't verdriet van de seculier
De heiligverklaring van pater Damiaan in Rome was zoveel meer dan een intiem, religieus moment. Het was ook een publiek gebeuren, een Belgische hoogmis en een controversieel politiek statement. Daar hebben het staatshoofd zelf, de voorzitters van Kamer en Senaat, de premier en vele ministers, inclusief de titularis van Defensie, voor gezorgd. Met zijn allen schaarden ze zich die dertiende oktober rond het altaar in de Sint-Pietersbasiliek, al eeuwen lang de krachtcentrale van de katholieke kerk. En er was meer. De dag voordien, terwijl de koningin - met witte hoofddoek - vertederd toekeek, knielde Albert voor de paus en legde hij het vermoeide koninklijk hoofd in de gewijde handen. Goed voor een gouden medaille, een volle aflaat en twee pauselijke paternosters. Een deel van het soevereine volk had bedenkingen bij die koninklijke demarche. 'Albert die knielt en Paola die het wit uniform van de katholieke vorstinnen draagt', aldus Bernard Fondu, grootmeester van de vrijmetselaarsloge het Grootoosten in 'Le Soir', 'waar is de staatszin?'
De massale Romevaart van de Belgische politieke fine fleure trok des te meer de aandacht, omdat andere landen het zoveel discreter aanpakten. Spanje, dat nochtans beduidend meer katholieken dan België telt en zich eveneens in een nieuwe heilige mocht verheugen, hield het bij een bescheiden delegatie. Geen koning, geen eerste minister, geen parlementsvoorzitter. Eén minister en een ambassadeur bij de Heilige Stoel volstonden. Voor seculier België was de Belgische oververtegenwoordiging in Rome moeilijk te slikken, want nogal tegenstrijdig met één van de verworvenheden van de verlichting, de strikte scheiding van kerk en staat. A fortiori had de militante vrijzinnigheid het knap lastig met de Vaticaanse knieval van Albert. Die stond haaks op haar diepste gevoelens en overtuiging. Ook voor de nieuwe Belgen was de Romeinse parade van de Belgische politieke top een revelatie. Hadden ze tijdens de vele inburgeringscursussen niet geleerd dat over de scheiding van kerk en niet gemarchandeerd en nog minder gesjacherd kon worden? In Rome bleek dat nogal mee te vallen.
Postuum wrikte de heilige Damiaan nog aan een ander axioma van de verlichting, namelijk dat religie in de privésfeer thuishoort. Met de plechtigheden in Tremelo, Rome en Koekelberg overspoelde de katholieke gedachte en actie meer dan veertien dagen de nationale media. Kardinaal Danneels kwam tijd en zinnen tekort om het leven en de werken van Jozef De Veuster in de vele radio- en tv-programma's te duiden. Alsof een Belg voor transcendentaal goud ging, zo groot was de gretigheid van de pers voor het kardinale woord. Voor de vrijzinnigheid, ongeacht de obediëntie, was het balen. Dat was het des te meer, omdat zij recentelijk met verheven en verlichte begrippen, grote en soms grove woorden de gesluierde moslima's uit de scholen en de islam uit het publieke domein probeerden te weren. Met haar parade in en rond Sint-Pieters heeft een representatief staal van de Belgische politieke top dit principieel vertoog tot relikwie verheven. Iets wat je, omwille van de schone schijn, belijdt en vereert, maar waar je nauwelijks in gelooft.
Het zijn doffe tijden voor seculieren. De stelligheid waarmee Voltaire, Marx, Nietzsche, Freud en zoveel anderen de triomf van de ratio en het einde van de godsdienst voorspelden, bleek een grandioze vergissing. God is weer helemaal terug. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar evengoed in postcommunistisch Rusland, China en Europa. Het lijkt er bovendien op dat de god van de 21ste eeuw van de kwaadaardige soort is, redelijk onverdraagzaam, behoorlijk irrationeel en weinig geïnteresseerd in wetenschap. Eén die zelfmoordcommando's inspireert en religieuze fanatici abortusartsen doet vermoorden. Twee eeuwen lang kon Europa de illusie koesteren dat de weg naar de moderniteit de religies definitief zou begraven en het atheïsme het eeuwig leven geven. 'We dwaalden', aldus godsdienstsocioloog Peter Berger, 'want moderniteit en secularisatie vormen geen hecht koppel.' De religieuze revival is niet zonder gevaar en het risico van een destructieve contrareformatie is reëel. Het wordt bijgevolg zoeken naar aangepaste remedies en een postmodern seculier project. Een herijking van het Verlichtingsdenken dus en geen verkrampt seculier fundamentalisme dat Voltaires pikant recept 'écrasez l'infâme' nog eens wil opwarmen.
Paul Goossens is Europajournalist. Zijn column verschijnt tweewekelijks op zaterdag.