MOMA MIKT MET EXPO OP DOORBRAAK BELGISCHE SCHILDER IN VS Het Vlaams Huis in New York sponsort een retrospectieve over James Ensor in het Moma. Het museum hoopt de schilder te laten doorbreken in Amerika.
Van onze correspondent
in New York
Al weken regent het in de overgang van lente naar zomer in New York. Maar curator Anna Swinbourne van het Museum of Modern Art (Moma) geniet. 'Echt Belgisch weer', juichte ze eergisteren op de presentatie van de retrospectieve van Oostendenaar James Ensor (1860-1949).
De weergoden helpen volgens Swinbourne mee om van de expositie, die zondag voor het publiek opengaat, een klapper te maken. 'Iedereen in New York is somber vanwege het weer. En dan plots sta je als bezoeker straks voor de kleuren van Ensor. Dat moet je wel blij maken. En de spot die in zoveel werken zit, zal mensen doen grinniken.'
Het Moma neemt op zich een risico met de tentoonstelling, vertelt de specialiste negentiende-eeuwse kunst. De 127 schilderijen, tekeningen en prenten zijn over enkele zalen op de vijfde verdieping verdeeld en moeten dé publiekstrekker van deze zomer worden. 'Maar de meeste Amerikanen weten niet wie Ensor is. Zij die van hem gehoord hebben, kennen hem vaak alleen als “de schilder van maskers,.'
De belangrijkste verklaring voor die onbekendheid is volgens Swinbourne dat Ensor, van wie volgend jaar zijn 150ste geboortejaar herdacht wordt, niet bij één stroming of groep is onder te brengen. 'Wij willen zo graag iemand kunnen plaatsen. Maar dat kan bij Ensor niet. Ik probeer hem al jaren te definiëren, maar hij ontglipt me steeds. Ensor kijkt vast van bovenaf met een grijns op dat geploeter neer.'
Ze wijst op het wilde, schetsmatige schilderij Verzoekingen van de H. Antonius (1885), dat in de tweede zaal van de expositie hangt. Het Moma kocht dat voor zijn tijd radicale en moderne werk al in 1940 aan. Het was de eerste Ensor in een openbare collectie in Amerika. In 1951 stelde het Moma als eerste museum van het land een retrospectieve samen. 'We hebben ons in die tijd ingezet om hem bekend te maken, maar lieten het er daarna bij zitten. Ook wij worstelden met waar Ensor bij hoorde.'
Volgens Swinbourne neemt het Moma de 'weloverwogen gok' dat Amerika deze keer juist onder de bekoring komt van Ensors veelzijdigheid en ongrijpbaarheid. Ook Herwig Todts, curator van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, die bij de presentatie aanwezig was, denkt dat Ensor de tijdgeest mee heeft. 'De postmoderne kunst van de laatste twintig jaar is grappig en spot met conventies. Dat kan hét moment zijn om een kunstenaar te herintroduceren die dat honderd jaar geleden al deed.'
Voor die herintroductie in de VS heeft Swinbourne voor een klassieke, chronologische opstelling gekozen. De expositie vertrekt vanaf Ensors vroegere realistische werken, zoals het tedere De oestereetster uit 1882, dat zijn zus Mitche afbeeldt aan een welgedekte tafel. Daarna volgen zijn experimententen met licht en verf en thema's als dood en maskers. De expositie eindigt met satirisch werk. Er komt haast alleen werk aan bod uit Ensors vermeende beste jaren 1880 tot 1895, zoals veel exposities doen.
Grote afwezige is het schilderij De intrede van Christus in Brussel. Het Gettymuseum van Los Angeles stond het niet af. In plaats daarvan vormen twee enorme tekeningen uit het Museum voor Schone Kunsten uit Gent, waarin Ensor de basis voor dat meesterwerk legde, het hart én hoogtepunt van de expositie.
Het pas geopende Vlaams Huis in New York is met een bijdrage van 150.000 euro hoofdsponsor van de retrospectieve. Volgens hoofd cultuur Frank Verpoorten, die Ensor een 'Vlaams-Belgische kunstenaar' en exponent van 'de Vlaamse rebelse traditie' noemt, is de retrospectieve een goede kans 'om een duidelijk beeld van Vlaanderen als een open, creatieve regio neer te zetten'.
Met die sponsoring is het Vlaams Huis in één klap een flink deel van zijn jaarbegroting kwijt. Maar wie dacht dat dan ook de Vlaamse minister van Cultuur wel naar New York zou afreizen, kwam bedrogen uit. Het was uiteindelijk de Belgische consul Herman Portocarero die een kort woordje kwam zeggen. Portocarero noemde Ensor een Belgische kunstenaar, en dat doen ook alle Momateksten.
'James Ensor', Moma New York,
28 juni tot 21 september.
Vervolgens in Musée d'Orsay Parijs, 19 oktober tot 4 februari.